WORSTELEN MET WILLIAM

Gerardjan Rijnders had ‘helemaal niets’ met de humor van Shakespeare. Tot dit jaar. Dirk Tanghe is al langer ‘verliefd’. Beiden staan ze met een Shakespeare-komedie in de theaterreeks ‘Topstukken’....

Ze kenden elkaar niet. Ja, als theatermaker natuurlijk, maar niet persoonlijk. Een beetje onwennig is het dan ook wel. ‘Ik moet eerlijk zeggen dat ik toch heel nerveus was om Gerardjan te ontmoeten’, zegt Dirk Tanghe (51) op zachte toon half tegen zijn gesprekspartner. ‘Maar: via zijn voorstellingen heeft hij mij iets geleerd, namelijk dat je jezelf mag blijven. Als regisseur, als mens. Dat gaf mij een kick. En dat voel ik nu ook* in deze ruimte.’

Deze ruimte is de foyer op de eerste verdieping van theater De Lampegiet in Veenendaal, waar de twee theatermakers elkaar treffen voor een gesprek. Over hun jongste voorstellingen, waarmee ze zijn geselecteerd voor de Topstukken-reeks van bijzondere producties van dit seizoen; en over Shakespeare als inspirator.

De Lampegiet is de plek waar Tanghe met zijn Utrechtse gezelschap De Paardenkathedraal zijn Midsummernightsdream opbouwt. In 2001 maakte hij furore met deze voorstelling, een uitbundige, kleurrijke enscenering van de sprookjesachtige komedie waarin de liefde in al haar mogelijke en onmogelijke verschijningsvormen centraal staat. ‘Tanghe en Shakespeare, dat vonkt’, constateerden de media destijds andermaal.

‘Ik vind het wel een mooi woordje, hernéming’, mijmert de regisseur. ‘Ik pak, ik néém hem opnieuw, deze Shakespeare.’ Met een paar nieuwe injecties, een aantal andere acteurs en figuranten, maar ‘met hetzelfde geloof in het sprookje’.

Gerardjan Rijnders (58) had daarentegen ‘helemaal niets’ met de humor van de oude meester, maar dezer dagen stort hij zich op As You Like It, compleet met verkleedpartijen en persoonsverwisselingen. Hij nam zelf het initiatief; de tijd was rijp voor een Shakespeariaanse komedie. Medio februari gaat die in première bij het Nationale Toneel, met een relatief jonge acteursploeg.

In al die jaren als artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, en daarvoor in regies bij het Publiekstheater of Zuidelijk Toneel Globe, hield hij zich er verre van. ‘Gerardjan heeft problemen met Shakespeares humor’, merkte kompaan Titus Muizelaar ooit op. Iets dat Rijnders droog beaamt.

‘Ik vond het niet echt om te lachen. Het is vaak cabaretesk: alleen leuk als je weet wat er toen speelde in de samenleving. Veel dingen legt hij meerdere keren uit, voor de verschillende bevolkingslagen – fijn, maar niet voor ons. En neem As You Like It, ergens wordt een opmerking geplaatst over hoe juweliersvrouwen eruit zien: met schoudervullingen. Tja. Daar heb ik dan maar voetbalvrouwen met dikke lippen van gemaakt.’

Toch werd hij geprikkeld, en wel toen hij op de Toneelschool Two Gentlemen of Verona bekeek, een regieproject van studenten. ‘Dat was worstelen met die humor. Je zag ze uitglijden – en dan opeens ging het wél goed. Dan ga je toch nadenken. Hoe komt dat nou, wat is dat met dat rare stuk, dat onmogelijke verhaaltje? Met As You Like It al net zo. Er is iets. De kern vertelt ons iets, en dat is van waarde.’

Tanghe: ‘Jaa...’

Rijnders: ‘In dat opzicht lijken die stukken op elkaar’.

Tanghe: ‘Midsummernightsdream ook, dat vreselijke ding, met al die verhaallijnen*’

Rijnders: ‘Beide spelen ze zich af in het bos. En in het bos, daar gelden de wetten van de *’

Tanghe: ‘*natuur*’

Rijnders: ‘En niet van de samenleving. Daar wordt geëxperimenteerd met seks, met gender, met drugs. Het is een soort vrijplaats. Maar uiteindelijk moeten de personages weer terug naar het gewone leven.’

Tanghe: ‘Ja, het zijn boosaardige sprookjes. Maar ik ben Shakespeare dankbaar dat ie dat speelgoed aanbiedt. Omdat ik er met mijn fantasie mee aan de haal kan. Ik kan de verwarringen van de liefde – en wat dat allemaal betekent, dat woordje: LIEFDE – dat kan ik via William Shakespeare in toneeltekentaal tonen aan mijn publiek.’

Voor Tanghe betekende Shakespeare zijn grote doorbraak als theatermaker. Met zijn Getemde Feeks uit 1987, op de voet gevolgd door een zeker zo eigenzinnige Romeo en Julia, vestigt hij naam als (Vlaamse) regiebelofte van dat moment; een paar jaar later ziet zijn Hamlet het licht.

Als Rijnders in 2003 voor zijn oeuvre wordt onderscheiden met de Prins Bernhard Cultuurfonds Theater Prijs, worden zijn Shakespeare-interpretaties met naam geroemd.

Hij heeft dan net Tim van Athene afgeleverd, een bijna nieuw stuk eigenlijk over de toestand van Nederland in tijden van Pim Fortuyn, maar onmiskenbaar gebaseerd op Timon van Athene uit, pak ‘m beet, 1607.

Rijnders eerste, Troilus en Cressida uit 1981 was een ‘soort anarchistische bom’ aldus de regisseur, zijn Titus – geen Shakespeare!, de rigoureuze bewerking van Titus Andronicus, uit 1988 baarde opzien. Maar voorts ensceneerde hij net zo goed een strakke, ‘bijna klassieke’ Hamlet, een Richard III, een Macbeth.

Rijnders zowel als Tanghe zijn er altijd duidelijk over geweest: Shakespeare moet je gewoon aanpakken; durven bewerken, beknotten, heftig ensceneren, gewaagd spelen.

Zijn grilligheid, zijn totaal niet klassieke manier van schrijven, maakt hem spannend, aldus Rijnders. ‘Anarchie is het! Eindeloze, oeverloze uitwijdingen, vertakkingen van verhalen, figuren van wie je denkt: waar komen die in godsnaam vandaan. Wat dat betreft heb je als regisseur heel veel vrijheid, je kunt alle kanten op, maar dat zijn tevens de valkuilen. Zijn dramaturgische onvolmaaktheid maakt dat je hem een handje moet helpen.’

Tanghe detecteerde al direct ‘veel rommel’ in Shakespeares werk; een hoop ‘zever’ in de Feeks, waar Romeo en Julia bepaald wat heeft van een stationsromannetje. Bewerken dus, of op z’n minst inventief vertalen. En dan blijft hij van grote waarde, ijkpunt in de theaterliteratuur.

Rijnders: ‘Uitgangspunt, denk ik, voor een regisseur. Hij blijft ongrijpbaar en dat is de kracht. Het is ook iedere keer weer afwachten wat ie met jou doet, absoluut. Een van de gevaren nu is dat je de zogenaamde komedies van die man koddig gaat spelen. Daar wordt het oubollig van – oppassen.’

Tanghe: ‘En toch, de klank van Shakespeare, de hartstocht in die vreemde woorden het raakt me, ik kan me daar goed in terug vinden.’

Rijnders: ‘In het wezen van het verhaal wel. Maar er zit zo’n takkenbos omheen.’

Tanghe: ‘Het is een kleurboek, ik houd er wel van om dat helder te krijgen.’

Rijnders: ‘Er is geen een stuk dat ie zelf heeft bedacht*allemaal gestolen, uit andere stukken, overal vandaan gesmokkeld. Ik moet er wel om lachen.’

Tanghe: ‘JA! Maar wat hij wilde vertellen, of hij nu bestond of niet bestond, dat maakt me geen reet uit, ik heb alleen met die tekst te maken – de kern daarvan is universeel. Weet je wat, ik ben eigenlijk stiekem verliefd op die Shakespeare. Hij spoort me toch aan, steeds weer op een bepaald moment in mijn stomme leven, om met acteurs, met medewerkers een verhaal op de scène te gooien.’

Verliefd? Nou nee, zegt Rijnders. ‘Tussen ons is het meer een soort worstelwedstrijd – een die ik graag aanga, overigens. Een gevecht. Er zijn momenten waarop ik hem wel kan sláán. Ik bedoel, de meerderheid van de teksten is geweldig* maar soms zit je met je handen in je haar, voor zover je dat nog hebt: wat moet ik nu met déze scène. Liefst zou je direct gaan schrappen, maar dat is dan weer te makkelijk; je moet wel samen als overwinnaar uit die strijd komen’.

‘Ik vind het dan ook weer leuk om me in hem te verdiepen. Ik kijk naar mijn eerdere ensceneringen, ik lees van alles over Shakespeare; een ‘zelfhulpboek’ van een docente Engelse letterkunde in Oxford, laatst. Met praktische, concrete voorbeelden: wat je van Shakespeare kunt leren. Over risico nemen. Wat jaloezie is. Wat woede is. Zoals anderen de bijbel koesteren, had deze dame Shakespeare ontdekt, als raadgever, als leidraad. Ik vind dat grappig. En ik ga naar anderen kijken, zoals naar Alize Zandwijks Lear. Mooi. Wat ook duidelijk mag zijn, is dat ik nu een heel ander stuk ga maken dan ik pakweg twintig jaar geleden zou hebben gedaan.’

Tanghe: ‘Soms denk ik: Dirk, je valt uit je tijd. Ik moet heel goed weten wat er gebeurt in de wereld als regisseur, want anders...

‘Ik ben bang dat ik oud word. Het feit dat ik mijn ‘Midsummernightsdreampje’ weer zie – ja, dan krijg ik energie om te leven, om te overleven. Ik vind het moeilijk hoor, in de jungle van deze verschrikkelijke wereld... jongejongejonge.’

Rijnders: ‘Ik ga ervan uit dat ik oud bén, en dat neem ik als uitgangspunt voor deze regie. Die mensen bij mij in dat bos, dat zijn oude cynici, tot niets meer in staat dan wat gefilosofeer. De energie komt van de jongeren, die verliefden – en in die energie die daaruit kan voortvloeien kan ik me verheugen.’

‘Ik denk ook niet na over welke Shakespeare ik hierna ga doen – dat heb ik nooit gedaan. Hij zit in mijn achterhoofd en hij komt steeds terug. Dat is een feit. Ik voel het ook als een plicht hem te brengen, als een missie zo je wilt.’

Tanghe: ‘Ik ook. Maar het gaat vanzelf. Hij is als een warme hond die in de mand naast me ligt en zo nu en dan eens blaft: wraff! Pak me, maak me levend, laat me eens een rondje lopen. En dat doe ik. Want zijn materie gaat over de mensen die hier beneden in het theater zitten. Dat moet ik overbrengen, als partituur op het klavier van deze tijd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden