Wraak op eerbiedwaardig verleden

Marien Schouten: Het Vieze Tafeltje, t/m 3 november. Stedelijk Museum Amsterdam, dagelijks 11-17 uur...

WILMA SUTO

Ontsnappingspogingen worden niet op prijs gesteld. De ervaring leert het. Glip tussen de spijlen van het hekwerk door en je wordt onverbiddelijk teruggefloten. 'Omlopen', luidt de boodschap van de suppoost, die zeker is gezegend met ogen in zijn rug.

De beelden van Marien Schouten (1956) dienen gerespecteerd te worden voor wat zij zijn: weerbarstig. De kunstenaar maakt wandreliëfs en bouwwerken in de ruimte, maar hij beschouwt al zijn beelden als schilderijen. En schilderijen mag je alleen in gedachten betreden, zélfs wanneer ze vermomd als hek een hele museumzaal doorsnijden, in het midden over de lengte-as, en zélfs wanneer hun stalen tralies zo ver uiteen staan dat je geen vijl nodig hebt om aan de andere kant te komen.

Schoutens barrières lijken verdacht veel op wraakoefeningen. De welopgevoede meester betoont zich trouw aan de traditie van de moderne schilderkunst, maar kan niet verhelen dat hij een haat-liefdeverhouding met haar heeft. Hij is zo sterk doordrongen van haar eerbiedwaardige verleden dat zijn zicht op de toekomst er door wordt belemmerd. Dit is wat hij zijn publiek aan den lijve laat ondervinden.

Toen Schouten begin jaren tachtig studeerde aan De Ateliers, het prestigieuze opleidingsinstituut waar hij inmiddels zelf les geeft, werd daar 'de zuivere vorm' gepredikt. Nog immer lijdend onder die 'morele druk van het modernisme', vervolgt Schouten sindsdien een weg vol obstakels.

Hij doet dat doelbewust, mag je aannemen, want nu hij de kans kreeg aarzelt hij niet zijn 'Schoutenstraat' in een grote lus door het Stedelijk Museum in Amsterdam te laten lopen. Op die route hindert hij op zijn beurt het publiek met de kunsthistorische kennis die hem dwarsboomt.

Vermoedelijk zweeft het weidse wit van Robert Rymans schilderijen Schouten voor ogen als een zuiver, onmogelijk meer te evenaren licht. Daarin baden stellig de rechthoeken en kubussen van Donald Judd: pure vormen, waar geen kunstenaar nog een nieuwe wending aan kan geven zonder zich eraan te stoten. En de rechte lijnen van Piet Mondriaan, niet te vergeten, kondigen de crisis aan. Zijn onnavolgbaar uitgebalanceerde rasters van verticalen en horizontalen werden door de jongere collega, schijnbaar van pure arremoei, tot tralies getransformeerd.

Toch is de 'Schoutenstraat' in het Stedelijk Museum geen doodlopende weg, maar eerder een haarspeldbocht van verleden naar heden en andersom: knap geconstrueerd, een beetje al te gekunsteld zelfs om er onbevangen van te kunnen genieten, maar wel imponerend, en bij vlagen zowaar even avontuurlijk als een ridderroman.

De onontkoombare hekken die Schouten ontleende aan het lijnenspel van zijn voorvaderen, zijn zo zwaar dat ze herinneren aan middeleeuws smeedwerk, en meer specifiek aan kerkertralies. Die duistere associatie wordt versterkt door het Bronzen schilderij met bogen (1995/96), dat op een martelwerktuig lijkt. Misschien is deze lege dwangbuis een gedenkteken voor Schoutens artistieke vrijheidsstrijd, maar het dramatische beeld zou evenmin misstaan in een fictief horrorkabinet. Zelfs Twee Lampen (1992) van staal en melkglas, kapitale lantaarns die even verderop voor een zachte verlichting zorgen, schijnen bij uitstek geschikt te zijn voor de opluistering van een onheilspellend verafgelegen kasteel bij nacht.

Hoewel Schoutens relatief traditionele schilderijen minder suggestief zijn dan deze beelden, behelzen ook zij een mysterie dat zelfs onverhuld mystieke trekken aanneemt. Diverse abstract beschilderde doeken zijn verrijkt met houten planken die refereren aan de horizon of aan een vensterbank, maar ook aan een altaar.

Meestal worden deze constructies streng in toom gehouden door een degelijk beslag van metalen banden, maar Schouten zet ook frivole sterren tussen het ijzer: drie op een rij alsof er één verschiet, en nu en dan laat hij een goudglanzend kruis van messing schuin naar voren hellen, als was het de zegenende hand Gods.

De expositie in het Stedelijk draagt de bizarre titel Het Vieze Tafeltje. Blijkens een toelichting aan de museummuur ligt daar een verontschuldiging in besloten, waarvoor Schouten de steun van Mondriaan nodig heeft. Mondriaan zou in zijn Parijse atelier een tafeltje met verf zo'n beetje achter een kamerscherm hebben verstopt. Hij noemde het eens zijn 'vieze tafeltje': hij aquarelleerde er de bloemen aan die hem voor het ergste geldgebrek moesten behoeden.

Het lijkt erop dat Schouten als kunstenaarsleerling zodanig werd geïndoctrineerd door 'het reductionistische denken', dat hij nog steeds moet wennen aan zijn eigen artistieke uitspattingen. Vorig jaar werden in Maastricht drie door hem ontworpen kerkramen onthuld met voorstellingen van kruisen en, jawel: leliekelken.

Zover durft Schouten in het Stedelijk niet te gaan. Geen bloem die het publiek verblijdt. Wel plaatste de kunstenaar tegenover zijn zware traliewerk een elegante constructie van rasters die geen rasters meer zijn, maar simpelweg decoratieve hekken in de neogothische traditie. Deze hemelse hekken onthalen de toeschouwer. In de toekomst vinden ze hun plaats in de Amsterdamse Majellakerk; nu markeren ze de doorgang tot Het Vieze Tafeltje.

Wilma Sütö

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden