Wow!

De jaren zeventig, dat was het decennium van Tony Manero en John Shaft, van wijde pijpen en afro-pruiken. Althans, dat wil Hollywood ons doorgaans doen geloven....

Er hoeft maar een feestje te zijn of Floyds vrouw ligt aan de rand van het zwembad te neuken. Met twee, drie mannen tegelijk. Altijd en overal seks - dat moet toch kunnen?

Het kan. Totdat Floyd op een eindejaarsfeest in 1979 zijn gevoel laat spreken. Zijn vrouw en haar minnaars krijgen een kogel door hun kop gejaagd. Daarna schiet hij zichzelf overhoop.

Goodbye seventies! Welcome eighties!

In Boogie Nights (1997) van Paul T. Andersson eindigen de jaren zeventig met een kater. Op de rand van het decennium maken de protagonisten de balans op. Een negatieve balans. Vrije seks, cocaïne en disco hebben geen geluk gebracht, en porno is ook niet meer wat het geweest is; 'de kunstvorm van de nieuwe generatie' is verworden tot videohandel in piemels, vagina's en andere lichaamsopeningen. Love and peace? Geld en business zal je bedoelen!

Wie aan de jaren zeventig denkt, denkt aan rood-bruine gordijnen, The Osmonds en mannen in nauw sluitende pakken. Zij dansen, met de kraag van hun felgekleurde overhemd over het jasje, op schoenen met blokhakken de nacht door, dames in hotpants om hen heen zwermend, terwijl serveersters op rollerskates, cocktails in de hand, flirten met jongens die doen alsof ze Al Pacino zijn.

Partytime! Zelfontplooiing is het devies. Iedereen mag meedoen. Arbeiderskind Tony Manero wordt in Saturday Night Fever de koning van het danspaleis, en de zwarte politieman John Shaft schopt het tot een 'sex machine with all the chicks'.

Tenminste; dat is wat Hollywood ons doet geloven. Want waren de seventies wel zo'n feest? Was Deep Throat ingrijpender dan het linkse geweld van de Rote Armee Fraktion?

Het is waar - Farah Fawcett-Majors prijkte aan de muren van jongenskamers, zoals Peter Frampton in de meidenkamers was te vinden. Maar hun smile, een bron van licht tegen de doorgaans met kurk beplakte muren, contrasteert met de werkelijkheid van die jaren, die bol stond van gesneefde idealen.

De jaren zeventig moesten verder waar de dromen van de swinging sixties ophielden. Wereldvrede bleek een luchtkasteel te zijn, Fred Oster groeide uit tot volksheld, de tuinbroek beheerste het modebeeld, het woord malaise domineerde de politiek, en de Bijlmer gold als hét woonideaal. 'The 50's were grease/ 60's were grass/ 70's are gross', stond op Amerikaanse T-shirts te lezen, gedragen door tieners die zeker wisten dat ze een jaar of tien te laat waren geboren.

Woongroep

Op de overblijfselen van het hippiedom steunt Together van de Zweedse filmmaker Lukas Moodysson, waarin de mythe van de jaren zeventig als een groot feest wordt gekielhaald. Together benadrukt, anders dan zijn equivalenten uit Hollywood, het politiek bewustzijn van het decennium. En laat daar weinig van heel. Normen en waarden - verboden woorden, destijds - zijn in de door Moodysson geschetste woongroep facultatief. Wie zin heeft in zijn blote kont door de keuken te lopen ('ik heb een ontsteking, die moet doorluchten'), doet dat. De huisgenoot die daarvan iets waagt te zeggen, krijgt het aan de stok met de 'demokratiese' praatgroep.

Lukas Moodysson laakt de oprechtheid van woongroepen en aanverwante Marxisten. Hij toont hun zelfgenoegzaamheid door kinderen te laten juichen als in 1975 de Spaanse dictator Franco overlijdt. 'Franco is dood!', kirren achtjarigen, daartoe opgepord door hun vaders en moeders dan wel types die zich daarvoor uitgeven. Wie Franco is, waarom hij als fout te boek staat - niemand rept er met een woord over. Foute mensen zijn er als markering. Juichen om de dood van de Spaanse generaal bevestigt de eigen positie aan de goede kant van de streep.

Armani

Together is de nieuwste in een lange rij van producties die samen de jaren zeventig reconstrueren. De seventies werden de afgelopen jaren belachelijk gemaakt (Austin Powers), van hun glans ontdaan (The Ice Storm, Summer of Sam, The Virgin Suicides), tot grap vermalen (Charlie's Angels) en met moralisme overgoten (Studio 54).

De levensloop van John Shaft is tekenend voor de ontmanteling van het tijdsgewricht. De zwarte cop, oorspronkelijk gecreëerd om het zwarte publiek van de jaren zeventig te behagen, werd geparodiëerd in hiphop-teksten. Vervolgens kwam de adoratie (door Quentin Tarantino en gevolg), waarna de definitieve inkapseling snel een feit werd: Shaft heette in de remake van 2000 een neef van John Shaft te zijn, die in een Armani-jas een racist opjaagt en het daar zo druk mee heeft dat hij niet óók nog eens de vrouwen kan plezieren. De eigenwijze politieman, in 1971 nog een geestverwant van Mohammed Ali en Malcolm X, werd een eendimensionale actieheld. Politiek en seksueel onschadelijk gemaakt, zoals het een product voor een brede markt betaamt.

De grootste seventies-successen, Austin Powers: The Spy Who Shagged Me (1999) en Charlie's Angels (2000), ontkennen de politieke betekenis van de jaren zeventig. Geheim agent Austin Powers, behept met een ontembaar libido, steekt de draak met de seksuele revolutie. Een raket is in zijn universum een raket met twee ballen, en vrouwen schieten met scherp vanuit hun tepels.

Ook Charlie's Angels, zelfbenoemde post-feministen, maken de vrijheid belachelijk waar ze zelf van profiteren. Zodra een man verleid moet worden, gedraagt het trio zich met overgave als Playboy-bunnies. Emancipatie? Dat is Cameron Diaz die losgaat op de dansvloer ('Baby got Back'). Haar ledematen zwiepen alle kanten op, smekend om begeleiding van sterke mannenarmen.

Cheesy fun. Wow! Een deuntje van The Village People, gekke zonnebrillen, broeken met wijde pijpen en afro-pruiken erbij en voilà: the seventies are here again.

Woningnood, banenplannen en de strijd tegen het kapitalisme vormen zelfs geen echo in deze verkleedpartijen. De ruige straten van Martin Scorsese's Taxi Driver bestaan niet meer. In het universum van de jaren-zeventigkomedie wil iedereen glanzen. Korte rokken, inkijkbloesjes en strakke broeken - daar gaat het om. 'Weet jij hoeveel leren jassen hier hangen met poppers en cock rings in de linkerzak?', vraagt de garderobevrouw in Studio 54 verbaasd, als een van de discoklanten zijn jas zonder bon wil meenemen.

De schuivende moraal speelt de hoofdrol in The Virgin Suicides (1999), het speelfilmdebuut van Sofia Coppola. Haar verfilming van de roman van Jeffrey Eugenides, waarin vijf meisjes zelfmoord plegen, benadrukt de frictie tussen onschuld en onbekommerd plezier - de tegenpolen waartussen de jaren zeventig klem kwamen te zitten.

Coppola roept de onbestemde sfeer opnieuw op. Haar film schiet heen en weer tussen het optimisme van de jaren zestig en de zakelijkheid van de jaren tachtig.

In The Ice Storm van Ang Lee komt een echtpaar op een sleutelfeest terecht: bij binnenkomst moeten de mannen hun autosleutels in een kom gooien, en na afloop vissen de dames er een sleutelbos uit. De eigenaar is hun minnaar voor de komende nacht. De partnerruil, tegen de achtergrond van het Watergate-schandaal en de aftocht uit Vietnam, leidt tot kilte. 'Je verveelt me. Ik heb al een echtgenoot', zegt een vrouw tegen haar buurman, die na de coïtus een gesprek probeert te beginnen over zijn werk. De jaren zeventig gereduceerd tot overbodige seks en geestelijke armoede.

Blow

Vorige week barstte in Amerikaanse media een discussie los over Blow van Ted Demme, een hitsige film over een drugsdealer (Johnny Depp), die in de jaren zeventig stapels geld verdient én uitgeeft terwijl K.C. and the Sunshine Band het vrolijke leven bezingt.

'Promotie voor drugsgebruik', oordeelden criticasters, die erop wezen dat het tonen van cocaïne-gebruik in deze tijd niet past. Blow ontbeert inderdaad een moralistische les, dát hadden de moraalridders goed gezien. Maar Blow valt om een andere reden meer op. De jaren zeventig zijn er gewoon, zonder dat er iets te lachen of iets te leren valt. De art direction - uitbundige kostuums, fluwelen dekens - is meer dan een waaier van kolderieke kostuums. Sterker: zij staat in dienst van het scenario.

De jaren zeventig als bron van seksueel vertier en geestelijke armoede lijken voorbij. Herkauwd en verwerkt. Dertig jaar blijkt de noodzakelijke tijdspanne om de geschiedenis te verteren. Het wachten is op de eerste bioscoopbezoeker die een jaren-zeventigfilm een kostuumdrama noemt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden