Wouter Bos is bindend leider met bindingsangst

De PvdA boekte een grote verkiezingszege en nu wil Wouter Bos graag premier worden. Hij moet dan wel duidelijker positie bepalen, zegt Michiel Zonneveld....

De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen is alweer goed nieuws voorWouter Bos. Zaterdag bleek bovendien uit onderzoek van het bureau Nipo-NSSdat hij voor veel kiezers de favoriete premier is (Voorpagina en hetVervolg, 4 maart). Dat werd dinsdagavond bevestigd in de peiling vanMaurice de Hond voor de NOS.

Nu Bos zich ook zelf expliciet als kandidaat voor die functie naar vorenheeft geschoven, is het tijd de vraag te stellen wat het zou betekenen alshij die post binnensleept. In zijn vorig jaar verschenen boek Dit land kanzoveel beter doet hij weinig moeite de verwachtingen te temperen. Bos wilonder andere een einde maken aan de somberheid over de toekomst, deontevredenheid over de politiek verminderen en Nederland socialer maken.Met een zo hoge inzet is het vervolgens de vraag hoe hij daarin denkt teslagen.

De PvdA-leider licht in zijn boek alvast een tip van de sluier op doorzich te spiegelen aan de coach van het Nederlands voetbalelftal. Marco vanBasten toont volgens hem het soort het bindend leiderschap waar ook hijvoor staat. Het belang van het team zou vooropstaan, ook als dat ten kostegaat van grote vedetten. Teamgeest loont, schrijft hij. 'Het is hetverschil tussen het Nederlands elftal van Marco van Basten, Dirk Kuyt enKhalid Boularouz en dat van Dick Advocaat en Patrick Kluivert.'

Je kan Bos verwijten dat hij wat opportunistisch gebruikmaakt van depopulariteit van een voetbaltrainer (toen Bos in 2002 streed voor hetleiderschap van zijn partij was Joop den Uyl nog zijn grote voorbeeld).Maar er zijn inderdaad enkele treffende overeenkomsten tussen Bos en debondscoach.

Beiden worden gewaardeerd om hun goede contactuele eigenschappen enontspannen werkwijze. In het geval van Van Basten moeten de deskundigenechter tegelijkertijd erkennen dat wat op het veld gebeurt, vooralsnogweinig aantrekkelijk oogt.

In het geval van Bos is het zeer de vraag of bijvoorbeeld het politiekeonbehagen van burgers kan worden weggenomen door een wat andere presentatieof een wat soepelere regeerstijl. Net als bij het voetbal is hetuiteindelijk het resultaat dat telt.

Wat zou er bijvoorbeeld zijn gebeurd als Balkenende en Bos er in 2003wel in waren geslaagd samen een kabinet te vormen? CDA en PvdA waren hettoen bijna eens over een zeer ingrijpend pakket van bezuinigingen.Toenmalig FNV-voorzitter Lodwijk de Waal vond het destijds 'nog erger' danhet beleid van Balkenende I (en dat vond hij al een 'horrorkabinet'). DePvdA was met dat akkoord niet ontkomen aan medewerking aan precies hetsoort ingrepen dat het de afgelopen jaren heeft bestreden.

In de twee andere grote maatschappelijke kwesties die het landverdeelden, de Europese Grondwet en de uitzending van militairen naarAfghanistan, onderscheidde de PvdA zich bovendien inhoudelijk evenmin veelvan het kabinet. De kritiek van de sociaal-democraten concentreerde zichop de presentatie en de procedures.

Zelfs als er met de PvdA in de regering bijvoorbeeld wel minder of nietbezuinigd was, blijft het zeer de vraag of de kiezers nu meer tevredenzouden zijn over 'Den Haag'. Al aan het begin van het tweede paarse kabinet(1998) werd duidelijk dat een bepaald type beleid op zijn einde liep. Sindshet eerste kabinet-Lubbers (1982-1986) draait het in Den Haag om ongeveerdezelfde politieke agenda. De kernwoorden: bezuinigen, marktwerking,deregulering, privatisering en liberalisering.

Het probleem van Paars was dat het programma van Lubbers was afgewerkt.De staatsschuld is allang niet zo'n urgent probleem meer en burgersbegonnen te klagen over een tekortschietende overheidssector, veiligheidop straat en (de gevolgen van) migratie. Het huidige kabinet-Balkenendeheeft nog steeds een onvoldoende antwoord op de nieuwe vragen. Het gaf ookde afgelopen campagne weer hoog op van de hervormingen (WAO, zorgstelsel)die het uitvoert, maar dat klinkt voor veel burgers als meer van iets datze allang niet meer willen.

Uit recent onderzoek van De Hond blijkt dat de meeste Nederlanders ervast van overtuigd zijn dat ze er straks door de verdere liberalisering vande energiemarkt en de huren op achteruitgaan.

Wouter Bos doet wel pogingen een nieuwe richting in te slaan. Hier endaar zet hij vraagtekens bij het geloof in marktwerking en toont hij begripvoor de groeiende onzekerheid van burgers. Zijn boek is een zoektocht naarandere, meer cultureel bepaalde, politieke doelstellingen. In een poginghet verzande debat over normen en waarden vlot te trekken, pleit hij voorhet organiseren van 'lotsverbondenheid' en prijst hij het belang van'teamgeest'. Het CDA wordt nog verder de wind uit de zeilen genomen doorplannen om gezinnen te ondersteunen. Maar al die ideetjes zijn nog slechtshet begin van een dwingend beleidsprogramma van een kabinet-Bos

Nog afgezien daarvan is het de vraag wat het door Bos gepropageerdebindend leiderschap voor betekenis heeft voor zijn manier van opereren. Hetparadoxale is dat hij in zijn fractie nu juist de reputatie heeft van eenpoliticus die zich aan niemand bindt. Geen enkel Kamerlid mag de illusiekoesteren tot zijn vertrouwelingen te behoren en in de PvdA bestaat evenmineen groep die zich afficheert als de Bossianen (zoals je in Engelandbijvoorbeeld de Blairites hebt). Hij lijkt zich nu ook nauwelijks tebemoeien met het opstellen van een nieuwe kandidatenlijst voor de TweedeKamer. Al even hardnekkig weigert hij zich aan mogelijke coalitiepartners(CDA of SP en GroenLinks) te committeren. Zijn onthechtheid verklaart vooreen deel zijn succes.

Een van de redenen dat Bos zich zo makkelijk onder de burgers beweegt,is bijvoorbeeld dat hij gemakkelijk afstand neemt van zijn partij en haarstandpunten. Maar nu Bos al bijna vier jaar de PvdA leidt, is dat niet meerzo geloofwaardig.

In de discussie over de keus van de coalitiepartners kan hij evenmin derol van onthechte buitenstaander blijven spelen. Tot nu toe kon hij nog welvolhouden dat de vraag niet aan de orde was. Het was immers nog een langetijd voor de Kamerverkiezingen van 2007. Hij putte zich liever uit in hetnoemen van alle mogelijke complicaties van regeren met CDA of links. Maarhoe dichter de verkiezingen naderen, hoe lastiger het is de coalitievraaguit de weg te gaan. Zeker de kandidaat-premier moet, omwille van zijngeloofwaardigheid, in staat zijn duidelijk te maken hoe hij wel vruchtbaardenkt te kunnen samenwerken. Een bindend leider kan zich nu eenmaal geenbindingsangst veroorloven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden