‘Wuh bèlluh!’

En nou maar hopen dat de bijeenkomst van de G20, vandaag in Londen, net zo’n succes wordt als de conferentie over Afghanistan, begin van de week, in Den Haag....

Dan zou de wereld er binnen het tijdsbestek van een week werkelijk een stuk rooskleuriger bij liggen.

Ga maar na, tussen de zeventig en de tachtig soevereine staten en geachte internationale organisaties verklaarden tijdens Afghanistan aan Zee, dat zij die boze mannen daar in de bergen voorbij Kabul, Kandahar en Kunduz wel een handje willen helpen met het aanleggen van een democratie.

Bijkans unaniem, wat wil je nog meer?

Als de G20 vandaag net zo vastberaden vergadert en met even montere conclusies wordt afgesloten, dan kan het stuk voor de krant van morgen alvast wel geschreven worden.

‘G20 besluit tot samenwerking ter bestrijding van de financiële crisis’, en: ‘Gevoelens van urgentie gedeeld’.

Wedden dat er meer regels moeten komen voor het handelen van banken en dat dat handelen transparanter moet worden? En dat wij moeten proberen uit de nood een deugd te maken, liefst samen?

En dat het weliswaar een hele ellende wordt, de komende tijd, voor wie zijn huis, zijn geld, zijn baan en de toekomst van zijn kinderen kwijt is, maar dat wij er toch maar mooi van kunnen leren?

Dat is ook wat waard.

Voordat in Afghanistan de democratie kan worden ingericht, lees ik in de verschillende verslagen van de beraadslagingen, moet het land ontsloten worden. Je kunt nu vrijwel nergens komen, zeker niet als je terroristen wilt opsporen – die trouwens, zo verklaarde de nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, niet écht terroristen zijn, al zijn zij nog wel gevaarlijk. De ‘War on Terror’ behoort tot het verleden, wij gaan nu antidemocratische, uuh, hoe zullen wij het noemen, bestrijden. Langs de slecht begaanbare wegen liggen die types in de bosjes van onder hun tulband door het vizier van hun puike wapens te loeren op voorbijgangers.

Daar moet een eind aan komen, dus weg met die bosjes.

En de corruptie, die moet er ook uit de wereld, want met zo veel corruptie als in Afghanistan, krijg je nooit een echte democratie. Het hele landsbestuur schijnt ervan vergeven, tot het presidentiële paleis toe, dus ingerukt, met die lui. De broer van de president is de succesrijkste ondernemer van het land, zegt dat niet voldoende?

Wegenbouwers en accountants aller landen, opgelet: werk aan de winkel, in Hindu Kush, Registan en Seistan – op naar de Salangpas!

Tunneltje boren, brug spannen over het dal, tolhuisjes langs de kant en verkeersborden die waarschuwen voor wilde mannen in de berm. In de steden de boekhouding van de handelaren boven de toonbank zien te krijgen en de telramen vervangen door scanners, zodat er duidelijkheid komt over het verloop van de transacties. Goeie wegen en transparante financiële handelingen, die hebben ons, in de westerse wereld, immers veel opgeleverd – al hapert het juist in de autobranche en de bancaire sector nu even.

Het enige probleem is, dat wanneer Boskalis of PricewaterhouseCoopers nu wat employés naar Afghanistan zouden sturen om het nobele werk aan te vatten, je tegelijkertijd een vrachtje lijkenzakken mee moet sturen.

Nu er nog geen democratie is, is het nog vrij ingewikkeld om een begin te maken met het opbouwen en inrichten daarvan.

Daar heb je eerst soldaten voor nodig, soldaten die die mannen in de bosjes een kopje kleiner maken en eerst de geweren onder de toonbank vandaag halen alvorens het telraam in te nemen.

En laat dat nu precies nog niet opgelost zijn, omdat van die zeventig tot tachtig unaniem enthousiaste landen en organisaties er werkelijk niet één zin heeft om een onbekend aantal soldaten op te offeren voor de democratie in de bergen tussen Iran en Pakistan.

Alleen de Amerikanen voelen daarvoor.

Want die zullen wel moeten.

Misschien is dat het enige échte resultaat van die conferentie, dat de speciale Amerikaanse zaakgelastigde voor de regio, Richard Holbrooke, en de plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken van Iran, Mehdi Akhundzadeh, elkaar de hand gedrukt hebben. En elkaar gesproken hebben.

‘Kort’, vertelde Hillary Clinton, heel kort.

Zij schijnen ‘wuh bèlluh!’ tegen elkaar te hebben geroepen.

Geen slecht resultaat, lijkt mij. De Frankfurter Allgemeine Zeitung hield het gisteren voor het enige.

Dat gaan Obama en Sarkozy vast ook tegen elkaar zeggen, als zij klaar zijn in Londen: laat jouw secretaresse mijn secretaresse bellen, en laten de dames een afspraak maken.

Sarkozy heeft er alvast een voorschot opgenomen, door gisteren in verschillende buitenlandse kranten een beschouwing te laten afdrukken waarin hij zijn diepe inzichten ontvouwt. ‘Dit is het principe dat ik in Londen zal verdedigen’, schrijft hij daarin, ‘alles te doen wat noodzakelijk is voor wereldwijde groei.’

Kijk, now we’re talking.

Hoe onvergelijkbaar ook, er zit een overeenkomst tussen het wantrouwen van mensen die nog maar moeten zien of een democratie wel zo’n heerlijke samenlevingsvorm is en de achterdocht van andere mensen die hun geld voorlopig niet uitgeven en al helemaal niet in aandelen wensen te beleggen. In beide gevallen gaat het immers om beschaamd vertrouwen – en het lijkt wel alsof dat zich voor de opstellers van juichende slotsommen van internationale topconferenties in een andere wijk van de melkweg afspeelt.

Let op de verschillen in concrete plannen tussen de Verenigde Staten en de landen van de Europese Unie, in Den Haag en aanstonds in Londen vast en zeker weer.

Wij kijken de kat uit de boom – want wij vertrouwen het niks. En bellen kan altijd nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden