Wordt het VK.TV of VK-NRC?

De klassieke media hebben te maken met een dalende markt. Ze moeten concurreren met nieuwe uitingsvormen, terwijl consumenten steeds minder zin hebben voor nieuws te betalen....

Door Eric Arends en Ariejan Korteweg

‘Als wij met dit gezelschap het antwoord weten op de vraag hoe de media er over vijf of tien jaar uitzien’, zegt RTL Nieuws-hoofdredacteur Harm Taselaar, ‘dan richt ik hier ogenblikkelijk een bv op, met iedereen een gelijk aantal aandelen; zijn we over een paar jaar spekkoper.’

Taselaar wil maar zeggen: een rondetafelgesprek met vijf hoofdredacteuren over de toekomst van de media, en die van de Volkskrant in het bijzonder, zal niet zomaar even tot eenduidige conclusies leiden. Daar is te veel voor gaande.

Emile Fallaux (62)

Hoofdredacteur Vrij Nederland. Voorzitter cross-mediale stichting Submarinechannel.com. Eerdere functies: Scenarioschrijver. Directeur Internationaal Film Festival Rotterdam. Eindredacteur VPRO-televisie. Onafhankelijk producent/regisseur in VS. Oorlogsverslaggever in Azië. Interim-hoofdredacteur vrouwenblad Eva. Redacteur VARA- radio.

Ulko Jonker (48)

Hoofdredacteur Het Financieele Dagblad. Eerdere functies: (Adjunct-)hoofdredacteur dagblad De Gelderlander. Redacteur en correspondent Brussel voor Het Financieele Dagblad. Redacteur Meppeler Courant.

Mohamed El Aissati (34)

Oprichter/voorzitter van website Maroc.nl. Redacteur internet bij de Ikon. Eerdere functies: Redacteur NOVA.

Karin van Gilst (41)

Hoofdredacteur Viva. Eerdere functies: Hoofdredacteur Intermediair. Adjunct-hoofdredacteur Adformatie.

Harm Taselaar (50)

Hoofdredacteur RTL Nieuwsorganisatie. Eerdere functies: Adjunct-hoofdredacteur RTL. Parlementair redacteur RTL Nieuws. Redacteur-verslaggever Haagsche Courant.

Kranten, tijdschriften, radio en televisie hebben in korte tijd gezelschap gekregen van websites, podcasts, gratis tabloids, e-readers, digitale themakanalen, weblogs, vodcasts en moblogs. Die nieuwe uitingsvormen hebben grote invloed: informatie is sneller en grootschaliger te krijgen dan ooit tevoren, en nog gratis ook. Krantenlezers hebben steeds minder zin om voor hun nieuws te betalen, wat de klassieke media dwingt tot een drastische wijziging van hun werkwijze.

Maar wat moet er gebeuren?

Sinds drie maanden werkt de Volkskrant volgens de principes van de newsroom. Verslaggevers bewaren hun artikelen niet meer exclusief voor de krant van de volgende dag, maar plaatsen hun berichten bij groot nieuws direct op de website van de krant. Die internetpagina biedt ook een prominente plek aan videoreportages en geeft om vier uur ’s middags een gratis pdf-krant uit, met het laatste nieuws van die dag. Daarnaast tracht de krant, in samenwerking met een televisieproducent, tv-programma’s te slijten aan reguliere omroepen.

Is daarmee de toekomst veiliggesteld?

Harm Taselaar: ‘Ik vraag me af of kranten zich kunnen onderscheiden met video. Zoals het voor ons, televisiemakers, heel moeilijk is ons te onderscheiden van kranten en tijdschriften. Je doet het er hoogstens bij, om compleet te zijn.’

Emile Fallaux: ‘Je kunt je wel onderscheiden: door het slechter te doen.’

Taselaar: ‘Exact. Toen de Volkskrant net met die video’s begon, heb ik er een paar zitten bekijken. En tja, na vijf of tien minuten dacht ik gewoon: weg ermee.’

Dat is toch al redelijk: vijf of tien minuten.

Taselaar: ‘Nee, want dat is natuurlijk niet de bedoeling. Als je televisie maakt, moet je dat zo doen dat de kijker om de zoveel tijd weer een prikkeltje krijgt om te blijven kijken.’

Maar de video-items zijn allemaal twee, drie minuten lang.

Taselaar: ‘Maar in het begin zonden jullie ook ellenlange debatten uit. Dat stond op de website. En dat vind ik een vervuiling van het medium, zeg ik heel boud. Ik word daar boos om. Mijn krant moet dat gewoon goed doen.’

Fallaux: ‘Maar dit is de toekomst: slechte televisie, ongemonteerd en altijd toegankelijk, zonder ingrepen van redacteuren. Het is goedkoop. En kranten hebben geen geld, dus dit ga je veel en veel meer zien. Als een soort service. Mensen kunnen kijken wanneer ze willen.’

Taselaar: ‘Maar daar kijkt toch niemand naar?’

Fallaux: ‘Jawel hoor. In Amerika is het een groot succes. Worden ook parlementsdebatten uitgezonden.’

Taselaar: ‘Maar daar is geen kloot aan, Emile! Hou op! Ik heb jarenlang in het parlement gewerkt. Het is goed dat kranten en televisieprogramma’s die samenvattingen geven. En dan zouden wij al die debatten gaan uitzenden?’

Emile Fallaux over de Volkskrant

‘De Volkskrant is de krant van mijn vrouw. Zij had een abonnement toen ik haar ontmoette, en dat heeft ze nog steeds. Dus hij valt elke dag gewoon in de bus. Voordien was ik vooral een koper van losse nummers. De Volkskrant behoort tot de belangrijkste media in Nederland, dus het laat je nooit koud wat er mee gebeurt. Ik zie vooral dat de krant onder druk van internet en de snelheid van het nieuws opschuift richting weekblad. Dat kan ik wel begrijpen. Irritant vind ik dat onder invloed van new journalism de ik-figuur zo’n belangrijke rol is gaan spelen. Die stukken kun je zelfs op pagina 1 tegenkomen. Ze zijn in strijd met de wet van het scheiden van feiten en opinie.’
Fallaux: ‘Je zult zien dat het gaat gebeuren, want kranten hebben verder helemaal geen geld.’

Taselaar: ‘Als ze dat doen, en er verder niet in investeren, gaan ze failliet.’

Ulko Jonker: ‘Kranten moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Dat proces zie je heel sterk, niet alleen in Nederland maar in veel westerse landen. Ook Het Financieele Dagblad is zoekende, maar minder dan kranten die zich op het grote publiek richten, zoals de Volkskrant en het AD.’

Taselaar: ‘Om snel te weten wat het nieuws is, hoef je geen ochtendkrant meer te lezen. Je klikt op internet en je krijgt de hoofdverhalen, je gaat in je auto zitten en zet de radio aan. Voor achtergronden heb je de krant wel nodig.’

Mohamed El Aissati: ‘Radio 1 heeft voor mij, vanwege de auto, een veel vastere plek dan andere media. Autorijden moet ik toch, en zodra ik op mijn werk kom, kijk ik op internet. Het nieuws laat ik komen via rss-feeds. Daarbij krijg je de headlines van alle kranten naast elkaar, zodat je in een oogopslag ziet vanuit welke invalshoek de verschillende kranten hun nieuws brengen.’

Fallaux: ‘Ik begin de dag altijd op internet. Sinds een jaar of tien heb ik een favoriete homepage, aldaily.com, waar een heel goede redactie achter zit die de hele angelsaksische pers afzoekt.’

Aissati: ‘In Nederland heeft kranten.com een kentering teweeggebracht. Steeds meer kranten kwamen met een internet-editie, en op een gegeven moment ging kranten.com al die kranten bij elkaar schrapen. Dat heeft er toe geleid dat veel mensen op een andere manier met internet zijn gaan omspringen. Maar een van de sterke punten van de krant is dat hij veel meer dan radio en televisie een radarfunctie heeft voor wat er in de samenleving speelt. Radio en televisie hobbelen daar achteraan, ofschoon het snellere media lijken.’

Vind jij dat ook, Harm?

Taselaar: ‘Voor een deel wel. Bij RTL probeer ik die bakens ook een beetje te verzetten. Ik word er helemaal gestoord van dat wij zo afhankelijk zijn van het dagelijks nieuws uit de kranten. Op sommige dagen, als er weinig nieuws staat in de kranten, dan zie je die redactie volledig in paniek. Wat moeten we nou? Dan denk ik: waar zijn we nou in godsnaam mee bezig? Want ik vind het heel slecht om alleen maar naar die kranten te kijken.’

Karin van Gilst: ‘Jullie maken geen eigen nieuws?’

Taselaar: ‘Natuurlijk wel. Wij openen regelmatig met eigen nieuws. Maar dat lukt niet altijd. Het streven is er wel.’

Fallaux: ‘Maar die afhankelijkheid van kranten komt ook doordat kranten een veel grotere bezetting hebben. Als je naar Den Haag kijkt: een krant heeft voor elk departement een redacteur. Dat hebben televisieprogramma’s niet.’

Taselaar: ‘Kunnen we niet betalen.’

Ulko Jonker over de Volkskrant

‘Ik heb een beetje een knipperlichtrelatie met de Volkskrant. Van huis uit lazen wij De Telegraaf en de Leeuwarder Courant. Mijn manier om me af te zetten tegen mijn milieu was om het NRC te gaan lezen, en niet om de Volkskrant te gaan lezen. Ik heb altijd in een omgeving verkeerd waar de Volkskrant altijd wel lag, en waar ik hem ook altijd wel las, maar niet als een persoonlijke secondant. Dat komt vooral ook doordat ik een avondkrantlezer ben. Dan heb ik er de tijd voor. Ik merk dat de Volkskrant nog erg zoekende is. Maar dat geldt voor alle kranten op dit moment.’
Jullie zitten allemaal aan het stuur van jullie eigen medium. Wat is de belangrijkste klus die daar geklaard moet worden om de veranderingen te overleven?

Jonker: ‘Je moet je redactie zo ver krijgen dat die op een creatieve en efficiënte manier meegaat in het multimediale geweld. Méér dan het omgaan met nieuwe technieken, moet je die cultuuromslag zien te bewerkstelligen.’

Van Gilst: ‘Wat je vooral moet doen, is je goed realiseren wie de eindgebruiker van de informatie is die je via krant, radio of internet biedt. Je moet zo’n orkestratie maken, dat je het ene nieuws via sms naar mobiele telefoons stuurt, het andere breng je op de radio, en weer iets anders zet je in een speciaal dossier op je website. Als je dat goed kunt finetunen, en het allemaal aan jouw merk verbindt, dan doe je het goed. En dan moet je er ook nog geld aan verdienen.’

Fallaux: ‘Het is al een heel oud vraagstuk. Ik herinner me dat in 1968 de toenmalige adjunct-hoofdredacteur van de VPRO, Bouke Poelstra, naar de VNU ging om de kruisbestuiving tussen televisie en de gedrukte media te realiseren. Zelf ben ik in 1981 bij de VPRO in dienst gekomen om samen met NRC Handelsblad een wekelijks nieuwsprogramma te maken. En het is al die jaren maar niet gebeurd. Dat wil ook wel wat zeggen.’

Wat wil dat zeggen?

Fallaux: ‘Het zijn geen vanzelfsprekende partners. Ik heb ervaring met het binnenhalen van journalisten van de gedrukte media, om te kijken of die televisie-items konden maken. Nou, je kunt de helft afschrijven. Want die multitalenten, mensen die zowel goed kunnen schrijven als goed voor de telefoon leuke tweeminutendingetjes kunnen maken, als mooi gemonteerde tv-programma’s kunnen maken, als goed kunnen interviewen in beeld, die zijn op de vingers van een hand te tellen zijn. De gedachte dat je een centraal uitgiftepunt moet creëren voor al die dragers, is een groot misverstand.’

Van Gilst: ‘Zou je dan allianties met andere bedrijven moeten aangaan?’

Fallaux: ‘Ik denk van wel. Of je moet zorgen dat de deelredacties van jouw medium zich alleen maar met het een of alleen maar met het ander bezighouden. Want als ze alles tegelijk moeten doen, dan kun je het schudden.’

Taselaar: ‘Zelfs binnen één medium is het al ingewikkeld. RTL Nieuws en RTL Z delen een redactie, maar ik heb gemerkt dat een RTL Nieuws-verslaggever die naar een rechtbank gaat en gedurende de dag voor RTL Z elk uur een up-date’je moet geven, dat die om half acht ’s avonds totaal kapot is, en nauwelijks in staat is dat mooie, uitgebalanceerde verhaal voor RTL Nieuws te maken – wat eigenlijk zijn hoofdtaak is.’

Dus: specialiseren?

Taselaar: ‘In a way.’

Fallaux: ‘Absoluut. Er zijn zoveel voorbeelden van. Ik was in 1999 bij de Chicago Tribune, daar hadden ze zo’n glazen studio op de redactievloer gebouwd, want daar zouden ze ook televisie gaan maken. Nou, tot op de dag van vandaag is het daar niet verder gekomen dan AT-5-achtige itempjes. Als je echt goed werk wil leveren, moet je je specialiseren.’

Van Gilst: ‘Maar een merk als Het Financieele Dagblad móet toch multidisciplinair kunnen zijn?’

Jonker: ‘Natuurlijk, maar het betekent niet dat elke journalist multimediaal moet zijn. Integendeel. Ik zie, net als Emile, het absoluut als een onwaarschijnlijke combinatie.’

Harm Taselaar over de Volkskrant

‘De Volkskrant is altijd mijn krant geweest. Ik ben 25 jaar abonnee, maar of ik nog 25 jaar abonnee zal blijven, vraag ik mij zeer af. De Volkskrant is zoekende, en daar houd ik niet van, als krantenlezer. Jullie zijn heel erg aan het experimenteren, vanuit de vraag: hoe trek ik de lezer naar de krant, hoe houd ik hem vast? Met feature-achtige verhalen op de voorpagina. Maar mijn krant moet met nieuws beginnen dat ik nog niet ken. Een teken aan de wand is dat ik op zaterdag het magazine van de Volkskrant als eerste lees. Dat mag niet! Ik zou de krant als eerste moeten willen lezen. Maar ik pak het magazine. Dat is gelikt, dat is lekker. De krant is dat veel minder.’
Van Gilst: ‘Het gaat volgens mij vaak mis omdat de leiding de nadruk legt op het medium dat zij toevallig het best kent. Dáár gaat het geld naartoe, dáár ligt de sympathie, dáár gaat de waardering naartoe, naar degene die de opening van de krant heeft geschreven, en niet naar die jongen die zo leuk met een webcam is bezig geweest. Veel redacteuren kiezen daarom voor het oorspronkelijke, klassieke medium waarin het merk als eerste verscheen. Ik denk daarom dat het in kleine media-organisaties, waar het nieuwe mediumgebruik usance is, veel beter werkt.’

Aissati: ‘Het is heel belangrijk welke insteek je kiest voor het multimediale concept. Als ik naar de NOS kijk, waar alle redacties min of meer zijn samengevoegd zodat nieuws zowel naar teletekst als naar radio als naar televisie kan gaan, dan denk ik: dat is verkeerd. Elke redacteur heeft zijn voorkeur, dus hij of zij kijkt ook met die voorkeur naar het nieuws. Daar kun je geen eenheidsworst van maken en zeggen: dit is het nieuws en dat is geschikt voor alle media. Dan breng je het kale nieuwsfeit wel, maar je ontdoet het van de kwaliteit die het kan uittillen boven een willekeurig nieuwsbericht.’

Taselaar: ‘Ik vind het vreselijk als de journalistiek op een voetstuk wordt geplaatst, maar tegelijkertijd is het een ambacht, of je nou voor een krant werkt, of een tijdschrift, of voor televisie of radio. Wie een goed stuk voor televisie wil maken... dat is voor een krantenredacteur gewoon heel erg lastig. Net zoals het voor een tv-verslaggever moeilijk is om een goed kranten- of tijdschriftverhaal te maken. Een tijdschriftverhaal dat mij niet interesseert maar dat ik toch uitlees, gewoon omdat het goed is geschreven, daar is dus een vakman mee bezig geweest.’

En alleen al daarom is het zogenaamde multi-tasken niet goed?

Fallaux: ‘De druk is vaak te groot. Mensen die op pad worden gestuurd voor een documentaire, wordt vaak gevraagd: joh, hou nou ook een weblog bij. Dus die komen ’s avonds uitgeput uit de jungle van Sierra Leone in hun hotel aan, en dan moeten ze hun weblog nog gaan schrijven. Dat schiet er dan al gauw bij in, of het is niet goed.’

Jonker: ‘Maar bij ons kwam uit de jungle van het Ahold-proces een verslaggever die zei: jongens, ik ga ook nog iets voor mijn weblog doen. Dat werd echt een groot succes. Mensen lezen dat graag, omdat ze achter de verslaggever en achter de feitelijke weergave graag de persoonlijke waarnemingen lezen.’

Van Gilst: ‘Belangrijk is, dat een succes wordt gevíerd. Journalisten willen graag erkenning. De opening van de krant of van het televisienieuws, dat is zichtbaar; je speelt jezelf ermee in de kijker. Internet is ónzichtbaar. En de taak voor mijzelf, en ik denk ook voor jullie, als managers in de journalistiek, is dat soort werk volop te erkennen. Om, als bijvoorbeeld internet een succes is, dat openlijk te vieren. Zodat meer mensen zich er toe voelen aangetrokken. Want het is wel onze toekomst.’

De ontwikkeling van Vrij Nederland en Viva vertoont een opvallende overeenkomst: jullie kiezen beiden voor meer diepgang, langere verhalen. Karin, jij zei bij jouw aanstelling als hoofdredacteur van Viva: ik wil minder seks en meer politieke verhalen.

Karin van Gilst over de Volkskrant

‘De Volkskant is voor mij de krant van de volwassenwording. Wij lazen thuis in Hilversum de Gooi- en Eemlander. Toen ik ging studeren in Amsterdam, las iedereen de Volkskrant. Dat zag je als een daad: nu stap ik over. De Volkskrant lees ik nu naast NRC Handelsblad en Het Financieele Dagblad. Ik zie hoe de Volkskrant probeert de lezer op allerlei mogelijke manieren te behagen en voor zich te winnen. Daar heb ik heel veel waardering voor, want de Volkskrant is vrij vernieuwend. Maar als consument ben ik eigenlijk conservatief. Daarom vind ik NRC ook prettig. Die krant geeft me rust. Is lekker dun. Hij geeft me het gevoel dat het nieuws al voor mij is geselecteerd.’
Van Gilst: ‘In de strijd om de lezer, kun je in de val trappen door almaar platter platter platter te worden. Op een gegeven moment gaat dat tegen je werken. Ik vond dat Viva tegen een grens aanzat. Dáárdoor verloren wij lezers, niet omdat het nog platter moest.’

Aissati: ‘Is het niet zo dat internet, doordat het op steeds kleinere schaal renderend kan zijn, steeds meer niches afpakt van de reguliere media? Bij de Ikon zijn we met 3,75 fte begonnen met kerknieuws.nl. Dat heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een leading site over alles wat met religie te maken heeft.’

Taselaar: ‘De vraag stellen is ’m beantwoorden. Want dat is natuurlijk gewoon zo.’

Van Gilst: ‘Wij hebben een site met 12 miljoen pageviews per maand, dat is de grootste vrouwensite van Nederland.’

Taselaar: ‘Twáálf miljoen!? Veel zeg, gefeliciteerd. Hartstikke goed.’

Van Gilst: ‘Ze praten wel allemaal over seks, maar goed.’

Jonker: ‘Ha ha ha! Heb je dan wel de goede keuze gemaakt?’

Van Gilst: ‘Maar goed, Mohamed heeft natuurlijk volkomen gelijk: mensen hebben maar een paar uur per dag de tijd om iets van nieuws tot zich te nemen, en als je bent geïnteresseerd in kerknieuws, kijk je naar die gespecialiseerde site en lees je niet Vrij Nederland. Misschien kijk je maar tien minuten, maar dat zijn wel weer tien minuten die je anders aan de krant had besteed.’

Fallaux: ‘Er zijn miljoenen, miljarden van die niches op internet.’

Als je in al die niches gaat zitten, waar verdien je dan nog je geld mee? Wat doet Viva bijvoorbeeld om de lezer aan zich te binden?

Van Gilst: ‘Tja, van alles. Zonder lezers geen adverteerders. Zeventig procent van onze omzet komt uit lezersinkomsten. Televisie heeft het wat dat betreft makkelijker. Want de tendens is dat je inkomsten steeds meer van adverteerders moeten komen. Inkomsten van lezers worden door de komst van internet steeds lager. Jonge mensen zijn gewoon niet meer gewend om voor informatie te betalen. Ik zie dat bij Sanoma, de uitgeverij van Viva. Tot en met de Donald Duck gaat het goed, dat is een abonnement dat de ouders betalen voor hun kinderen. Die zijn tot twaalf jaar. Daarna moeten ze vaak zelf gaan betalen voor informatie, en dat doen ze niet. Ze zijn internet gewend. Ze shoppen het bij elkaar. Ze lezen Metro en Spits, ze kijken op internet en verder: toedeledoki met je abonnementen.’

Mohamed El Aissati over de Volkskrant

‘De Volkskrant heeft altijd een wat links karakter gehad, daar voelde ik me door aangesproken. In mijn NOVA-tijd werd hij verplichte kost, omdat de Volkskrant ’s ochtends eigenlijk voorspelde wat NOVA ’s avonds zou gaan brengen. Later las ik de krant wegens tijdgebrek nog maar twee dagen per week, de rest van de week lag hij ongelezen bij het oud papier. De kracht van de Volkskrant ligt voor mij in de achtergronden en de verdieping. Een ontwikkeling die ik verder met veel interesse volg, zijn de videoproducties op de website. Op vk.tv gaat men echt op zoek naar eigen videoverhalen, naast de reguliere nieuwsitems. Dat vind ik wel positief.’
Fallaux: ‘Bij ons is het precies andersom. Een van de meest spectaculaire uitkomsten van een recent onderzoek is dat de aanwas van abonnees onder jongeren, twíntigers, juist mensen zijn die zijn opgegroeid met internet, en die er af en toe verveeld mee zijn. Die gebruiken de hele da g internet, maar daarnaast willen ze mooie grote stukken lezen. Maar die moeten wel kwaliteit hebben.’

Is dat zo? Biedt kwaliteit voor ons allen hier aan tafel de belangrijkste overlevingskans?

Taselaar: ‘Absoluut.’

Fallaux: ‘Ja, zonder meer.’

Jonker: ‘Maar wat is dan het drama dat zich nu voltrekt? Waar hebben we het dan nog over? Een dalende oplage van kranten. Maar daar staat toch een heleboel tegenover? Er worden op dit moment meer media geconsumeerd dat ooit tevoren. De enige vraag is: hoe kun je daar vanuit je merk, vanuit je kracht op in spelen? Hoe trek je dat naar je toe? Ik weet wel dat dat de Heilige Graal is. Maar ik vind niet dat wij nu iets helemaal fout doen.’

Taselaar: ‘Je gaat nu iets te makkelijk. Je zegt: er worden nu meer media geconsumeerd dan ooit tevoren. En het is waar dat jongeren sinds de komst van Metro en Spits weer kranten lezen. Alleen: ze snacken. Ze lezen koppen en twee regels daaronder – and that’s it. En daar ben ik nou niet echt blij mee. Want diezelfde mensen hebben op basis van die koppen allerlei meningen.’

Fallaux: ‘Misschien komt het door mijn leeftijd, maar zijn die hoge oplages van de kranten niet gewoon een tijdelijk verschijnsel geweest? Nog niet zo lang geleden haalde de Volkskrant de 200 duizend lezers niet, hoor. Ze waren ontzettend trots en blij, het was feest in de hele stad toen ze die oplage haalden.’

Jonker: ‘Toen ik bij het FD begon, hadden we 22 duizend abonnees. Nu zijn het er 55 duizend. En die beweging heb ik alle kranten zien maken. Tot het jaar 2000, ongeveer. Nu zitten we inderdaad in een dalende markt en moeten we inderdaad andere dingen gaan doen. Nou, goed.’

Aissati: ‘Veel jongeren lezen die kranten en denken: ik weet hoe het zit.’

Jonker: ‘Maar de vraag is: wil je een massamedium blijven of beperk je je tot een niche? In Denemarken kost een thuisbezorgde krant per jaar 900 euro. In Nederland is dat nog 300 euro. Die krant is daar een elitair product, inderdaad. En dat is het misschien ook wel.’

Taselaar: ‘900 Euro? Hoeveel mensen lezen daar nog een krant dan?’

Jonker: ‘Nog heel veel. Niet meer in die mate zoals nu in Nederland, maar wij zijn als krantenmakers natuurlijk behoorlijk verwend geweest. Ik denk dat het aantal mensen dat een krant thuisbezorgd wil krijgen, met alles erop en eraan, inderdaad afneemt. Maar daar zal wel een markt voor blijven.’

Van Gilst: ‘Dan wordt het beeld van Harm ook wel een schrikbeeld. Want dan krijg je een situatie van haves en have nots; mensen die weten wat er gaande is en mensen die alleen Metro en Spits lezen.’

Jonker: ‘Ik denk dat er betere Metro’s en Spitsen gaan komen.’

Zien jullie daar perspectief in: een gratis kwaliteitskrant?

Fallaux: ‘In New York zijn ze er al vijftien jaar. De New York Observer. De New York Tribune. Dat zijn gewoon dagbladen die je uit zo’n krantenhouder kunt halen. En sommige hebben een heel redelijke kwaliteit. Maar om terug te komen op het doemscenario dat jullie schetsen: Nederland is gewoon enorm verwend geweest met die oplages. Als je kijkt naar Frankrijk, daar heeft Le Monde een oplage van 260 duizend exemplaren. In de Verenigde Staten: de New Republic of the Nation heeft misschien net een dubbele oplage van Vrij Nederland – terwijl in de VS 240 miljoen mensen wonen en in Nederland 16 miljoen.’

Dus we moeten stil blijven zitten totdat de storm is overgewaaid?

Jonker: ‘Nee nee nee.’

Fallaux: ‘Natuurlijk niet. Je moet altijd bewegen. Maar ik zie geen doemscenario’s.’

Aissati: ‘Is het denkbaar dat de Volkskrant zegt: we maken een tweede, gratis nieuwskrant voor jongeren, gebaseerd op het businessmodel van Metro en Spits? Dus dat zo’n gratis krant zich bedruipt met inkomsten uit advertenties? Dan kom je dus naast Metro en Spits te liggen, terwijl je over veel meer kwaliteit beschikt.’

Fallaux: ‘Moet kunnen.’

Taselaar: ‘Iets in mij zegt dat nrc.next dat niet echt prettig zou vinden.’

Jonker: ‘Dat is het belang van het PCM-concern.’

Aissati: ‘Maar goed, je wilt in beweging blijven, en die jongeren vormen een problematische doelgroep.’

Je kunt je wel afvragen wat een gratis krant, met kwaliteit, veel eigen nieuws en veel eigen foto’s en illustraties, voor gevolgen heeft voor de betaalde krant.

Aissati: ‘Maar je richt je op de jongeren. Het gaat erom dat je bij hen een soort merk-commitment creëert. Natuurlijk moet het een slap aftreksel blijven van de Volkskrant, anders is er geen reden meer om die nog te nemen. De jongere die nu niet de Volkskrant leest maar Metro en Spits, maakt kwalitatief een sprongetje.’

En moet die gratis krant juist wel of juist niet de naam van de Volkskrant dragen?

Aissati: ‘Juist wel.’

Taselaar: ‘Noem je ’m gewoon VK.’

Aissati: ‘Je moet de kwaliteit verbinden aan je naam.’

Jonker: ‘Je moet het combineren met een heel stevige multimediale organisatie.’

Van Gilst: ‘Goed, daar zijn we uit. Dat probleem is opgelost. Nu het onze nog.’

Emile, jij zei: je moet natuurlijk niet stil blijven zitten. Wat moet je doen?

Fallaux: ‘Wat je nu doet: alternatieve geldstromen proberen te creëren met de verkoop van boeken en cd’s en dvd’s. Je probeert televisie te maken in de hoop daar geld mee te verdienen. Dat soort dingen doen wij allemaal, denk ik. Het uitbreiden van het merk.’

Jonker: ‘Niet alleen dat. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Times in Groot-Brittannië, die heeft op zaterdag een oplage die ver uitsteekt boven de rest van de week. Op zaterdag telt de krant 427 pagina’s. En zij denken er over om de krant op maandag, dinsdag en woensdag gratis te maken, op donderdag wordt ie al een stuk interessanter, op vrijdag kost ie een pond en op zaterdag gaat ie drie pond kosten. In die richting moet je ook denken. Het weekeinde is voor velen het enige moment nog om een krant te lezen.’

Van Gilst: ‘Je kunt ook zeggen: om zes uur ’s avonds kost de ochtendkrant nog maar 5 cent. Dus hoe later, hoe goedkoper.’

Taselaar: ‘Als kranten dat zouden doen, kunnen weekbladen als Vrij Nederland wel inpakken.’

Haalt de Volkskrant zijn 50 duizendste editie? En zo ja, in welke vorm?

Taselaar: ‘In elk geval niet op tv.’

Fallaux: ‘Nee. Waarom zou je als duizendste producent met een programmaatje waarvan je nog maar moet zien of het een paar kijkers trekt en of er een adverteerder in is geïnteresseerd, achter in de rij gaan staan?’

Aissati: ‘Omdat ze, als je de redactie van de Volkskrant vergelijkt met die van bijvoorbeeld NOVA, veel potentie en kritische massa hebben om een volwaardig programma te maken.’

De Volkskrant heeft een van de grootste journalistieke redacties van Nederland. Op welke manieren kan al die kennis en deskundigheid worden gebruikt?

Fallaux: ‘Dat is heel eenvoudig. Als je een onderwerp hebt, bijvoorbeeld over het zorgstelsel, dan laat je een paar researchers de achtergrondinformatie leveren. En daar maakt vervolgens iemand televisie van. De hamvraag is of dat vervolgens leidt tot een verkoopbaar programma.’

Taselaar: ‘Als je die kennis over het zorgstelsel via internet gaat uitspelen, creëer je toch een veel sterkere band met de gebruiker? Dan heb je helemaal niks met die omroep te maken, waar je toch bijna niet binnenkomt. Weg met MAX, of wat voor omroep dan ook. Stort je op dat internet! Ga daar je meerwaarde uitbuiten! Blijf weg uit Hilversum! In de toekomst valt het onderscheid tussen televisie en internet ook nog eens weg, omdat het allemaal in elkaar schuift, dus in godsnaam, pak die route! Televisie is al zo overbevolkt.’

Aissati: ‘Maar moet je daar op gaan zitten wachten, op IPTV, totdat je die meerwaarde te gelde kunt maken? Want dat duurt nog wel een jaartje of zes, zeven.’

Taselaar: ‘Als je meerwaarde hebt in kennis over de zorg, waar je echt meer unieke bezoekers mee trekt, dan kun je daar geld mee verdienen. Zo simpel is het. Nu al.’

Jonker: ‘Onze toekomst ligt op internet. Het ligt niet in deelfacetten als beeld of geluid of gedrukte media. Het is de combinatie van die dingen. Dus ik geloof ook wel in een toekomst van video.

Van links naar rechts: Emile Fallaux (Vrij Nederland), Ulko Jonker (Het Financieele Dagblad), Mohamed El Aissati (Maroc.nl), Karin van Gilst (Viva) en Harm Taselaar (RTL Nieuws) (Joost van den Broek - de Volkskrant) Beeld
Van links naar rechts: Emile Fallaux (Vrij Nederland), Ulko Jonker (Het Financieele Dagblad), Mohamed El Aissati (Maroc.nl), Karin van Gilst (Viva) en Harm Taselaar (RTL Nieuws) (Joost van den Broek - de Volkskrant)

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden