Worstelkwaliteit komt van ver

De worstelcompetitie staat of valt met de inbreng van asielzoekers. Af en toe duikt een talent op, zoals de Iraniër Ehsan Tehrani. Hij werd zaterdag kampioen met Sandow uit Arnhem.

DEN HAAG - Echt goed kent Rudy Kousbroek zijn nieuwste aanwinst Ehsan Tehrani uit Iran nog niet. De baas van Sandow Arnhem neemt vaker worstelaars uit asielcentra op in zijn ploeg. In hun achtergrond is hij doorgaans niet geïnteresseerd. Zo zijn ze er en zo zijn ze ook weer verdwenen. 'Deze jongen lijkt anders. Hij is spontaan, enthousiast en komt elke training. Daar zie ik aan dat hij graag hier wil blijven.'


In de laatste meerkamp van het worstelseizoen verzamelt Sandow zaterdag tegen Simson KDO voldoende punten om de derde titel op rij te veroveren. De Halter en Olympia uit Utrecht hadden ook moeten komen, maar laten het afweten. Onverwacht verschijnt Body Fit, de kampioen uit de B-klasse, met niet de minste worstelaars ten tonele. Zodoende wordt het toch een onderhoudend avondje.


Op de mat showt Tehrani (22) zijn krachtige postuur zonder overdreven spierbundels. 'In de eerste plaats moet een worstelaar fris in het hoofd zijn', zegt hij. 'Pas daarna komt kracht.' Hij is dolblij met het kampioenschap. Zijn optimisme is grenzeloos. 'Ik ken mezelf. Vanaf nu wil ik uitkomen voor Nederland en wereldkampioen worden.'


Worstelen stelt hier niet veel voor, vindt Heinz Massop, 58 jaar en 88 kilo zwaar. Omdat Sandow geen zwaargewichten heeft, doet hij mee in de gewichtsklasse boven 96 kilo. 'We missen een worstelcultuur. De slechtste worstelaars uit voormalig Russische landen en Iran worden in Nederland nog kampioen.'


De Arnhemse veteraan doelt niet op Tehrani. 'Die jongen kan er wel wat van.' Nee, hij kent hem nauwelijks. 'Vroeger gingen worstelaars na een wedstrijd of training samen een biertje drinken. Tegenwoordig gaat iedereen na afloop direct naar huis.'


Ruim vier maanden geleden belandde Tehrani in het asielzoekerscentrum in Dronten. Daar werd hij benaderd door Ali, worstelaar bij Sandow. Hij stemde in mee te gaan naar Arnhem en werd voorgesteld aan Kousbroek. Die zag direct dat hij te maken had met een meer dan getalenteerd worstelaar. 'Hij beheerst een aantal grepen die niet-Nederlands zijn en die ik om de concurrentie niet wijzer te maken niet nader wil toelichten. Daarop heb ik hem direct bij de bond aangemeld.'


Als kind leerde Tehrani al worstelen in het spoor van zijn broers en vriendjes. Als zijn neefje op bezoek kwam gingen de stoelen en tafel aan de kant en werd op speelse wijze op het tapijt geworsteld. Later ging hij met een broer naar een worstelclub, waarvan er in elke Iraanse stad tientallen bestaan. Enkele jaren later werd hij kampioen van Teheran en won een zilveren medaille bij de nationale jeugdkampioenschappen.


Uiteindelijk verliet Tehrani, die zijn echte naam niet noemt, op illegale wijze zijn geboorteland. 'Ik hou niet van het regime daar. Als ik wereldkampioen was geweest zou de overheid me wel hebben laten gaan. Als je je wilt ontwikkelen in een sport, het maakt niet uit welke, moet je gefortuneerd zijn. Het kost veel geld om in een nationaal team te worden opgenomen. Zo veel geld bezat ik niet.'


Natuurlijk mist hij zijn familie, vooral zijn moeder. Hij kan haar niet ontmoeten, maar belt haar wel eens. 'Ik hou van haar. Mijn vader is 20 jaar geleden overleden. Ze heeft acht kinderen groot gebracht. Voor mij was ze mijn vader en moeder tegelijk.'


In het centrum in Flevoland waar hij nu verblijft, heeft Tehrani de sleutel van de sportzaal gekregen. Daar brengt hij de meeste tijd door. 'Anders word ik gek. Ik wil graag werken, maar dat mag niet. Wat de toekomst mij brengt, weet ik niet. Niemand weet wat er morgen gebeurt. Ik maak me geen zorgen.'


Als Tehrani in Nederland mag blijven gaat hij een mooie worsteltoekomst tegemoet, meent Kousbroek. 'We hebben vaker jongens gehad die volop met ons meetrainden en in de bondsselectie terecht kwamen. Dat zou bij hem ook kunnen. Hij zou een aanwinst zijn.'


Of hij volgend jaar weer met een team aan de competitie deelneemt, weet Kousbroek nog niet. Dat hangt ook af of er nieuwe worstelaars in de asielcentra belanden. Want autochtone jongeren zijn nauwelijks in worstelen geïnteresseerd.


'Het begon destijds met één, die wist een ander en zo kwam een kettingreactie op gang. Op die manier zijn jongens met veel worstelkwaliteiten bij mij of een andere club beland. In Kazachstan, Georgië en Tetsjenië is worstelen honderd keer populairder. Het niveau is er veel hoger. Wij zijn blij met die gasten.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden