Wordt Omar de nieuwe Holleeder?

In het Marokkaanse circuit vinden verontrustend vaak afrekeningen plaats. Reden voor een debat in een moskee in Amsterdam. 'De gemeenschap kan er niet meer omheen.'

AMSTERDAM - Luid applaus krijgt Fatima Zohra woensdagavond na haar emotionele interventie in de Amsterdamse Blauwe Moskee. 'Schandalig dat jullie hier nu pas zitten. Jeugdcriminaliteit is al jaren een probleem in de Marokkaanse gemeenschap. Pas nu ze elkaar uitmoorden, zijn jullie wakker geworden.'


Meer dan tien Marokkanen zijn het afgelopen jaar omgekomen bij schietpartijen en liquidaties. Van Amsterdam-West tot aan het Tjeukemeer in Friesland, van de snelweg bij Purmerend tot een dancefeest in het Scheepvaartmuseum. Of en hoe al die moorden met elkaar verband houden, is ook voor de politie nog een vraag. Maar het lijkt erop dat het criminele circuit een nieuwe, Marokkaanse tak heeft.


'Nu is er een liquidatiegolf. Nu is het te laat', bitst Zohra. Ze is van Surinaamse komaf, maar heeft het, zegt ze, altijd voor de Marokkaanse probleemjongeren opgenomen.


Haar verwijt aan de organisatoren van de debatavond over 'het toenemend excessief geweld en afrekeningen in het criminele circuit' is niet terecht. Een van de initiatiefnemers, veldwerker Ibrahim Wijbenga, stak al in 2009 de hand in eigen boezem. Hij stelde toen, met een aantal andere professionals uit de gemeenschap, het manifest Stop criminaliteit Nederlands-Marokkaanse jongeren op. De ondertekenaars wilden verantwoorde- lijkheid voor de overlast van Marokkaanse probleemjongeren niet langer van zich afschuiven.


De afgelopen vier jaar is van alles in beweging gekomen, maar duidelijk onvoldoende, vindt Wijbenga. 'Alleen dit jaar al zijn er zo'n tien Marokkanen vermoord. We hebben te maken met liquidaties. Maar ook ruzies worden steeds vaker met geweld, met messen en pistolen, beslecht. De gemeenschap kan daar niet meer omheen.'


Vijf jaar geleden voorspelde de Amsterdamse recherchechef Willem Woelders dat de nieuwe generatie topcriminelen uit Marokkanen zou bestaan. De 'nieuwe Holleeder' zou Omar, Mohammed of Redouan heten. Woelders zag groepen jonge Marokkaanse crimineeltjes doorgroeien. Ze steken steeds vaker de stadsgrenzen over, plegen landelijk grote kraken en schuwen het geweld niet.


Over die nieuwe Holleeders wordt woensdagavond nauwelijks gesproken. Die jongeren zitten te diep in het zware criminele circuit. Die zijn niet meer te redden. Wijbenga vermijdt die verwijzing liefst. Die geeft die jongeren status. Hij wil de Marokkaanse maffia niet romantiseren.


Preventie. Daar moet het debat over gaan, stelt jongerenimam Yassin Elforkani. Hoe kan de gemeenschap voorkomen dat nog meer jeugd afglijdt naar de zware criminaliteit en 'vroegtijdig het leven verlaat'? Een oplossing heeft Elforkani niet. Die moet in gezamenlijkheid worden gevonden.


Zelf denkt hij dat veel probleemjongeren 'een warm nest ontberen'. 'Ze worden nauwelijks gecorrigeerd', daagt Wijbenga uit. 'Stellen ouders wel kritische vragen als hun kinderen thuiskomen met dure mobieltjes en merkkleding. Of in luxe auto's rijden, terwijl ze geen baan hebben?'


Wegkijken

Een jonge vrouw met hoofddoek roept verontwaardigd dat er ook autochtone ouders zijn die wegkijken. Er speelt meer: discriminatie op de arbeids- en stagemarkt, het gevoel door de samenleving te worden 'uitgekotst'. Zij krijgt bijval van voorzitter Mohammed Ourhris van de Islamitische Vereniging Langedijk. Ourhris is vader van zeven kinderen. Vijf doen het prima, twee zijn op het slechte pad geraakt. 'Ze komen uit hetzelfde nest, dus moet er meer aan de hand zijn. Externe factoren spelen ook een rol.'


Een oudere man geeft toe dat Marokkaanse ouders vaak worstelen met de opvoeding, onvoldoende greep hebben op hun jongeren die op straat hangen. Toch denkt hij niet dat ouders meer kunnen doen. 'Wij kunnen niet weten wat in de straatjeugd omgaat. De overheid wel. Die weet alles, maar is te slap, grijpt niet in.'


De Amerikanen met hun PRISM weten alles, de overheid niet, grapt de discussieleider. 'Dat is zo. Wij zijn afhankelijk van jullie', reageert stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud van Nieuw-West. 'We moeten signalen krijgen als ouders de opvoeding niet aankunnen. Kleine brandjes kan je met een glaasje water blussen, grote niet meer.'


Hij bedoelt te zeggen dat een jongere die een iPhone steelt nog te corrigeren valt, mits tijdig wordt ingegrepen. Maar hulp vragen bij de opvoeding is in de gemeenschap nog een taboe. 'Je krijgt meteen het etiket probleemgezin opgeplakt', zegt Mounira (34), een vrijwilligster die sportlessen organiseert voor moeders en dochters. 'Om de meiden van de straat te houden, want die rukken ook op in de verkeerde statistieken.'


Na afloop haakt Mounira in op de 'alarmerende casus' van criminoloog Jan Dirk de Jong, die sinds 1998 onderzoek doet naar straatjongeren. Eerst in Amsterdam-West, nu in Zoetermeer. De Jong geeft het voorbeeld van een 11-jarig meisje uit Zoetermeer dat met stokken insloeg op haar doelwit. Zij rekende erop dat ze op haar leeftijd toch niet zou worden opgepakt. Mounira: 'Nu zijn het de jongens die elkaar uitmoorden. Als we niets doen, zijn het over vijf jaar de meiden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden