You talking to me, huh, you talking to me?

Onveranderlijk raak ik in verlegenheid wanneer een man tijdens een gesprek opeens zijn hoofd achterover gooit, zijn ogen dicht knijpt en op dreigende toon zegt: 'Are you talking to me?' Geen flauw idee waar hij het over heeft....

Marjolijn Februari

Meestal glimlach ik dus maar zo'n beetje schaapachtig en dan doet de maner vanzelf nog een schepje bovenop. Zet een stap naar achteren, fronst zijnwenkbrauwen, spreidt zijn armen en roept: 'Huh?!' Om vervolgens met naarvoren geschoven kaak op de toppen van zijn longen te schreeuwen: 'Are youtalking to me?'

Het gaat me niet om de mannen, die zijn bewonderenswaardig genoeg methun kaak en hun 'huh?', het gaat me om mijn eigen schaapachtigheid. Wantal weet ik inmiddels dat de woorden een citaat zijn van Robert de Niro, alheb ik honderden mannen de scène zien naspelen op straat, in komedies enin films, al doe ik de mimiek tegenwoordig zelf ook na voor de spiegel -'you talking to me, huh, you talking to me?' - ik heb echt geen flauw ideewaar het over gaat. Wordt het dus geen tijd om dat eens op te biechten?

Staande voor de spiegel bedenk ik opeens geschrokken dat ik wel meerdingen niet weet. Dat ik misschien wel helemaal niets weet. En ditfilosofische 'weten dat je niets weet' (dat eigenlijk al vanaf Socrates eenzwaktebod is geweest) volstaat vast niet om het er tot aan mijn pensioenmee uit te zingen. Te meer omdat ik ben terechtgekomen in een van dieschimmige intellectuele beroepen die Saul Bellow in zijn roman Herzog de'delirious professions' noemt. 'Ambachten met als voornaamste instru-mentje eigendunk en met als basismateriaal je reputatie of status.'

Mijn toekomst is dus in het geding. En niet alleen mijn toekomst, detoekomst van heel de natie. Want weten wij nog wel wat? Kennen wij onzeklassieken? Kunnen we de schimmige ambachten nog wel beoefenen zodraeenmaal bekend is dat wij helemaal niets weten? Herzog, de intellectueleantiheld van Saul Bellow, werkte nog vol vertrouwen aan een Amerikaansegeschiedenis van social climbing, maar als ik het goed heb begrepen zijnwe in Nederland inmiddels aangekomen in een periode van social falling.

Want nieuwe generaties weten helemaal niets meer, herkennen geen enkeleverwijzing, hebben geen opleiding van betekenis gehad, zijn nietgeïnteresseerd in vergaren van kennis, missen de ambitie om de cultuur tedragen en zo hollen we met zijn allen maatschappelijk achteruit. Ik moetzeggen dat ik dit altijd wel een leuke analyse heb gevonden zolang ze maarover anderen ging. Iedere beschuldiging is nu eenmaal het leukste zolangje zelf buiten schot blijft. Maar op dit moment realiseer ik me met schrikdat ik zelf ook steeds minder weet.

'Heb je het tegen mij?', zeg ik tegen de spiegel. En ik probeer mewanhopig te herinneren wat ik weet van het boek over status enmaatschappelijk succes van Alain de Botton, dat ik natuurlijk ook al nietheb gelezen. Eerlijk gezegd ken ik de Engelse filosoof Alain de Bottonalleen maar vaag van de televisie. Toen ik hem tijdens het zappen voorbijzag komen zat hij op een brommertje - en ik geloof dat Alain de Botton zijnreputatie dan ook voornamelijk ontleent aan het feit dat hij Schopenhauerkan citeren terwijl hij op een brommertje zit, een vaardigheid die hem bijuitstek geschikt maakt voor het beoefenen van de 'delirious professions'.

Als ik het me goed herinner schreef Alain de Botton een boek over statusen maatschappelijk succes, Status Anxiety, waarin hij vooral het ideaalvan social climbing relativeerde. Volgens mij vond hij dat we ons niet teveel moeten bekommeren om onze status, omdat we niet bang moeten zijn voorde mening van anderen. Ook een maatschappelijk onsuccesvol leven kan immersop zich waardevol zijn. En dat, zeg ik tegen mezelf in de spiegel, klinktheel geruststellend, nu binnenkort iedereen weet dat ik helemaal nietsweet.

Alain de Botton schreef dat boek over status uiteraard niet voor niets.Hij was kort daarvoor zelf het middelpunt geweest van een discussie overhoge en lage cultuur - met zijn brommertje en zijn boeken overSchopenhauer. Volgens de 'highbrow coterie' waren zijn filosofische boekente 'lowbrow', zei De Botton spottend. En hij borduurde nog wat voort op deonverdiende hoge status van highbrow en de onverdiende lage status vanlowbrow, terwijl achter zijn rug de critici hem de genadeslag gaven doorhem persoonlijk af te serveren als 'middlebrow'.

Ik sta voor de spiegel en probeer me voor te stellen hoe erg het iswanneer we maatschappelijk gaan vallen. Het ideaal van het maatschappelijkestijgen is altijd gebaseerd geweest op het hunkeren naar de hoge cultuur,maar dat hunkeren neemt af, de kennis van kunst en cultuur verdwijnt en weworden gezamenlijk meer en meer lowbrow. Ik voel het verschijnsel zich aanmijzelf voltrekken. Ik weet nu al bijna niets meer.

Met mijn laatste krachten kan ik me nog te binnen brengen dat VirginiaWoolf weinig bezwaar had tegen lowbrow, zolang je in hemelsnaam maar nietmiddlebrow was. Ze beweerde zelfs dat highbrows en lowbrows 'liever samenin het kolenhok zouden zitten dan met middlebrows thee drinken in desalon'. En dan weet ik niets meer. Er trekt een grote duisternis over mijnbrein en ik leg me er bij neer dat we collectief wegzakken in cultureleonwetendheid .

'Talking to me?' zeg ik tegen mijn spiegelbeeld, en uit de spiegelstaart een typisch lowbrow-gezicht me aan, met dreigend samengeknepenwenkbrauwen en een vorsende blik. 'Huh?' zeg ik tegen mezelf. 'Huh?'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden