Wraakgodin op kruistocht

De dochter van RAF-oprichtster Ulrike Meinhof neemt wraak. Niet op haar moeder, maar op de hele linkse beweging in de jaren zestig en zeventig....

Bettina Röhl was 13 jaar oud, toen ze op de radio hoorde dat haar moeder zich had opgehangen in de zwaarbewaakte Stammheim-gevangenis. Ze kon niet huilen.

Nu is de dochter van RAF-oprichtster Ulrike Meinhof 38 en neemt ze wraak. Niet op haar moeder, de herinnering aan haar is ondanks alles te liefdevol. Bettina Röhl heeft de hele linkse beweging in de jaren zestig en zeventig in het vizier. Eén figuur vervolgt ze met een fanatisme dat soms onwillekeurig doet denken aan de rechtlijnigheid van haar moeder: minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer.

Als een wraakgodin is Röhl vorige week opgedoken in het zonnige bestaan van Fischer, Duitslands geliefdste politicus. Ze is er in haar eentje in geslaagd hem aanzienlijke problemen te bezorgen. De anders zo zelfverzekerde minister verschijnt dezer dagen op televisie met diepe vouwen in het voorhoofd. Hij worstelt om zich te verantwoorden voor zijn wilde jaren in de kraakbeweging van Frankfurt. 'Het is heftig voor me geweest, de afgelopen week', bekende hij woensdagavond.

Bettina Röhl haalde foto's van Fischer - vechtend met een politieagent - boven water en rustte niet voor ze in de publiciteit kwamen. Ze is journalist, net als haar moeder, maar niet zo beroemd: na verslaggeverswerk voor de bladen Tempo en Vogue en voor Spiegel-tv werkt ze nu als freelancer. Eigenlijk besteedt ze al haar tijd aan een persoonlijk project: een boek over haar moeder, de RAF en de linkse beweging waaruit het Duitse terrorisme voortkwam.

'Sag mir, wo du stehst', dat komend voorjaar verschijnt bij Kiepenheuer & Witsch, is een afrekening geworden. 'Over mij lag de zwarte schaduw van de RAF, een berg van ideologie, haat, moord, geweld, rouw, negatieve gedachten, doden en onopgeloste problemen, dat was voor mij de erfenis van mijn moeder', schrijft Bettina Röhl. 'Ik haatte mijn moeder. Ik haatte de RAF. Maar ik kon niet weglopen.'

Toen haar moeder dood was, voelde ze desondanks 'die merkwaardige, ijzeren trouw', die haar deed voornemen zich te verzoenen. Het jarenlange onderzoek voor het boek heeft therapeutisch gewerkt. In interviews met voormalige strijdmakkers van haar moeder kwam ze belangrijke zaken te weten. Misschien wel het belangrijkste: dat Ulrike Meinhof haar dochters sterk miste, nadat ze ze in 1970 in de steek had gelaten en in een kamp van de Palestijnse guerrillabeweging Al-Fatah in Jordanië door het zand kroop om zich voor te bereiden op de gewapende strijd met het 'Schweinssystem'.

Tegen een vriendin zei Meinhof dat haar kinderen sterk waren en dat ze erop vertrouwde, dat ze de situatie aankonden. Ze hadden het tenslotte zeven jaar lang goed gehad, in tegenstelling tot de kinderen in Vietnam, die al oorlog en de dood van hun ouders hadden meegemaakt. 'Ze overschatte ons', schrijft Bettina Röhl. 'Voor mij en mijn zuster was het gedrag van mijn moeder als moeder verwoestend (. . .) Wij wachtten.'

In 1995 deed Röhl in een helder geschreven en ontroerend artikel in Der Spiegel uit de doeken hoe het was om Duitslands beruchtste terroriste als moeder te hebben. Bettina en haar tweelingzus Regine, die inmiddels arts is, werden in 1963 geboren. Hun moeder was columniste van het linkse tijdschrift Konkret, hun vader, Klaus Rainer Röhl, hoofdredacteur. De kinderen beleefden een tamelijk ordentelijke jeugd in Hamburg, tot het huwelijk spaak liep en hun moeder naar West-Berlijn verhuisde, waar de studentenrevolte was uitgebroken.

'In de loop van de zomer zette de verwaarlozing van ons kinderen in', schrijft Röhl in een voorpublicatie van haar boek. In het middelpunt van het leven van de steeds radicalere Ulrike Meinhof stond de politieke strijd, voor de kinderen had ze weinig tijd. De tweeling zong op demonstraties de naam van de Vietnamese communistenleider Ho Chi Minh, bezocht de anti-autoritaire 'Kinderladen', leerde wat een kapitalist was en waarom politie-agenten 'Bullen' heten.

Op een dag woonden er opeens twee logees in het huis, Andreas Baader en Gudrun Ensslin, Duitslands eerste terroristen. Ze werden gezocht door de politie en doken onder bij Meinhof. De meisjes kregen op het hart gedrukt dat ze dit niet mochten verraden. Ze moesten de twee 'Hans' en 'Grete' noemen.

Ulrike Meinhof verliet haar kinderen in 1970, toen ze 7 jaar oud waren. Nadat ze Andreas Baader in een gewelddadige actie had bevrijd, begon ook voor haar een ondergronds bestaan. Van Gudrun Ensslin, die haar zoon had verlaten, leerde ze dat je als strijder voor de revolutie ook een streep door de eigen afkomst moet zetten en alle schepen achter je moet verbranden.

Maar Ulrike Meinhof wilde in geen geval dat haar twee dochters zouden worden opgevoed door hun vader, die ze inmiddels als een 'seksistische saloncommunist' beschouwde. Ze regelde dat twee vriendinnen Bettina en Regine het land uit smokkelden. De 'groep' had besloten dat de twee meisjes zouden opgroeien in een kamp voor Palestijnse wezen, waar ze tot strijders konden worden opgeleid.

Na een spannende rit over twee grenzen, waarbij de dochters zich moesten verstoppen onder een deken, kwamen ze terecht op Sicilië, waar ze bijna vier maanden in een kamp voor aardbevingsslachtoffers woonden.

Eerst verzorgd door een Duitse vriendin en later door twee hippieparen.

De jonge journalist en huidige hoofdredacteur van Der Spiegel Stefan Aust, een kennis van Ulrike Meinhof, ving het verhaal op en haalde de bruinverbrande Bettina en Regine prompt weg uit Sicilië.

Nu groeiden de meisjes op bij hun vader. Maar op straat hingen de opsporingsaffiches met de foto van hun moeder. 'Ik herinner me, hoe de kinderen in onze straat het spel Baader-Meinhof-bende speelden. Ze praatten over Andreas Baader en Ulrike Meinhof, alsof dat een soort krankzinnige gangsters waren, die elkaar steeds met pistolen beschoten. Al toen had ik de dringende behoefte, hun uit te leggen, dat dat niet zo is. Dat Ulrike Meinhof een heel normale moeder is geweest, die met ons pizza heeft gebakken', schreef Röhl in Der Spiegel.

Maar normaal zou het nooit meer worden. De volgende keer dat de meisjes hun moeder zagen, was in de gevangenis. Ulrike was dolblij haar dochters te zien: 'Hee, wat zijn jullie groot geworden!' Bettina zat al snel weer als vanouds met haar moeder te praten. Maar ondanks de oprecht liefdevolle toon bleef Meinhof politiek bewust: ze stookte haar dochters op om meer zakgeld te eisen en een kinderopstand te organiseren tegen de strenge ouders van een klasgenote.

Toen Meinhof in de isolatiecel terecht kwam werd het contact verbroken. Röhl weet nog steeds niet of dit noodgedwongen was, of de wil van haar moeder. 'Lieve mama! Wij zijn nu 13 en het is weer kerstmis', schreven de dochters. 'We hebben geen kerstcadeau voor je gekocht, omdat we niet weten wat eigenlijk je smaak is en of je het wel aanneemt. Als je graag iets van ons wil hebben, schrijf ons dan. Je Bettina en je Regine.' Er kwam geen antwoord meer. 'Het ergste was, dat ze voor ons geen afscheidsbrief had achtergelaten', schrijft Röhl.

Nu Ulrike Meinhofs dochter van zich doet spreken, heeft Duitsland opnieuw een kindergeneratie die zich met de daden van de ouders bezighoudt. De felheid die Meinhof en de anderen aan de dag legden bij hun opstand werd veroorzaakt door een diepe verontwaardiging over wat de generatie voor hen in de nazi-tijd had gedaan en vervolgens verzwegen. In feite doet Bettina Röhl nu hetzelfde met de generatie van haar moeder.

Haar boek begint met een citaat uit een column van haar moeder uit 1961: 'Zoals wij onze ouders naar Hitler vroegen, zo zullen wij op een dag naar Strauß gevraagd worden.'

'Hier heeft mijn moeder zich vergist', schrijft Röhl. 'Als ze nog zou leven, zou ik haar vooral vragen naar Stalin en Mao. Ik zou van haar de waarheid willen weten over deze despoten, in wier naam ze de wereld wilde verbeteren.' Heeft Bettina Röhl het in zich woordvoerster te worden van een generatie, die afrekent met het linkse idealisme van de ouders? Ze wil dat heel graag. Het lijkt zeker nuttig, dat iemand als zij erop blijft wijzen dat de moorddadige RAF niet geromantiseerd mag worden.

Maar Bettina Röhl dreigt haar zaak te bederven door haar eenzijdigheid. Haar web-site heeft een aparte link naar Joschka Fischer. In een ellenlange brief aan bondspresident Rau kondigt ze aan een aanklacht tegen de minister in te dienen wegens poging tot moord op een politie-agent in 1976, toen Joschka en zijn links-militante knokploeg demonstreerden tegen de 'moord' op Ulrike Meinhof.

De brief staat vol met felle veroordelingen van alles wat in haar ogen links is, en dat is heel wat. Tot het 'waarheid onderdrukkende mediakartel' dat ze meent te ontwaren, rekent ze zelfs de conservatieve uitgeverij Axel Springer, waarop haar moeder eens een bomaanslag pleegde. Ze schrijft dat het geval-Fischer een 'staatsnoodtoestand' betreft.

Röhl voert haar campagne merkwaardig. Ze verkocht de foto's van Joschka Fischer voor bijna honderdduizend mark aan Stern en Bild. Terwijl ze al in 1973 waren gepubliceerd en de fotograaf ze haar alleen ter beschikking had gesteld voor haar boek. Ze weigerde aanvankelijk televisiebanden terug te geven die ze uit het ARD-archief had geleend. Ze belooft grote onthullingen, die vervolgens niet komen. De fotograaf heeft deze week een kort geding tegen haar gewonnen. Bettina Röhl spreekt nu van een 'complot' tegen haar.

Zo brengt ze haar prille succes eigenhandig om zeep. Ze is vrijwel ondergedoken sinds de door haarzelf gelanceerde publiciteitslawine losbarstte. Iedereen wil haar interviewen, maar ze komt terug op gemaakte afspraken en verschijnt nergens. De artikelen over haar slaan een medelijdende toon aan. 'Eigenlijk is de geschiedenis van Bettina Röhl treuriger dan die van Joschka Fischer', concludeerde de Süddeutsche Zeitung. Wat begon als een indrukwekkende poging tot verwerking van een verstoorde jeugd en een authentiek politiek geluid, is ontaard in een kruistocht met hysterische trekjes, die weinigen serieus nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden