Wordt ironie niet meer begrepen in Nederland?

Wordt ironie niet meer begrepen? Echt? De Amnesty-campagnes over mensenrechten vormen een welkom tegengeluid.

Jean-Pierre Geelen
null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Messcherpe campagne weer, die advertenties in de krant en spotjes op radio en tv voor Zijne Koninklijke Hoogheid Willem-Alexander, deze dagen op vakantie en staatsbezoek in de schilderachtige en immer vriendelijke Volksrepubliek China. 'Majesteit, vergeet u niet om tijdens uw bezoek aan China, op een gepast moment, al is het maar tussen het toetje en de koffie, rekening houdend met de gevoeligheden, op een tactvolle manier, ook héél even de Nederlandse handelsbelangen aan te stippen?'

Ironie wordt niet meer begrepen, hoor je de laatste jaren wel eens klagen. Maar mensenrechtenorganisatie Amnesty International, van wie ook deze campagne afkomstig is, bedient zich er juist volop van. Niet voor het eerst: tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji riep Amnesty op 'niet te discussiëren over de vrijheid van meningsuiting, homorechten, onafhankelijke rechtspraak, milieuactivisme of persvrijheid.'

Enkele jaren geleden voerde de organisatie campagne voor de kritische Saoedische blogger Raif Badawi . 'Bloggen is slecht voor je rug', luidde de kernzin in de advertenties, met daaronder een foto van een rug met diepe wonden. Foutje: er volgde kort daarna in kranten een 'rectificatie': de blogger was niet veroordeeld tot zweepslagen, maar tot stokslagen. Met sarcastische excuses aan de regering van Saoedi-Arabië.

Of de Saoedische overheid of president Xi Jinping van China erg zullen schrikken van de wetenschap dat Nederlandse billboards volhangen met deze vrije meningsuitingen, blijft de vraag, maar met deze campagne zetten Amnesty en reclamebureau BHV de ironie weer vol op de kaart.

Dat is goed nieuws, in elk geval voor liefhebbers van het genre. Zeggen wat je juist niet bedoelt, en daarmee het tegenovergestelde beweren, het is het instrument van de fijnbesnaarde. Diens geluid is danig verstomd in deze tijden van schreeuwerigheid via Facebook, Twitter en andere kanalen. In de orkestbak van de media (zie onder meer de opera's Oranje, Woerden en Steenbergen), voeren de paukenslag en trompetgeschal de boventoon, piccolo en triangel worden nauwelijks gehoord.

In weekblad De groene Amsterdammer staat deze week een fraaie briefwisseling tussen schrijvers P.F. Thomése en Joost de Vries over ironie. De Vries (32) bestempelt ironie als 'iets voor oudere generaties', ironicus Thomése (57) beroept zich op Richard Rorty ('Wie kent hem nog?'): 'Voor Rorty - ik volg hem in zijn Contingency, Irony and Solidarity - is ironie essentieel voor een democratische rechtsstaat waar mensen zich op intelligente wijze met elkaar verstaan. 'Irony is redescription.' Ironisch denken betekent herformuleren. Nieuwe woorden vinden. Ironie is derhalve sowieso conditio sine qua non voor het schrijven. Maar het is tevens de belangrijkste bouwsteen voor de open samenleving. Zonder ironie raken we verstrikt in de dogma's en propaganda van final vocabularies.'

Denkt u daar maar eens over na.

De Vries reageerde onder meer met een pleidooi om 'iets van betekenis te verzinnen': 'Jij zegt: kies voor relativering. Ik zeg: maar beste Frans, die relativering zit in ons dna, die relativering vergeten we echt geen seconde hoor. We weten zo goed wie we zijn dat we bijna niet meer durven te bedenken wie we zouden willen zijn.'

Dat ik het met Thomése eens ben, is natuurlijk een teken aan de wand: de 30 te ver voorbij. Maar daar gaat het even niet om. Het gaat om de ironie als instrument.

null Beeld anp
Beeld anp

De Amnesty-campagnes vormen een welkom tegengeluid, een eerherstel voor de ironie en, al lenen mensenrechten zich daar slecht voor, het relativeringsvermogen. Toen vorige week Johnny de Mol (36) de Televizier Ring won, wist hij die volstrekt nietszeggende (ja, hij is zo leuk met downies) uitverkiezing toch van enige betekenis te voorzien met zijn dankwoordje. Daarin zei hij dat zijn programma over en met verstandelijk gehandicapten wordt gemaakt met liefde, respect en humor. 'Dat zijn zaken die de laatste tijd ver te zoeken zijn in onze maatschappij. Ik wil deze prijs graag symbool stellen voor meer verdraagzaamheid, meer respect en meer liefde voor elkaar.'

Dat je als maker je eigen integriteit en goede bedoelingen tegenwoordig zelf moet aanstippen, is een wrange ironie. Maar zijn obductie van het maatschappelijke klimaat was juist. Er bestaat een medicijn tegen de verbale diarree en onverholen agressie die via (sociale) media komen bovendrijven, en het heet ironie. Goed dat Amnesty International toont hoe bevrijdend dat kan werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden