Xenofobie is Amerikaans, niet Trumpiaans

De radicale ideeën van Donald Trump over vreemdelingen zijn net zo diep in de Amerikaanse traditie verankerd als het ethos om immigranten gastvrij te ontvangen. Massa-uitzettingen? Een muur? Trump is niet de eerste.

Spotprent uit 1891, rechter tegen Uncle Sam: 'Als de immigratie op een behoorlijke manier aan banden werd gelegd, zou je geen last meer hebben van anarchie, socialisme, de maffie en soortgelijke kwaden.' Beeld Bettmann / CORBIS

Amerika is een land van trotse tradities, zo bleek deze week weer. 'President Trumps fantasie om de grens af te sluiten met een muur wordt gedreven door raciale en etnische vooroordelen die een schande zijn voor Amerika's trotse traditie om kwetsbare migranten te beschermen', zei Omar Jadwat, een directeur van de Amerikaanse burgerrechtenorganisatie ACLU donderdag. Het was de teneur van veel verontwaardiging: hoe is dat mogelijk, in immigratieland Amerika?

Het is dus mogelijk, en het is al eeuwen mogelijk. Amerika is evenzeer een immigratieland als een non-immigratieland. De xenofobische reflex, de schoppende beweging richting vreemdelingen, is hier net zo goed een traditie als de gastvrijheid waarmee vreemdelingen af en toe worden ontvangen. Donald Trump is alleen de dokter die met zijn hamertje onder de knie heeft getikt.

Veel aandacht was deze eerste week na zijn inauguratie gericht op Trump en zijn entourage in het Witte Huis, die met feitenvrije argumentaties en doordachte provocaties een ongekend wild presidentschap hebben ontketend. De persoonlijke obsessie van de president met zijn populariteit, zijn tweets en interviews, en de uitlatingen van woordvoerders en adviseurs zijn adembenemend en zuigen veel protest naar zich toe. Het symbool van het verzet, de roze poezenmutsen tijdens de vrouwenmars, en ook de slogan 'Not my president' zijn aanvallen op hem persoonlijk. Alsof het alleen aan hem ligt.

America First

Het ligt veel dieper. Kijk maar naar Paul Ryan deze week, de Republikeinse voorman in het Congres die zei dat hij wil meewerken aan het financieren van de muur. Kijk naar de knieval van de Republikeinen voor het kabinet dat Trump wil aanstellen. En kijk naar de waarderingscijfers onder de kiezers voor Trumps inaugurele rede. Zo'n 49 procent van degenen die ervan gehoord hebben vond hem geweldig of goed; 16 procent vond hem redelijk, slechts 23 procent vond hem slecht, bleek uit een peiling van Politico en Morning Consult deze week.

Zwartgallig? Nationalistisch? Populistisch? Dat waren de commentaren in veel media, maar tweederde van de geënquêteerden hadden een goed gevoel gekregen van de Amerika First-boodschap. 'President Trump weet wat de kiezers willen horen', lichtte hoofdpeiler Kyle Dropp de resultaten toe.

America First: Trump is niet de eerste die deze woorden gebruikt. Het was een beweging uit 1940-41, die de Verenigde Staten met enig succes uit de Tweede Wereldoorlog probeerde te houden. Dit isolationisme werd onder meer gepredikt door vliegenier en beroemdheid Charles Lindbergh, die in een beruchte rede in 1941 onder anderen de Joden ervan beschuldigde de Amerikanen bij de oorlog te willen betrekken (in het boek Het complot tegen Amerika extrapoleert Philip Roth de geschiedenis door te beschrijven wat er gebeurd zou zijn als Lindbergh president zou zijn geworden). De beweging doekte zichzelf op na de aanval op Pearl Harbor.

Verzwegen traditie

Trump weet, hoe oppervlakkig ook, dat hij in een vaak verzwegen traditie staat. Hij is niet de eerste president met xenofobische tendensen, en citeert dan ook met regelmaat zijn voorgangers. Een moslimban? Toen Trump dat plan vorig jaar lanceerde, na de aanslag in San Bernardino, verwees hij naar Franklin D. Roosevelt, die in 1942 uit veiligheidsoverwegingen preventief ruim honderdduizend Japanse en Duitse Amerikanen in kampen had opgesloten. Hoe erg was het dan, redeneerde Trump, als hij preventief moslims ging weren? 'Roosevelt is een president die alom wordt gerespecteerd, en die deed hetzelfde als ik', zei Trump. 'Sterker, wat hij deed was nog erger.'

Tijdens een debat in november haalde hij Dwight Eisenhower erbij, om zijn voorgenomen - afgelopen week in een decreet gegoten - deportaties van 11 miljoen illegalen aannemelijk te maken. Eisenhower stuurde tijdens Operatie Wetback (een scheldwoord voor migranten die de grensrivier Rio Grande zijn overgezwommen) in 1954 een miljoen Mexicanen naar hun eigen land. 'Dwight Eisenhower', zei Trump. 'Aardiger vind je ze niet.'

Die uitzetting was verschrikkelijk, zei Alfonse Aguilar van het American Principles Project, tegen radiostation NPR. 'Mensen werden over grote afstanden verplaatst zonder voedsel of water. Er waren veel doden, onnodige doden. Het is belachelijk om te zeggen dat het een succesverhaal was.'

Complotten

In de jaren dertig, tijdens de Grote Depressie, vonden er overigens ook al massale deportaties plaats. De golven van vijandigheid volgden steeds op perioden van gastvrijheid: in de jaren twintig waren Mexicanen massaal naar het noorden getrokken om in de land- en mijnbouw van het zuidwesten te gaan werken, en in de jaren veertig hadden Mexicanen de Amerikanen vervangen die onder de wapenen waren geroepen. De xenofobische reactie kwam steeds bij economische terugslag.

Dat geldt ook voor vluchtelingen. Anne Frank kreeg ook geen visum voor Amerika. Het is de paradox van een immigratieland: veel immigranten, of hun nakomelingen, moeten niets van immigranten hebben. Ook de opa van de huidige president kwam uit Duitsland.

De angst van de arrivés voor de nieuwkomers, het nativisme, leidde in de 19de eeuw al tot een grote politieke partij, de American Party, wier leden know-nothings werden genoemd. Ze begonnen als een anti-katholieke beweging, meestal gericht op Ieren en Italianen. Later gingen ze op in de meer mainstreampartijen, zoals de Republikeinse partij.

Eind 19de eeuw wisten ze voor het eerste de grenzen te sluiten voor een etnische groep (de Chinezen). Later bleef dat sentiment altijd latent of openlijk aanwezig in de Republikeinse partij: via Barry Goldwater in de jaren zestig, naar de Tea Party van de jaren tien. De historicus Richard Hofstadter noemde het in 1964 al The Paranoid Style of American Politics, waarin hij burgers beschrijft die zich 'bedreigd en verraden' voelen, voortdurend complotten van de elite zien en hun eigen waarheid erop na houden.

Natuurlijk is xenofobie niet altijd het leidende motief van de Republikeinen geweest - soms worden de twee kanten van Amerika in één president gevangen. Eisenhower was niet alleen een latino-deporteur, maar ook de eerste president die in een moskee sprak.

Gerald Ford feliciteerde de moslimgemeenschap als eerste met het Suikerfeest en George W. Bush benadrukte na 9/11 dat hij ging oorlogvoeren tegen het terrorisme, niet tegen de islam.

Bush was nog een voorstander van het internationale nationalisme, de verbreiding van de Amerikaanse boodschap, dat Amerika een halve eeuw heeft gekenmerkt. Maar het zijn zijn mislukte ingrepen geweest die de afkeer daarvan hebben aangewakkerd. Daarna was het kosmopolitische zwarte stedeling Obama die veel Amerikanen weer duidelijk maakte hoe nationalistisch, wit (vaak) en provinciaals ze eigenlijk waren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden