Wordt Nederland het afvoerputje van vuile grond uit het buitenland?

Oude zandputten worden gevuld met slib en verontreinigde grond

Nederlandse baggeraars halen op grote schaal slib en vuile grond uit het buitenland om oude zandputten mee vol te gooien, die ontwikkeld worden tot nieuwe natuur. Volgens Natuurmonumenten is dat geen probleem, maar deskundigen zetten er vraagtekens bij. Wordt Nederland het afvoerputje van buitenlandse bagger?

De Koornwaard wordt verondiept. Foto Marcel van den Bergh/de Volkskrant

 In de Koornwaardplas bij Den Bosch ligt de Tyda Kyra uit Werkendam afgemeerd met aan boord 4.000 ton verontreinigd industriezand. De grond, afkomstig van het afgraven van een bedrijventerrein in Zaventem, België, wordt met een grijper uit het ruim geschept en op de bodem van de plas gedeponeerd.

We zijn hier niet getuige van een illegale lozing, integendeel: een vertegenwoordiger van Natuurmonumenten, eigenaar van de plas, staat erbij en kijkt ernaar.

De Koornwaard, een oude zandput uit de jaren zestig, is een natuurontwikkelingsproject. Over een paar jaar moet hier een ondiepe plas liggen, een kraamkamer voor riviervissen als bliek en voorn, met aan de randen moerasjes en oeverwallen waar kokerjuffers en libellen fladderen. Allemaal op verontreinigde grond.

Parijse metrotunnels

Over een artikel in dagblad De Gelderlander ontstond onlangs opwinding. Daarin werd gemeld dat een baggeraar plannen heeft om grond die vrijkomt bij het boren van metrotunnels in Parijs te storten in de Redichemse Waard, een recreatieplas bij Culemborg. De fractie van de ChristenUnie stelde vragen, de Tweede Kamer heeft een debat aangevraagd met minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat.

Dat debat komt laat, want het blijkt al bijna tien jaar gangbare praktijk. Uit (openbare) registers van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat baggeraars op grote schaal baggerslib en vervuilde grond uit het buitenland naar Nederland halen om oude zandputten mee vol te gooien.

Ook de Koornwaard. En dat is volstrekt legitiem en legaal, bezweert Lars Koreman, projectleider van Natuurmonumenten. ‘Het zou wel merkwaardig zijn als wij als natuurorganisatie zouden meewerken aan vervuiling.’ Sterker: de buitenlandse aanvoer is volgens hem hard nodig.

In Nederland zijn honderden zandgaten, erfenissen uit het verleden, waar decennialang materiaal is gewonnen voor de bouw. Plassen dood water tot wel veertig meter diep, waarin nauwelijks leven mogelijk is. Op sommige plekken langs de rivieren worden die oude putten in het kader van natuurontwikkeling ‘verondiept’ – ondieper gemaakt  zodat er weer bodemleven kan ontstaan.

Niet genoeg bagger

Sinds het Besluit Bodemkwaliteit uit 2008 mag daar ook baggerslib en andere vervuilde grond voor gebruikt worden. Het probleem is alleen: er is in Nederland niet genoeg bagger voorhanden om alle zandputten mee te vullen. Volgens een rapport van Rijkswaterstaat uit 2014 is er jaarlijks 6,5 tot 8 miljoen slib nodig om geplande verondiepingsprojecten mee te voorzien. Dat is meer dan er is.

En dus wordt er gebruikgemaakt van aanbod uit het buitenland, zegt Wim Vermeule van K3Delta, het grondbedrijf dat de werkzaamheden in de Koornwaard uitvoert. In omringende landen als België en Duitsland blijven bij bouw- en baggerprojecten grote hoeveelheden grond en slib over waar men geen weg mee weet.

Nederlandse grondbedrijven springen daar gretig op in. Ook bij natuurontwikkelingsprojecten als Over de Maas en De Waaier van Geulen is buitenlandse baggerspecie gebruikt. In de Koornwaardplas is behalve vervuilde grond van verschillende locaties uit België ook slib gestort uit de havens van Antwerpen en Worms (Duitsland).

Dat gebeurt onder toezicht van Rijkswaterstaat, benadrukt Vermeule. Alle grond wordt vooraf gekeurd door bureaus die door Rijkswaterstaat zijn gecertificeerd om te controleren of ze voldoet aan de Nederlandse milieunormen. Bij het storten houden ze precies bij welke partij waar ligt. ‘Als later blijkt dat er met een partij toch iets mee mis was, kunnen we het zo weer opgraven.’ Als de plas ondiep genoeg is, komt er een afdeklaag schone grond overheen.

Win-win

Voor natuurorganisaties is het een win-winsituatie. Aanbieders betalen voor het afvoeren en verwerken van vervuild materiaal. De grond waarmee de Koornwaardplas wordt verondiept is meer dan gratis: Natuurmonumenten houdt er zelfs geld aan over, dat gebruikt kan worden om het project uit te voeren. En natuurlijk strijken grondbedrijven ook hun deel van de winst op.

Niet iedereen is daar even enthousiast over. Het Besluit Bodemkwaliteit uit 2008 was bedoeld om een oplossing te bieden voor overtollig baggerslib uit Nederland, zegt Joop Harmsen, onderzoeker duurzaam bodembeheer van Wageningen Universiteit. Dat Nederland een stortplaats zou worden voor vuile grond uit het buitenland was volgens hem niet voorzien. ‘Misschien is het wettelijk wel toegestaan, maar het was niet de bedoeling.’

Het is ook maar de vraag of het allemaal goed genoeg wordt gecontroleerd, meent Fons Smolders, aquatisch ecoloog van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Het verontreinigde slib ligt diep op de bodem. Als dat uitspoelt, kan het een bedreiging vormen voor de kwaliteit van het grondwater.

Volgens Smolders is het vooral een lucratieve business voor zandbedrijven. ‘Eerst verdienen ze aan het uitgraven van de zandputten, nu aan het volstorten. Dat zijn praktijken die je eerder verwacht in Italië.’

Slib is slib

Dat kan wel zo zijn, zegt Koreman van Natuurmonumenten, maar slib is slib. ‘Of het nou uit het buitenland komt of uit Nederland, dat maakt ons niet uit. Zolang het maar verantwoord is.’ Alle slib is verontreinigd, benadrukt Koreman. Nederlands slib net zo goed als buitenlands slib.

Voor Natuurmonumenten is van belang dat een project voortgang heeft. ‘Als we alleen Nederlands materiaal zouden mogen gebruiken, duurt het allemaal veel langer.’ In de Koornwaardplas is vijf miljoen kuub slib nodig. Na acht jaar storten zijn ze pas op driekwart: 3,5 miljoen ton. Angst dat er straks niet meer genoeg ruimte is voor het bergen van Nederlands slib hoeven we volgens Koreman niet te hebben. Zandputten genoeg. ‘De komende honderd jaar kunnen we vooruit.’

De grond uit de Parijse metrotunnels is K3Delta ook aangeboden voor de Koornwaard. Die hebben ze geweigerd, zegt Vermeule. Niet omdat de grond te vervuild is, maar omdat er natuurlijk gips in zit. Stort je die in de plas, dan kan er waterstofsulfide worden gevormd. ‘Dan krijg je een rotte-eierenlucht.’ Dat vinden libellen niet fijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.