InterviewWouter Koolmees

Wouter Koolmees: ‘Pensioenen zullen naar verwachting hoger, maar onzekerder zijn’

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: veertig jaar werken bij één werkgever en sparen bij één pensioenfonds, ‘dat komt bijna niet meer voor’. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: veertig jaar werken bij één werkgever en sparen bij één pensioenfonds, ‘dat komt bijna niet meer voor’.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Net voor de verkiezingen in maart 2021 komt minister Koolmees met zijn conceptwetsvoorstel over een nieuw pensioensysteem. Wordt het geld uit de pensioenpot, nu ruim 1.500 miljard euro, eerlijk verdeeld over de generaties? En hoe zit het met de risico’s?

In de slagschaduw van de coronacrisis beslecht minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken de loopgravenoorlog over de pensioenen. Tien jaar lang is vruchteloos gesoebat over een grote pensioenhervorming, terwijl de pensioenen niet werden verhoogd en de onvrede onder ouderen groeide. Op de valreep, net voor de verkiezingen in maart 2021, presenteert Koolmees nu zijn grote werk: het conceptwetsvoorstel over een nieuw pensioensysteem. ‘Iedereen mag daar de komende acht weken zijn mening over geven. Opmerkingen verwerken we in het uiteindelijke wetsvoorstel.’

Het conceptwetsvoorstel dat Koolmees (43) publiceert is de uitwerking van het zwaarbevochten pensioenakkoord dat hij met vakbeweging en werkgevers sloot. PvdA en GroenLinks sloten zich daarbij aan, waardoor ook in de Eerste Kamer een meerderheid is voor het akkoord. ‘Het zijn ruim 180 pagina’s over een gigantische opgave. Echt een gigantische opgave. Maar het is stap 1 in het wetgevingsproces, waarover ik al met een reeks organisaties heb gesproken – vakbeweging en werkgevers, organisaties van jongeren en van ouderen, pensioenfondsen, de toezichthouders DNB en AFM, de coalitiepartijen en PvdA en GroenLinks. Nu is het land aan de beurt.’ Koolmees hoopt dat de nieuwe Tweede Kamer het wetsvoorstel tijdens de kabinetsformatie wil behandelen, zodat het op 1 januari 2022 wet wordt.

De noodzaak van de hervorming staat in het wetsvoorstel, maar Koolmees wil die bondig samenvatten. Het huidige pensioensysteem is geënt op veertig jaar werken bij één werkgever en sparen bij één pensioenfonds. ‘Dat komt bijna niet meer voor. Mensen wisselen van baan en pensioenfonds, stoppen een tijdje met werken. En iedereen is zo langzamerhand chagrijnig over het effect dat de rekenrente heeft op de pensioenen. De discussie tussen generaties waar we vanaf willen.’ Met de dagnoteringen van de rente moeten de fondsen nu berekenen hoe zij ervoor staan. Omdat die noteringen de afgelopen jaren gestaag daalden, kwamen pensioenfondsen ondanks mooie beleggingsresultaten er steeds slechter voor te staan.

In 2006, bij de vorige pensioenhervorming, kreeg de rekenrente een nieuwe rol, die later allesoverheersend werd. Dat was door niemand voorzien. Kan zoiets nu weer gebeuren?

‘Daarom is deze consultatieronde zo van belang. Het kan altijd zijn dat er dingen gebeuren die je niet ziet aankomen. Dat is hier vast ook zo.’

Wat gebeurt als de beleggingsresultaten straks jarenlang nihil zijn ? Is het systeem dan houdbaar?

‘Tegen zo’n situatie is geen enkel kapitaalgedekt pensioenstelsel bestand. Of het nu het huidige stelsel is of het nieuwe.’

Wat gebeurt als de vergrijsde, rijke westerse wereld massaal beleggingen gaat verkopen om van te rentenieren?

‘Nou, dan krijgen ze daar geld voor en meestal gaan ze dat uitgeven. Dus dat komt in de economie. Tegenover ontsparingen staan ook groei van de wereldbevolking en stijgende welvaart in landen waar de bevolking nu groeit.’

Wat voor pensioen krijgt een jongere, eind 20, die net een vaste baan met pensioenopbouw heeft?

‘De sommen die zijn gemaakt, laten zien dat naar verwachting het pensioen iets hoger zal zijn dan in het huidige stelsel. Daar hoort wel de waarschuwing bij, de keerzijde van de medaille, dat het onzekerder is. Dat is de uitruil. Jongeren hebben tijd om tegenvallers op te vangen waardoor het per saldo beter kan uitkomen, op zo’n 80 procent van het gemiddeld verdiende salaris. Ouderen hebben minder tijd om tegenvallers op te vangen. Daar zijn waarborgen voor afgesproken, zoals het spreiden van tegenvallers over tien jaar, beleggingsbeleid dat is gericht op meer zekerheid als je ouder wordt. En er komt een solidariteitsreserve die gevuld wordt als het goed gaat en waaruit geput kan worden als het slecht gaat.’

Middelbaren, 45-plussers, kunnen er door de nieuwe premie fors op achteruitgaan. Worden zij allemaal volledig gecompenseerd?

‘Die compensatie vinden we belangrijk. Pensioenfondsbesturen moeten bij de overgang duidelijk maken wat ze doen. We hebben bij alle berekeningen gezien dat er ruimte is voor compensatie.’

Maar worden de middelbaren volledig gecompenseerd of niet?

‘Dat is onmogelijk te beantwoorden. Een 45-jarige die vanaf zijn 20ste bij een fonds zit, is een andere dan de 45-jarige die net binnenkomt. Grosso modo is het de bedoeling dat mijn generatie wordt gecompenseerd. Het gaat om het totaalplaatje dat evenwichtig moet zijn voor alle generaties.’

De totale pensioenpot, ruim 1.500 miljard euro, wordt straks verdeeld over persoonlijke pensioenrekeningen. Garandeert u dat dat eerlijk gebeurt tussen jong en oud, tussen mensen die kort en lang bij het fonds sparen of al vertrokken zijn naar een andere pensioenfonds?

‘Sterker, dat is steeds een uitgangspunt geweest. De uitwerking verschilt per fonds. Het één is een grijs fonds met veel ouderen, het ander een groen fonds met veel jongeren. Het ene fonds heeft een dekkingsgraad van 91 procent, het andere van 120 procent. Het fondsbestuur moet een evenwichtig voorstel doen aan alle belanghebbenden en aan de toezichthouders.’

U verruimt de mogelijkheden om belastingvrij het pensioen bij te spijkeren met bijvoorbeeld koopsompolissen, de derde pijler. Is dat om de kaalslag bij de pensioenopbouw te compenseren?

‘Nee hoor, dat is om de fiscale behandeling tussen het sparen bij een pensioenfonds en het individueel sparen, de derde pijler, gelijk te trekken. Het is puur een belastingvereenvoudiging. Het wordt ook aantrekkelijker voor zelfstandigen om voor hun pensioen te sparen.’

Worden pensioenen van ouderen en pensioenaanspraken van werkenden verlaagd voor de overgang naar het nieuwe systeem?

‘Voor 2021 is er de vrijstellingsregeling – fondsen hoeven de pensioenen niet te verlagen als ze een dekkingsgraad van 90 procent of hoger hebben. Als het wetsvoorstel van kracht wordt, januari 2022 hoop ik, gelden de overgangsregels. Ze moeten bij overgang naar het nieuwe systeem uitkomen op 95 procent dekkingsgraad. Er zijn grofweg vier factoren die een rol spelen: de dekkingsgraad, de premies, het effect van de strengere renteregels en de beleggingswinsten. Als je die factoren tegen elkaar afweegt, is 95 procent dekkingsgraad haalbaar. Maar tegen iedereen die me garanties vraagt, zeg ik dat er nu eenmaal onzekerheid is. We moeten de vinger aan de pols houden.’

Hoofdpunten van de pensioenhervorming

Het pensioen is nu een toezegging. Daarom zijn er strenge regels zodat pensioenfondsen die toezegging kunnen nakomen. Om te berekenen of dat lukt, gebruiken ze de rente. Die daalt al jaren. Daardoor staan pensioenfondsen er slecht voor, ook al halen ze mooie beleggingsresultaten en is er meer geld in kas dan ooit.

In het nieuwe systeem wordt het pensioen onzekerder. Het wordt afhankelijk van de ingelegde premie plus de beleggingsresultaten. Om te laten zien welk pensioen haalbaar is, mogen pensioenfondsen rekenen met een ‘projectierendement’ van 1,5 procent per jaar. ‘In het nieuwe stelsel moet hetzelfde pensioenniveau te halen zijn’, is een voorwaarde die in het voorstel staat. Zo zou na 40 jaar werken met een premie van 30 procent een pensioen van 75 procent van het gemiddeld verdiende loon haalbaar moeten zijn of 80 procent na 42 jaar werken, van de 25ste tot 67ste verjaardag.

De premie wordt niet geheven over het volledige salaris. Over het deel waarvoor de oudedagsuitkering AOW al in het inkomen voorziet, wordt geen premie geheven. Meestal is deze vrijstelling, ook wel franchise genoemd, zo’n 15 duizend euro. Voor hoge salarissen geldt een maximum, nu zo’n 110 duizend euro, waarboven geen premie wordt betaald en dus geen pensioen wordt opgebouwd.

In het nieuwe systeem krijgt iedereen die bij een pensioenfonds spaart, iedere ‘deelnemer’, een eigen pensioenrekening waar de premie wordt bijgeschreven plus beleggingsresultaat. De premies worden wel collectief, als grote pot, belegd. In 2018 werd zo’n 33 miljard euro aan pensioenpremie betaald door werkgevers en werknemers samen.

Iedere deelnemer betaalt premie voor zichzelf. Dat is anders dan nu. Nu subsidieert een jongere indirect de pensioenopbouw van oudere collega’s, zeg de 45-plussers. Omdat die subsidie vervalt, moeten die oudere collega’s wel gecompenseerd worden. Zij hebben de subsidie immers wel betaald maar krijgen die niet. Tien jaar lang mogen pensioenfondsen drie procent extra premie heffen om die ouderen te compenseren.

Pensioenfondsen hebben nu ruim 1.500 miljard euro in kas. Die pot wordt straks per pensioenfonds verdeeld over de deelnemers. Dat wordt een uiterst gevoelige kwestie. Krijgt ieder waar hij recht op heeft, is natuurlijk de hamvraag. De deelnemersraden en de toezichthouder, de Nederlandsche Bank, worden bij de verdeling betrokken. ‘De overstap moet voor alle generaties evenwichtig worden vormgegeven’, staat in het voorstel. Afgesproken is dat alle deelnemers persoonlijk inzicht krijgen in de hoogte van hun te verwachten pensioen vóór en na de overstap.

Het wordt aantrekkelijker gemaakt om zelf te sparen voor extra pensioen met bijvoorbeeld koopsompolissen. Er kan jaarlijks meer belastingvrij opzij worden gezet. Bij uitbetaling wordt dan belasting geheven. ‘De fiscale ruimte in de derde pijler zal aanzienlijk worden verruimd’, aldus het wetsvoorstel. AOW is de eerste pensioenpijler, het pensioen de tweede en de individuele spaarregeling de derde pijler.

Test uw kennis over pensioenen
Door de vergrijzing komt het Nederlandse pensioenstelsel in de knel. Aan minister Koolmees (Sociale Zaken) de taak het probleem op te lossen. Wat weet u over pensioenen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden