WSJ.com biedt elke lezer zijn eigen voorpagina

Winst maken doet hij nog steeds niet, hij heeft moeilijke maanden achter de rug, maar hoofdredacteur Neil Budde van de Wall Street Journal-website is ervan overtuigd dat het goed komt....

Gerard Reijn

BIJ alle ellende die de instortende internethype met zich meebrengt, is er altijd nog één hoopgevende zekerheid: de winstmakende website van de Wall Street Journal.

Neil Budde, hoofdredacteur van WSJ.com, glimlacht ontwijkend boven zijn eerste kopje koffie van die dag bij het aanhoren van dat imago. 'Er zijn inderdaad maanden geweest dat we quitte draaiden', probeert hij de mythe nog even in stand te houden, om hem dan toch maar door te prikken: 'We maken nog steeds geen winst. Maar als de advertentiedip ons niet had getroffen, zouden we nu heel dicht bij winst zijn.'

Weg mythe. En aan het ontbijt in het Rotterdamse hotel New York, waar hij verblijft omdat hij het Nationaal Uitgeverscongres gaat toespreken, zijn we nog niet eens begonnen. Budde ziet er trouwens ook helemaal niet uit als een mythologische figuur. Een bescheiden mannetje. Vriendelijk. Zonder charisma. Maar hij is wel de bedenker, ontwikkelaar en nog altijd de uitgever van een van de meest eigenwijze nieuwssites ter wereld. Niet alleen is het een van de weinige sites waarvoor je moet betalen (59 dollar per jaar), er is waarschijnlijk ook geen ander nieuwsmedium op het net te vinden met zulke lange nieuwsverhalen.

'Mensen denken altijd dat internetbezoekers niet willen lezen. Dat alles superkort moet, in een paar regels. Maar daar is geen enkele aanwijzing voor. Als bezoekers van de site een verhaal aanklikken, zijn ze net zo geïnteresseerd als lezers van de krant. Dus zetten wij alle verhalen van de Wall Street Journal op het net. Soms zijn onze verhalen zelfs langer. Voor de krant moet je weleens inkorten wegens ruimtegebrek, maar dat hoeft bij ons niet.'

WSJ.com heeft in januari onderzoek gedaan naar het leesgedrag van zijn klanten. Dat er in de toptien van meest gelezen verhalen drie voorkwamen over de Federal Reserve Board en de rentestand, was niet verrassend: dat was toen dé topic. 'Maar op de tweede plaats stond een verhaal over Burger King, dat een nieuwe patat had ontwikkeld. Dat was echt een klassieke Wall Street Journal-feature.'

WSJ.com begon in 1993, nog voordat het internet zich begon te ontwikkelen. 'Internet was nog nauwelijks meer dan een netwerk van universiteiten. Wat wij toen voor ogen hadden, was ook niet op internet gebasseerd.'

De Wall Street Journal had altijd al online-systemen, maar die waren alleen te gebruiken door professionele informatiejunks, zoals bibliothecarissen en onderzoekers. Systemen die teksten kaal en kil op het scherm brachten. Systemen die werkten op de inmiddels vrijwel vergeten commando's van DOS.

Budde ontwikkelde op basis van de toen voorhanden zijnde techniek een prototype van een elektronische krant met 'look and feel, stijl, kleur en organisatie'. Er moest een pakket software worden geschreven dat naar de klant zou worden gestuurd, die dat op zijn pc zou moeten installeren. Maar tegen de tijd dat die software klaar was, was internet al van de grond gekomen. De krant besloot daarop alsnog het wereldwijde web op te gaan. 'Dat betekende dat we niet alles konden doen wat we wilden, want de browsers die toen in gebruik waren, waren wel erg simpel.'

Vanaf de introductie stond het vast dat de site niet gratis zou zijn. Ja, de eerste vijf maanden, in de zomer van 1996, om even proef te draaien. 'Wij gaan ervan uit dat wat we de mensen te bieden hebben, geld waard is. Bovendien kunnen we alleen op deze manier een zo rijke en diepe verzameling artikelen en diensten bieden.'

Dat was een principiële keuze, maar wel een die commercieel vruchten afwerpt. 'Omdat mensen voor ons betalen, hebben wij een trouwer en geïnteresseerder publiek. Daarom zijn adverteerders zeer in ons geïnteresseerd.' De inkomsten van de site komen nu voor 40 procent uit de abonnementen.

Dat er genoeg mensen zijn die willen betalen, blijkt uit de cijfers. Sinds de eerste WSJ.com in 1996 is het aantal abonnees gestaag gestegen, tot 470 duizend nu. 'De aardigheid bij online uitgeven is dat als je klantenkring uitbreidt, je kosten nauwelijks toenemen. Als je eenmaal gaat verdienen, gaat het in theorie heel hard.' Vorig jaar had WSJ.com een omzet van 50 miljoen dollar. Hoe groot het verlies is, wil Budde niet kwijt. 'Maar het opgetelde verlies is sinds we in 1996 begonnen, kleiner dan het verlies dat sommige bedrijven per jaar lijden.'

Angst dat de 'papieren' klanten hun dure abonnement inwisselen tegen het veel goedkopere 'elektronische' abonnement, heeft de onderneming niet. 'Er zijn aanwijzingen dat 10 procent van de lezers van WSJ.com omstreeks de tijd dat ze een abonnement namen, hun abonnement op de Wall Street Journal heeft opgezegd. Wij vinden dat een aanvaardbare mate van kannibaliseren.'

Net als iedere andere internetuitgave heeft WSJ.com moeilijke maanden achter de rug. Budde bracht zijn personeelsbestand terug van 250 naar 210 mensen, van wie er ongeveer 70 op de redactie werken. Maar volgens hem trekt de advertentiemarkt weer aan en is het ergste leed alweer geleden. Tijd dus om vooral met de toekomst bezig te zijn.

De website van WSJ.com is nu al niet meer de belangrijkste dienst van WSJ.com. 'We bereiken tweemaal zoveel mensen per e-mail als er inloggen op de website. En er zijn vijf maal zoveel mensen die de krant downloaden op allerlei mobiele apparaatjes dan er op de website komen.' Hij doelt op apparaten als organizers en laptops.

De krant maakt in Amerika al gebruik van mobiel internet. In november gaat dat ook in Europa gebeuren, via de Britse provider Omnisky. Omstreeks dezelfde tijd wordt de website ingrijpend aangepast aan de wensen van de klant.

'We gaan ons nieuwsaanbod personaliseren. Als je alles wilt weten over de media en je de staalmarkt niet zo interessant vindt, krijg je een voorpagina met medianieuws. Elke klant kan straks zijn eigen voorpagina samenstellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden