Wordt Libië net als Somalië? Klopt niets van

De gewapende jongens zijn verdwenen uit de straten van Tripoli en elders in Libië. Schoten klinken alleen nog bij bruiloften. Toch leveren oud-strijders hun wapens liever nog niet in.

Zintan! Een van de heroïsche namen uit de Libische burgeroorlog. De stad in het Nafusa-gebergte, 135 kilometer ten zuidwesten van Tripoli, was afgelopen zomer de uitvalsbasis van de rebellen voor hun opmars naar de Libische hoofdstad. Moammar Kadhafi koos schielijk het hazenpad, toen de brigades uit de bergen de stad binnentrokken.


De roemruchte Zintan-militie koestert het imago - samen met de strijders uit de havenstad Misrata - een hoofdrol te hebben gespeeld in het verjagen van de dictator. Maar ook daarna zijn de milities een plaats blijven opeisen aan tafel. Zo weigerden de Zintan-strijders maandenlang de controle over het vliegveld van Tripoli op te geven. En dit weekend arresteerden ze vier medewerkers van het Internationaal Strafhof, die Saif al-Islam (zoon van Kadhafi) bezochten in zijn cel in Zintan.


De mannen van Nafusa laten op een heuveltop bij het stadje Jadu, iets ten westen van Zintan, zien hoe dat ging vorig jaar. Hier boven zaten de thuwar, de opstandelingen, Kadhafi's leger stond beneden, waar een groene, natte vallei uitloopt in een droge laagvlakte. Keer op keer viel het leger aan, maar telkens hielden de rebellen stand, dankzij hun strategische positie in de hoogte.


De mannen wijzen naar beneden: daar, op de vlakte, de plaats Shak-shuk. 'We daalden de heuvel af en veroverden Shakshuk', zegt Ahmed Omer al Haj, een 36-jarige leraar Engels. 'Dat was het keerpunt. Voordien waren we steeds in de verdediging, met Shakshuk gingen we in de aanval. Daar begon onze opmars naar Tripoli.'


Al Haj raakte gewond aan zijn duim tijdens de slag om Shakshuk. Hij had niet eens een wapen, dat bemachtigde hij pas bij de inname van Tripoli. 'Ik heb het geweer nog thuis staan, als souvenir. Bij de bevrijding was de oorlog voorbij. Ik ga weer lesgeven. Er is meer belangstelling dan ooit voor Engels.'


Terug naar het normale leven

Al Haj is exemplarisch voor op z'n minst een deel van de vroegere militieleden. Langzamerhand keren zij terug naar het normale leven, maar hun wapen hebben ze nog niet ingeleverd. Veel anderen zijn nog actief als lid van hun brigade en hopen op een vaste baan bij leger of politie.


Maar de overgangsregering is zwak. Veel gaat moeizaam in Libië, zo ook het integreren van oud-strijders in de veiligheidsdiensten. Niemand lijkt echt de regie te hebben. Lokale militaire raden bewaken de orde in hun gebied, bij gebrek aan een krachtig centraal gezag. Diverse keren hebben oud-strijders amok gemaakt.


Bij menigeen in het buitenland leeft daarom het idee dat Libië een soort Somalië is, een land dat wegglijdt in burgeroorlog. Daar klopt helemaal niets van. Het Libië van juni 2012 is een grotendeels vreedzaam, ontspannen land. Gevochten wordt er niet, behalve die enkele keer dat er wel wordt gevochten.


Gewapende brigades waren tijdens ons vorige bezoek, in oktober, nog overal te zien. De jonge strijders stonden bij de ingang van belangrijke gebouwen, ze bemanden controleposten in Tripoli en daarbuiten of ze reden zomaar rondjes door de stad in hun pick-ups, vol testosteron. Om de haverklap was het geratel van geweervuur te horen, knallen van triomf of balorigheid.


Maar nu: niets van dat al. Vrijwel geen gewapende jongens op straat, in Tripoli noch daarbuiten. Zeker sinds maart is hun zichtbaarheid drastisch afgenomen. Bij de entree van het Radisson Blu hotel zit één verveelde politieman op de rand van een bloembak. Geknal is er alleen nog bij bruiloften. De weg van Tripoli naar Misrata, drie uur rijden, is niet langer een aaneenschakeling van checkpoints. Alleen net buiten Misrata is er paspoortcontrole, als om de vrijgevochten status van de heldenstad te benadrukken.


Misrata oogt weer als een bedrijvige havenstad, als vanouds. Wapens zijn louter nog te zien in het oorlogsmuseum - hoogtepunt van menig schoolreisje - aan de zwaar gehavende Tripolistraat. Er tegenover heeft het glimmende Assweehly Café zijn deuren geopend, met wifi en prima cappuccino.


Ramadan Benruwin, microbioloog en lid van de Lokale Raad van Misrata, geeft toe dat stoere tieners, 'jongens die vinden dat ze Kadhafi hebben verjaagd en dat niemand hun iets hoeft te vertellen', voor de nodige overlast zorgen. Maar zijn collega Ibrahim Safar zegt: 'In de media hebben ze het over wapens. Maar het echte probleem is het verkeer. Iedereen doet maar wat-ie wil tegenwoordig!'


Ook in het Nafusa-gebergte wordt de oorlog steeds meer een herinnering. Het roemruchte Zintan laat zich kennen als een landerige provincieplaats, waar het leven leemkleurig zijn gangetje gaat. Zintan-militie? Geen strijder te bekennen.


In het naburige Jadu is het niet bepaald spannender. In koffiehuis Akakus verbeiden de mannen hun tijd met het kettingroken van sigaretten. Gesprek van de dag zijn de verkiezingen voor een nationale assemblee, die worden gehouden op 7 juli.


Libiërs, maar ook buitenlandse waarnemers, benadrukken dat het verbazingwekkend rustig is in Libië, gemeten naar de chaos waarin het land kort geleden nog verkeerde. Thijs Jeursen, onderzoeker van de Universiteit Utrecht, trof een land aan dat 'veel veiliger' was dan gedacht. 'Alles is veilig, je kunt overal heen reizen', zegt ook Mohamed Ajaj, secretaris van het Libyan Forum for Civil Society.


Inderdaad stuitte de Volkskrant tijdens diverse trips door het land met gewone minibusjes nergens op enig probleem. Het leven lijkt weer back to normalin Libië. Op het Martelarenplein in de hoofdstad staan geen tanks, maar roze springkussens.


'Er zijn hier en daar incidenten geweest, zoals bij het kantoor van premier Keeb. Maar velen hadden verwacht dat het fysieke verzet veel sterker zou zijn geweest. Dat is niet gebeurd', zegt de Amerikaans-Vlaamse hoogleraar Dirk Vandewalle, 's werelds grootste Libië-kenner en tijdelijk adviseur van de VN in Libië. 'Strijders die in de fout gaan, worden gecorrigeerd door hun eigen mensen. De regering lijkt in staat althans een deel van zijn beslissingen uit te voeren.' Met een beetje goede wil is het: twee stappen vooruit, een stap achteruit.


Onder Libiërs en buitenlanders bestaat zelfs begrip voor de onwil van de oud-strijders hun wapens in te leveren. De overgangsregering is zwak, het oude politiekorps is tot weinig anders in staat dan het verkeer regelen op kruispunten, het leger is uitgerangeerd. De brigades vinden het onverantwoord een geweldsvacuüm te laten ontstaan.


Kadhafi-aanhangers

Problemen genoeg. Niet alleen moeten de milities elkaar in toom houden, ook loert nog het gevaar (denken ze) van revanchistische Kadhafi-aanhangers. Langs de grens in het zuiden zijn veel conflicten tussen groepen smokkelaars - Toearegs en rivaliserende stammen. En dan zijn er de 16 duizend gevangenen die vorig jaar in de chaos ontsnapten (of door Kadhafi werden vrijgelaten); onder hen zouden veel straatcriminelen zijn.


'Ik neem de milities niets kwalijk', zegt Abdulmuniem Sebta, zakenman en bestuurslid van de seculiere partij Tahalif. 'Stel je voor dat zoiets in Europa gebeurde: veel wapenbezit, hoge werkloosheid, net een opstand achter de rug, geen wettelijk gezag. En toch voel je je hier veilig en beschermd op straat. Mijn dochter kan gewoon naar buiten.'


'Absoluut!', antwoordt Claudia Gazzini van de International Crisis Group op de vraag of ze zich kan voorstellen dat de thuwar hun wapens liever niet inleveren. 'Ik sprak een militieleider die wanhopig zei: Claudia, ik wil mijn wapen opgeven, maar het is niet verantwoord.'


'Het is moeilijk te generaliseren, maar de meeste thuwar willen terug naar het burgerleven', zegt Jeursen. 'De meeste jongens vonden het natuurlijk prachtig om een wapen in handen te hebben. Eindelijk hadden ze controle over hun eigen leven. Maar op macht zijn ze niet uit.' Het zijn geen guerrillero's die jarenlang in de bush zaten en niet beter weten of het leven bestaat uit vechten.


Het imago van de oud-strijders is een zeer gevoelig punt. Het woord 'militie' is taboe - het is 'brigade' of 'thuwar'. Jeursen: 'Ze vinden het echt verschrikkelijk wat de internationale media over hen schrijven. Ze vinden hun reputatie heel belangrijk. Maar ze hebben geen toegang tot de media en niemand komt naar ze toe om het ze zelf te vragen.'


Dus vervoegen we ons bij de Foursan-brigade in een kazerne bij Mitiga, een klein vliegveld aan de oost-rand van Tripoli. Foursan betekent 'paardrijders', zegt commandant Naser el-Shetwi. De groep komt uit de Nafusa-bergen, met een man of 3.000 deden ze vorig jaar mee met de opmars naar Tripoli.


De bevelhebber is een kleine, vriendelijk lachende man van 44 jaar met een grijs T-shirt, een grijze baard en een broek met hoog water. Wat zijn manschappen nu doen? Weinig. 'Soms een controlepost bemannen, op verzoek van hogerhand.' De meesten slapen gewoon thuis, af en toe hebben ze piket op de kazerne.


Tweederde van de mannen zit nu bij het Supreme Security Committee, een paar honderd hebben gesolliciteerd bij leger en politie, een paar honderd zijn teruggekeerd naar het burgerbestaan.


Dat is ook wat El-Shetwi wil. 'Ik heb vijftien jaar in Engeland gewoond, ik was aannemer in een dorpje in Coventry. Ik kwam naar Libië terug voor de revolutie. Die is nu voorbij. Laat mij maar huizen bouwen. In Tripoli.'


Hoe moet het verder met de milities?


Formeel zijn alle Libische milities nu overkoepeld door een instantie die Supreme Security Committee heet, maar onduidelijk blijft welke rol de SSC heeft, laat staan welke toekomst. Van de circa 75 duizend SSC-leden zal waarschijnlijk een deel overgaan naar leger en politie.


Er is een fonds in het leven geroepen om de thuwar door de overgangsfase te helpen: strijders krijgen eenmalig 2.000 dinar (1.250 euro, gehuwden krijgen het dubbele) plus een maandelijkse toelage van 800 dinar gedurende een half jaar. En daarna? Ook dat is onbekend. De integratie van oud-strijders blijft de achilleshiel van het nieuwe Libië.


De belofte van geld leidde ertoe dat zich veel meer 'strijders' meldden dan de ruim 125 duizend waarvan was uitgegaan. De chaos werd zo groot dat de regering begin mei het loket sloot voor nieuwe toelagen. Daarop werd het kantoor van premier Abdulrahim Keeb aangevallen door militieleden uit de Nafusa-bergen die achter het net visten.


Op 4 juni werd het vliegveld van Tripoli enkele uren bezet door een andere brigade. De mannen waren boos omdat hun commandant een dag eerder zou zijn gearresteerd.


De afloop van dergelijke incidenten is steeds hetzelfde: andere milities grijpen ogenblikkelijk in om hun onbesuisde medestrijders tot de orde te roepen. Echt uit de hand loopt het nooit en op een serieus conflict met het centraal gezag is niemand uit.


'De eerste brigade die de wapens oppakt tegen de regering krijgt meteen de rest over zich heen', zegt Thijs Jeursen, een student conflictstudies aan de Universiteit Utrecht die de afgelopen maanden in Libië verbleef voor zijn masterscriptie over de milities.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden