Wraak, daar gaat het over! Toch? ?Mooi is hun levenslust?

Maar liefst vijf Romeo en Julia-ensceneringen zijn dit seizoen te zien. Om de hartstocht? Om de taal? Omdat je met het stuk zo ‘lekker actueel’ kunt inspelen op de grotestadsproblematiek?...

‘Ehhhm. . . Ja* Nee* Iets met een familievete? Speelde ’t niet in het Italiaanse dorpje Montague? God, m’n hoofd lijkt wel een kapotte televisie: alleen maar grijze sneeuw. Ja, het is zo’n verplicht nummer op school, maar waarover het nu precies ging? Misschien was ik toen al een cynicus, maar ik weet wel dat ik het niet bepaald overtuigend vond. Twee geliefden – schoten ze elkaar niet dood? Of was het iets met gif? Of een slaappil? Die niet werkte? West Side Story, dat herinner ik me wel: straatbendes. Ergens zie ik Leonardo DiCaprio voor me. ‘Romeo and Juliet?’ Ach. Een icoon is het. Een nep-icoon eigenlijk. Net zoiets als Osama bin Laden, inmiddels. Wraak, daar gaat het over! Toch?’

Enfin. Nog nooit zo’n gestamel en geklungel meegemaakt als op het toneel van de Rotterdamse Schouwburg laatst. In het kader van het festival De Internationale Keuze stond daar het New Yorkse gezelschap met de (ook al weer wat verwarrende) naam Nature Theater of Oklahoma. Met hun Romeo and Juliet, vrij naar William Shakespeare. Een heerlijke, maffe perfomance voor een acteur met macho-trekjes en een actrice met een quasi onschuldig uiterlijk.

Om beurten, en ten slotte dan maar met vereende krachten probeerden ze zich het Romeo-en-Julia verhaal voor de geest te halen. Vijftig telefoongesprekken waren eraan vooraf gegaan, met personen die allen onverwacht de vraag werd gesteld: Romeo en Julia, mensen, waar ging dat stuk ook al weer over? Niemand die met een duidelijk antwoord kwam. Het gebazel werd opgenomen op band en vervolgens ‘real time’ afgespeeld in het oor van beide acteurs, die het ter plekke op toneel reproduceerden. Hoe ontwikkelt een vage herinnering aan een klassieker zich in je hoofd? Wat gebeurt er als verbeelding het overneemt wanneer feiten vervagen, en hoe laat dat proces zich vangen in taal?

Het leverde boeiende momenten op daar in het theater, waar ook het publiek zich die avond niet onbetuigd liet. Romeo en Julia, dat ken je toch? Of niet? Pas aan het einde, op het moment dat de acteurs gehuld in duister, in prachtig Shakespeariaans Engels de befaamde balkonscène ten beste gaven, werd het weer muisstil. Ja: dat is Romeo en Julia. God, wat mooi.

En geliefd, bij theatermakers en bij het publiek. Een van Shakespeares meest gespeelde, geïnterpreteerde, geherinterpreteerde, bewerkte en/of verfilmde stukken is het. Om een paar beroemde voorbeeldend aan te halen: als ballet (Sergej Prokovjev/Kirov Ballet, eind jaren dertig) biedt het nog steeds inspratie voor nieuwe choreografieën; als West Side Story schreef het eind jaren vijftig (musical- en) filmgeschiedenis, voor cineast Franco Zeffirelli markeerde Romeo en Julia in 1968 zijn doorbraak. Baz Luhrmann maakte een versie met Leonardo DiCaprio en Claire Danes (1996), John Madden bewerkte het stuk tot Shakespeare in Love (1998). In Nederland kwam Ola Mafaalani een paar jaar terug met een bejubelde tango-variant bij Toneelgroep Amsterdam, Theo van Gogh maakte er de televisieserie Najib en Julia van, over een Marokkaanse pizzakoerier en een Haags hockeymeisje.

En nu is het weer raak: die van het Nature Theater of Oklahoma was de eerste in een reeks van liefst vijf Romeo en Julia-ensceneringen dit seizoen. Om de hartstocht? Om de taal? Omdat je met het stuk zo ‘lekker actueel’ kunt inspelen op de grote stadsproblematiek met haar multiculturele issues? Immers: onvoorwaardelijke liefde tegen de achtergrond van strijd, of het nu tussen landen (Balkan, Kaukasus), bevolkingsgroepen (Amerikaanse Polen versus Puertoricanen), families (arm-rijk) of straatgangs is, ‘Romeo en Julia’ lijkt zich bij uitstek te lenen voor de verbeelding ervan.

‘Daarover hebben we natuurlijk wel gesproken’, zegt Vlaming Frank Albers die een nieuwe vertaling maakt voor het Nationale Toneel. ‘In België zagen we laatst een Vlaams-Waalse versie, goed, het kan. ‘Onze’ Romeo, Marwan Kenzari, is van Tunesische afkomst. Maar Romeo goes ethnic? Nee, ik denk dat je Shakespeare daarmee vreselijk zou verengen. Daarbij is het toch al vaak gedaan. Ik geloof ook niet dat er, juist in dat opzicht, sprake is van een ‘revival’ van het stuk, het is eerder een kwestie van ongelukkige programmering.’

De voorstelling van het Nationale Toneel onder regie van Johan Doesburg zal eerder een poëtisch-literaire zijn. Albers: ‘Je moet het niet te erg invullen. Momenteel ben ik wel bezig de ouverture te bewerken. Die eerste zeventig à negentig regels zijn eigenlijk niet te spelen: wat een jongetjesromantiek, wat een geschmier.’

Het gaat dan om de beginscène waarin Romeo loopt te dagdromen over een ander, eerder meisje: Rosaline. Rosaline is niet geporteerd van zijn avances en Romeo lijdt hevig onder zijn (vermeende) liefde.

‘Ik dacht wel even: wat een eikel’, zegt Gijs Naber (28) die bij het RO Theater Romeo speelt. Nabers lange haar is afgeknipt, tot een cute koppie, beetje model Leonardo. ‘Wat een aansteller, tsjongejongejonge. Eén keertje afgewezen, en dan dít. Maar op gegeven moment kom je er achter dat er wel meer in zit. Het stuk groeit nog met de dag, en mijn personage ook. Gelukkig.’

Het RO, onder regie van Alize Zandwijk is druk aan het repeteren, aan het puzzelen nog, aan het zoeken. Regelmatig dat ze uitroepen: jongens, waar gaat dit in hemelsnaam over! (Nee, ze hebben het Nature Theater of Oklahoma niet gezien.)

Zandwijk zag in Romeo en Julia zeker mogelijkheden voor een ‘stadsproject’, aldus Naber, ‘een stuk als vertaling voor een stad, het leven in een stad’ – een thema dat het Rotterdamse gezelschap na aan het hart ligt. ‘Rivaliserende partijen, strijd om ruimtes en gebieden, de spanning die in de stad leeft – het paste wel. Urban, nou ja, dat is dan weer zo’n hip woord* maar er doen wel dansers mee in onze voorstelling, een groep van zo’n vijftien à twintig man van een hiphopschool in Rotterdam. Zij nemen het stadsleven mee, verhalen van buiten. En een heel andere energie.’

Wat zij gaan laten zien, zegt Naber, is geënt op het fenomeen Clowning & Krumping, geïnitieerd door een Amerikaan die bedacht dat straatjongeren hun agressie kwijt zouden moeten kunnen anders dan door elkaar met vuisten of erger te lijf te gaan. Het begon met ‘clowning’ een energieke manier van dansen die een en ander een beetje moest relativeren: de dansers gingen geschminkt door de stad, als, inderdaad, clowns. Er ontstond al vrij snel een grote groep volgelingen en daarbinnen weer de ‘krump’-beweging, een danswijze die iets ‘agressiever’ van uitstraling is, maar geenszins op vechten gericht: het gaat er om de ander te verslaan in snelle, krachtige moves.

In het stuk zitten nogal wat ‘vechtscènes’ waarover iedere regisseur zich het hoofd breekt: er wordt wel gemompeld dat een Romeo en Julia valt of staat met het goed ensceneren van juist die gedeelten. Bij het RO wordt nu gekeken hoe die specifieke dans hierin te passen valt.

‘Maar er zit meer in Romeo en Julia dan de ‘straatthema’s’, daar zijn we nu druk mee bezig. ‘Mijn’ Romeo is iemand die wordt geleid door oerdrift. Hij is voor niets en niemand bang in zijn wens om alles uit de liefde te halen dat erin zit. Het is de emotie van ‘het moment’ – maar wel oprecht. Julia is iets berekenender misschien, maar bij haar zit het ook. Zo flirten ze beiden met de dood: niet als uitweg, maar als een ultiem samenzijn. Als hoogst haalbare punt waar je terecht kunt komen met elkaar. Daarop focussen we nu met de groep: de doodswens.’

‘Het mooiste vind ik hun levenslust, hun brutaliteit’, zegt regisseur Marcus Azzini. Op het toneel van het IJsselsteinse Fulcotheater staat een soort circustent, met in grote aan- uitfloepende neonletters ‘ROMEO JULIA’ (compleet met verbindingshartje). Op het toneel ook: vijf acteurs, allemaal mannen, van gezelschap REP (Rick Engelkes Producties). Romeo over Julia zoals deze bewerking heet, gaat onder meer over vijf acteurs die met alle geweld Shakespeares Romeo en Julia willen brengen. Dat is een droom, daar gaan ze voor. En het geloof in hun project, het ‘geloof en vertrouwen dat je alles kunt doen waartoe je je zet’ – dat is waar het voor Azzini (37) over gaat in dit stuk.

Het is zijn Shakespeare-debuut. Azzini baseert zijn enscenering op Shakespeare’s R & J van de Amerikaanse auteur Joe Calarco. In diens versie zijn het kostschooljongens die R & J doen, bij REP dus ‘gewoon’ vrienden. Maar ze doen Romeo en Julia, het stuk blijft overeind. In het begin spelen de vrienden alle rollen, in het tweede gedeelte nemen Johnny de Mol (Romeo) en Tim Murck (Julia) het verhaal over.

‘Noem mij een romanticus, maar ik geloof dat alles in het leven mogelijk moet zijn. Die ene liefde, dat ene stuk dat je op toneel wilt zetten, echte vriendschap, tussen die mannen. Daarop concentreer ik me. Dat vond ik interessant aan Calarco: het verhaal wordt verteld door die jongens en daardoor gaat het verder dan de kalverliefde van jongen-ontmoet-meisje. Of de interpretatie van: hier staan twee families tegenover elkaar. Of: we doen maar weer eens een blanke Romeo en een zwarte Julia, of andersom. Ik begrijp wel dat het stuk zich daartoe leent, maar dat is vaker gedaan. Ik wilde ook echt Shakespeare, heb Janine Brogt voor een nieuwe vertaling gevraagd. En nee, dat wordt geen straattaal. Bij mij geen personages die elkaar ‘dissen’’.

Bij theatergroep ZEP is dat dan weer wel aan de hand. Romeo wordt er even van verdacht een ‘player’ te zijn, die wil ‘scoren’ in Rome en Juli’s Posse. ‘Je moet toch wat concessies doen aan een publiek dat niet gewend is aan theater’, zegt regisseur Peter Pluymaekers (40+ ‘ ik moet jong en hip zijn anders verlies ik m’n subsidie’) op schertsende toon. ‘Serieus: mijn uitgangspunt is: hoe maak ik een klassieker interessant voor jongeren.’ Zijn voorstelling, vlot muziektheater met de feel van West Side Story, mikt op 16+. Voor jongeren – van geest, voegt hij eraan toe; bij een vorige enscenering zat er een dame van zeventig mee te swingen.

Wel opmerkelijk als aan het begin van het seizoen blijkt dat je moet ‘concurreren’ met vier andere, waaronder eentje van een groep genaamd REP, die, anders dan ZEP, niet doet aan rap. ‘Theaters programmeren toch graag gedifferentieerd. Nog een Romeo en Julia? Dat merk je wel.’

Maar voor pubers is het een aantrekkelijk thema, de liefde. ‘Het is het moment van de eerste vlinders in je buik, en zo. Daarmee hoop je iets te doen dat verder gaat dan puur amusement’. Inderdaad zit een Leidense schouwburgzaal op een willekeurige maandagavond op ‘pikante momenten’ lekker hardop mee te leven.

‘Ik zou zelf soms wel wat meer stilte willen, in opmaat naar het tragische. Maar dat is moeilijk. We mikken op een intercultureel publiek, ook via herkenbaarheid. Veel jongeren zitten vandaag de dag in een gang, waar je vroeger een vriendenclubje had. We blijven dicht bij het Shakespearse rijm want dat leent zich goed voor onze rap. Shakespeare zelf gebruikte trommels, cimbalen, tamboerijnen in zijn voorstellingen. Volksschrijver als hij was, moest hij die tweeduizend man in zijn Globe Theatre vermaken. Dat ging deels volgens dezelfde principes die wij nog steeds hanteren: je gaat uit van een korte concentratieboog bij het publiek. Dat is voor de acteurs wel eens lastig, maar je wilt toch niet dat de zaal denkt: Shit, daar heb je die zeikerd van een Romeo weer met z’n gelamenteer. Uiteindelijk wil ík denken: ‘ja, die kids hebben wel mooi Romeo en Julia uitgezeten!’

Kwaliteit geeft het stuk noodzakelijkheid: goed spelen op basis van een goede tekst, aldus vertaler Frank Albers andermaal. Dan verantwoordt Romeo en Julia zichzelf. Maar zie die tekst maar eens zo goed te krijgen. ‘Shakespeare excelleert ook hier weer in woordspelingen en -grapjes die je onherroepelijk verliest. Dat is onvriendelijk voor vertalers, wreed. Ik dacht nog even dat het misschien mee zou vallen, maar nee, het is een hels en duivels stuk, qua taal en complexiteit. Julia, zij is gewoon een kleine taalfilosofe :

‘What’s in a name? That which we call a rose

‘By any other name would smell as sweet

‘Dat stelt allerlei kwesties aan de orde aangaande het arbitraire van taal. Nou hoeft ’t geen academische oefening te worden, maar je blijft puzzelen, ook aangaande inhoud. Neem het meisje zelf: in de vroegere Italiaanse versie is ze nog achttien, Shakespeare heeft haar verjongd naar een dertienjarige. Ze is gewoon een Lolita bij hem, een Lola avant la lettre. Zij is een doortrapte slet, zo je wilt. Je kunt er van allerlei romantiek in lezen, maar er is zeker sprake van onversneden geilheid, dat mag in een vertaling best naar voren komen.

‘Ikzelf ben niet hondstrouw, maar ook niet baldadig. Ik overleg met de dramaturg, en in zekere zin ook met de vertalers die me voorgingen: Burgersdijk, Courteaux, Komrij en Claus. Zo is het een hinkstapsprong-beweging, een estafette door de generaties heen. Ik streef naar helderheid, immers: de toeschouwer heeft geen toegang tot voetnoten. Helder zonder te verraden. Niet gaan invullen, want dan ga je vernauwen. De interpretatie is aan de kijker.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden