WTO lijkt te luisteren naar ontwikkelingslanden

Onrechtmatig, zo luidde maandag het revolutionaire oordeel over de subsidies die de Amerikaanse overheid aan haar katoenboeren verstrekt. Het revolutionaire zit 'm erin dat het oordeel komt van het geschillencomitan de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de scheidsrechter in de internationale handelspolitiek....

Sheila Sitalsing Olav Velthuis

Want de VS geven zijn katoenboeren dagelijks elf miljoen dollar aan subsidies (tegenover zo'n drie miljoen dollar per dag voor hulp aan Afrika). De katoensubsidies doen het beetje ontwikkelingshulpweer teniet. Ze leiden tot lagere prijzen op de wereldkatoenmarkt, en daardoor tot lagere inkomsten voor boeren in onder andere Afrika en BraziliBovendien verkrijgen de Amerikaanse boeren een oneigenlijk concurrentievoordeel. Zonder subsidie hadden veel Amerikanen hun katoenplantages allang moeten opdoeken; Afrikaanse boeren zijn namelijk goedkoper.

Voor het eerst spreekt de instelling die toeziet op de naleving van handelsverdragen zich uit tegen een vorm van landbouwsubsidie, hhete hangijzer in de handelspolitiek. Wordt er dan toch geluisterd naar de arme landen?

Lange tijd luidde het antwoord van 'andersglobalisten' op deze vraag 'neen'. Voor hen stond de WTO in feite een platform van 147 lidstaten, waarin de rijkere landen altijd de zwaarste stem hadden symbool voor alles wat mis is met globalisering: in de WTO zouden de Westerse regeringen, met hun veronderstelde lippendiensten aan multinationals, domineren en met het WTOdogma van vrijhandel zouden arme landen niet gediend zijn. Maar sinds de mislukte WTO-top van Cancn september vorig jaar, lijkt de WTO beter naar de ontwikkelingslanden te luisteren.

In Cancsten twintig van deze landen, de G20, onder aanvoering van onder meer Brazilen vuist te maken. Het afbouwen van landbouwsubsidies was een belangrijk agendapunt. Maar sindsdien zitten de onderhandelingen, en dus die afbouw, in het slop.

Dat die subsidies weinig consistent zijn, is onderhand gemeengoed. Een middel om arme landen kansen op ontwikkeling te bieden, zo is de consensus, is export. Maar de VS, Japan en de EU maken het met hun landbouwsteun zo'n 330 miljard dollar per jaar moeilijk voor ontwikkelingslanden om hun producten in het Westen af te zetten.

Wat arme landen overigens zou helpen om in de wereldeconomie te integreren, is het verlagen van hun eigen handelsbarris, waarin ze grossieren.

Sinds het echec van Canc de druk om landbouwsubsidies af te schaffen verder toegenomen. Vooraanstaande economen als Jagdish Bhagwati, gedoodverfd Nobelprijswinnaar, heeft er felle kritiek op. Afgelopen weekend hield Wereldbankdirecteur James Wolfensohn een vurig pleidooi korte metten te maken met de subsidies. En zelfs de Amerikaanse regering toonde zich onlangs bereid over landbouwsubsidies te praten al dacht ze daarbij vooral aan de Europese steun.

In Europa zijn de landbouwsubsidies een heilig huisje. Maar ook in Amerika, waar Amerikaanse politici met veel boeren in hun achterban te hoop lopen tegen de WTO-beslissing.

Het WTO-besluit tegen de katoensubsidies is niet definitief. De VS kunnen nog in beroep gaan, en als ze dat verliezen is er niets of niemand die het land kan dwingen de subsidies daadwerkelijk af te bouwen. Maar duidelijk is dat westerse landen de bui zien hangen; de EU probeert zijn subsidies te hervormen om soortgelijke besluiten voor te zijn. Want na de katoen lijkt de WTO ook andere landbouwsubsidies aan te kunnen pakken. Ontwikkelingslanden zijn daar ongetwijfeld mee gebaat.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden