Yannick is terug

Yannick Nézet-Séguin dirigeert Don Carlo bij de Nederlandse Opera. En moet Riccardo Chailly doen vergeten.

Repetitie in het Amsterdamse Muziektheater: dirigerend met het uitbundige propellergebaar dat top-orkesten aan beide kanten van de Atlantische Oceaan sinds een paar jaar kunnen dromen, leidt de Canadese chef Yannick Nézet-Séguin het Rotterdams Philharmonisch Orkest en een stoet zangers van de jongere categorie door Verdi's opera Don Carlo.


Een Amerikaan, een Brit, een Finse, bijna allemaal bereiden ze zich voor op een roldebuut. Als de Spaanse kroonprins Don Carlo. Als Carlo's vriend Rodrigo. Als Elisabetta, Carlo's gemankeerde geliefde.


De doortrapte Prinses Eboli, die een fabuleuze aria te zingen heeft, is hier een 33-jarige Russin, Ekaterina Gubanova. Zij deed met haar partij al ervaring op in St.Petersburg. Maar voor de rol van Carlo's vader, de ons welbekende tiran Filippo II die meestal door een gerijpte baszanger wordt vertolkt, heeft de Nederlandse Opera (DNO) een onbedorven Rus gecontracteerd. Het is - historisch correct - een aanstormende middendertiger, Mikhail Petrenko.


Tegenover dit zangersfront vervult de montere Nézet-Séguin (38), die nog sprekend op de kid conductor lijkt voor wie hij bij zijn Rotterdamse gastdebuut in 2006 al doorging, de functie van Verdiveteraan. Verdi's Don Carlo was een van de eerste opera's waaraan hij ooit meewerkte, als assistent-dirigent in Montreal. Een decennium later deelde Nézet-Séguin over dezelfde Don Carlo de lakens uit in de Metropolitan Opera in New York - waar hij de weerbarstige wereldster Roberto Alagna voor zijn neus kreeg.


In Amsterdam, zegt Nézet-Séguin, kan hij een sterker eigen stempel drukken op de muziek. Geen overbodige luxe, want het gaat hier om een strak geregisseerde DNO-productie die in 2004 een legendarische premièrereeks beleefde met het Concertgebouworkest onder Riccardo Chailly, en met een historisch Don Carlo-debuut van de tenor Rolando Villazón - toen nog blakend van fitheid in het strottenhoofd.


Nézet-Séguin: 'Villazón moet toen op zijn hoogtepunt zijn geweest. Natuurlijk heb ik de dvd van 2004 bekeken. Ik weet dus óók wat Chailly's muzikale keuzen waren op dat moment.'


Nézet-Séguins 'onbegrensde bewondering' voor Chailly ten spijt, hebben die keuzen niet allemaal zijn instemming. Zo kreeg Verdi, die er de pest aan had te worden uitgemaakt voor Wagnerimitator, van Chailly uitgerekend een paar Wagnertuba's toebedeeld in de banda die een nummertje meeblaast als extra orkest achter de coulissen. Nézet-Séguin is ook 'verbaasd over coupures die Chailly toestond'. Een dierbaar moment heeft hij in ere hersteld: het door Verdi met een verbluffende akkoordverschuiving onderstreepte moment waarop Don Carlo van zijn stokje dreigt te gaan in het eerste duet met zijn geliefde, de net tot 'stiefmoeder' gepromoveerde Elisabetta. 'Misschien houdt regisseur Willy Decker niet van flauwvallen.'


Zijn Verdiklank heeft een andere logica dan die van Chailly. Minder gericht op de muzikale blikseminslag, en meer op de glorie van het melodische lijnenspel. Likkebaardende trombones accentueren de belofte van Filips II, onderdrukker van de Lage Landen, dat 'de dood' bij hem mag rekenen op 'een vruchtbare toekomst'.


Van Verdi zelf (1813-1901) stamt de opmerking dat de betreffende zanger niet alleen zijn rol moet snappen als 'onzalige vader' en 'ongelukkige echtgenoot' (namelijk, van de bruid die eerst voor zijn zoon Carlos bestemd was). De monarch die bereid is zijn zoon te offeren omdat God dat ook deed, moet zich allereerst bewust zijn, aldus Verdi, van zijn betekenis 'in de geschiedenis van de mensheid'.


Vooralsnog lijkt de Koning van Hispanje bij zijn eerste doorloop met orkest meer bezig met timingsproblemen dan met de Lage Landen. Maar Nézet-Séguin sleept de zanger er met luttele cues en een lovende opmerking doorheen. Grotere hiaten dienen zich pas aan, wanneer DNO afscheid blijkt te hebben genomen van haar hoofdrolvertolker. De beoogde Don Carlo is op terugreis naar Amerika, met de keelontsteking die kenners al hoorden aankomen.


Nézet-Séguin besluit de zware tenorpartij dan maar zelf een repetitie lang te zingen - terwijl zijn rondmaaiende stokje het beste uit het RPhO haalt. Kinderspel, vergeleken met de Johannes Passion van Bach die hij ooit tot een goed einde bracht in Montreal, toen hij dirigeerde én klavecimbel speelde, én met klare tenorstem inviel voor een zanger die terugdeinsde voor een moeilijke aria.


Uitblaasmoment: Nézet-Séguin nestelt zich op de achterbank van een RphO-Volvo die hem van het Waterlooplein naar een repetitiezaal in Rotterdam zal brengen. Daar wacht hem een different ballgame: klavecimbel spelen in Bachs Brandenburgs Concert nr. 5 met de Rotterdam Philharmonic Strings, een stel gedreven RphO-musici die hij zojuist nog tegenover zich had in de Amsterdamse orkestbak. In die 'vijfde Brandenburger' zit een spectaculaire klavecimbelsolo van 64 maten.


Nee, dat wordt niet gezellig keten met Rotterdamse vrienden. Nézet-Séguin spreekt liever van de 'pret van samen muziek maken'. Hoewel, het is natuurlijk ook de test van een arme dirigeerstokzwaaier ('kan hij zelf ook iets?') ten overstaan van kritische orkestmusici, allemaal meesters op hun instrument - zegt de chef, terwijl de RPhO-chauffeur Klaas de A10 opdraait.


Goed dat hij de 'vijfde Brandenburger' nog in de vingers heeft dankzij een Nézet-Séguin-presentatie van het Philadelphia Orchestra, eerder dit jaar. 'Wij wisten niet dat je dit in je had', erkenden de Amerikanen, kort nadat ze hem op het schild hieven als aanstaand music director in de lijn van Stokowski, Ormandy, Muti, Sawallisch en Eschenbach.


Rotterdam krijgt nog wat meer Yannick, want er zit in mei ook een pianospeelbeurt aan te komen, in een kamermuziekprogramma dat deel uitmaakt van een groter RphO-project met Brahms en Webern. En daar passeren we Schiphol, waar chauffeur Klaas zo vaak tevergeefs op een elders gestrande Valeri Gergjev wachtte. Als hij hem tenminste niet als een speer naar Schiphol reed. Waarna de RPhO-Volvo niet zelden moest doorkarren naar Hamburg of Wenen, als zelfs de laatste vlucht van Easyjet geen soelaas meer bood. Daarmee vergeleken blijkt het leven met Gergjevs opvolger, die zijn tickets toch ook verdeelt over verschillende continenten, een rustkuur.


Nézet-Séguin meldt dat hij met het RPhO het moment is genaderd waarop hij zich onbevangen op het 'Russische territorium' van Gergjev kan storten. De Zevende Symfonie van Sjostakovitsj die hij binnenkort uitvoert, wordt het startpunt van een meerjarige cyclus met alle vijftien symfonieën van deze Rus. Zijn eigen gedoodverfde specialiteit, het Franse repertoire, pakt hij alleen nog met terughoudendheid aan: 'Iedereen is altijd maar op zoek naar dirigenten uit de Latijnse hoek die dat kunnen.'


En het Quebec van Nézet-Séguin mag dan de 'noordelijkste uithoek van Latijns-Amerika' zijn, zoals een Mexicaan hem ooit verzekerde, voorlopig houdt hij het in Rotterdam meer op Richard Strauss. Dat deze zelfde Strauss (1864-1949) er als dirigent een zuinige, welhaast versteende gebarentaal op nahield, tegengesteld aan de fysieke dirigeerstijl van zijn bewonderaar met die ingewikkelde achternaam, mag bijzaak heten zolang Nézet-Séguin zijn conditie maar op peil houdt.


Hij holt viermaal per week langs de Kralingse Plas, en doet aan gewichtheffen voor de lagere schouderspieren. In een Canadese krant kreeg hij onlangs het advies om bijkomend energieverlies door dirigeren tegen te gaan met een dagelijkse boterham met pindakaas.


'Gatver. Zo'n inspanning is dirigeren ook weer niet', zegt Nézet-Séguin. Hij heeft zich neergelegd bij het verschijnsel dat jan en alleman hem, de leuke benaderbare Yannick, in de watten probeert te leggen met goedbedoelde adviezen en 'soms misplaatste familiariteiten'. 'Liever dat, dan dat ik in een ivoren toren zit.'


Nederlandse Opera, Don Carlo (met tenor Massimo Giordano in plaats van Andrew Richards): 7 t/m 30 mei, Muziektheater Amsterdam. Concerten RPhO o.l.v. Nézet-Séguin: 11, 18, 24, 31 mei, Doelen Rotterdam.


Kweekvijver


Rotterdam is van oudsher een kweekvijver voor jonge dirigenten. Simon Rattle maakte er zijn debuut, en Ludovic Morlot en Robin Ticciati. De huidige chef Yannick Nézet-Séguin (38) was een volstrekte onbekende toen hij werd ontdekt door Jan Raes, destijds net benoemd tot directeur van het RPhO. Zes jaar na zijn debuut behoort hij tot de internationale top.


De dirigeercarrière van Yannick Nézet-Séguin (Montreal, 1975) heeft zo'n hoge vlucht genomen sinds hij in 2008 Valeri Gergjev opvolgde als chef bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, dat het RPhO met allerlei vooraanstaande concurrenten zal moeten strijden om lege plekken in Nézet-Séguins agenda vanaf 2015. Tot dat jaar loopt het contract met de Canadees, die een 'denkpauze' aanhoudt voor zijn activiteiten in latere jaren. Nézet-Séguin is ook vaste gastdirigent van het London Philharmonic Orchestra en treedt in september aan als chef van het vermaarde Amerikaanse Philadelphia Orchestra.


Daarnaast bleef hij trouw aan het Orchestre Métropolitain in Montreal, waar hij chef werd op zijn 25ste, en dirigeert hij jaarlijks de Metropolitan Opera in New York. Symfonische gastdirecties zegt Nézet-Séguin alleen nog spaarzaam te willen doen, en alleen bij orkesten van het kaliber Wiener Philharmoniker, Berliner Philharmoniker en Bayerische Rundfunk. Directeur Hans Waege van het RPhO zegt te rekenen op prolongatie na 2015. 'Het contract is net verlengd en nu genieten we van elkaar.'


Yannick Nézet-Séguin


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden