Wotherspoon al in olympische supervorm

Aan de voet van de Olympus, waarvan de top al over twee maanden bereikt dient te worden, heeft Jeremy Wotherspoon een uitdaging van historische allure gevonden....

In stijl, en nóg furieuzer dan de concurrentie vreesde, opende Wotherspoon afgelopen weekeinde de jacht op goud. Als eerste sprinter dook hij op de 1000 meter onder de 1.08 (1.07,72) om daarbij tussen de passages van 200m en 600m tevens het snelste rondje ooit geklokt (24,71) op zijn naam te schrijven. Het bracht Wotherspoon sinds zijn première in november 1997 in Roseville zijn veertiende World Cup-zege op de kilometer, zes meer dan Jan Bos. Bos moest zaterdag 1,2 seconde prijsgeven.

Imponerend was de vanzelfsprekendheid die van de recordrace afstraalde. De bijna achteloze slagen waarmee Wotherspoon over de rechte stukken vloog en vervolgens haarscherp langs de blokjes door de bocht scheerde, deden vermoeden dat in zijn benen nog reserves liggen opgeslagen die in februari tot veel grotere explosies moeten leiden. De krampachtige en vergeefse pogingen van Bos en Wennemars om zaterdag in de binnenbocht de controle te bewaren stond daarmee in scherp contrast.

De stilist uit het gehucht Red Deer was zelf amper verrast. Na het twaalfde wereldrecord (2x500m; 7x1000m; 3xvierkamp) uit zijn loopbaan durfde Wotherspoon de stelling te poneren dat op elke willekeurige dag door hem de grenzen verlegd kunnen worden. 'Ik wil niet arrogant klinken, maar deze tijd verbaast mij niet echt. De afgelopen weken heb ik al veel goeie races gereden op matig ijs. Hier staan we op perfect gepoetst ijs. Dan weet je wat er kan gebeuren.'

Wotherspoon denkt dat zijn klasse voortkomt uit de combinatie van twee factoren. Het dagelijks trainen op de magische Olympic Oval in Calgary én de continue prikkeling door bijna even getalenteerde trainingspartners als Casey FitzRandolph (VS) en Michael Ireland (Can). Gedrieën bestormden ze afgelopen weekeinde op zowel de 500 meter als 1000 meter het podium en legden daarbij de lat voor de Olympische Spelen beangstigend hoog. In oktober, toen de rest van het peloton de benen nog moest opwarmen, reden Wotherspoon cum suis in testraces al fabuleuze tijden.

In dat klimaat van kampioenen kan en mag Wotherspoon naar eigen zeggen geen moment verslappen. 'Binnen ons team doen we niks speciaals. Het enige geheim is dat we elkaar scherp houden en motiveren. De ene dag is FitzRandolp een fractie beter, een dag later is Ireland de beste, en weer een dag later ben ik de snelste.' Zijn teamgenoot FitzRandolph: 'Er kan geen twijfel over bestaan wie van ons het meeste talent heeft. Jeremy!'

Ook Wotherspoon beseft dat in Salt Lake City over twee maanden de ultieme bevestiging van zijn status kan volgen. Die missie wordt nog versterkt door revanche-gevoelens die de tweevoudig wereldkampioen sprint (1999 en 2000) heeft overgehouden aan zijn nederlagen in 1998 in Nagano toen de rol van favoriet naar zijn zeggen te zwaar op hem drukte. Op zijn geliefde 1000 meter werd hij toen slechts zesde. In de aanloop naar Nagano was Wotherspoon bovendien te kwistig met zijn krachten omgesprongen.

Trainer Sean Ireland, die na Nagano coach Derrick Auch verving, moet deze winter voorkomen dat zijn pupil opnieuw in de val loopt. 'Ireland remt mij op tijd af. En ik ben mentaal sterker geworden. Ik word niet meer nerveus als een concurrent een supertijd rijdt', zei Wotherspoon. Het bewijs daarvoor werd ook zaterdag geleverd. Nadat FitzRandolp kort voor hem het wereldrecord had aangescherpt (1.08,06) ritste Wotherspoon glimlachend het trainingsjack los en sloeg terug.

Op de hitlijst voor de olympische 500 meter zag Wotherspoon zichzelf ook met stip stijgen, van 2 naar 1 wel te verstaan. Niet eens zozeer door zijn eigen toedoen (2x1ste in 34,85 en 34,66) als wel door de vormcrisis waarmee de doorgaans superieure Hiroyasu Shimizu kampt. De regerend olympisch kampioen uit Japan liep in oktober een rugblessure op, kan daardoor voorlopig geen explosieve trainingen afwerken en bleek als gevolg daarvan afgelopen weekeinde een schim van zichzelf. Shimizu werd 25ste (35,73) en 16de (35,31).

Coach Masahiro Yuki bezwoer dat de 'oude Shimizu' zal terugkeren, maar erkende dat de olympische voorbereiding op Salt Lake City een race tegen de klok wordt. Dat opent voor Wotherspoon de deur naar een slechts eenmaal in de geschiedenis (Eric Heiden 1980) vertoonde sprintshow. Gepensioneerde fenomenen als Boucher (3de en 1ste in 1984) en Mey (1ste en 2de in 1988), alsmede Shimizu (1ste en 3de in 1998) joegen vergeefs op die dubbelslag.

Wakend voor te hoge verwachtingen merkte Wotherspoon op dat in twee maanden nog een lange weg te gaan is. 'Beschouw het seizoen maar als een trap die je oploopt. De eerste tree is genomen en ik ben zeer tevreden. Ik weet waar ik naar toe wil, maar ik zal niemand onderschatten. En Shimizu schrijf ik nooit af.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden