Analyse Steun Syrische rebellen

Wordt het na Nederlandse steun aan ‘terreurgroep’ lastiger om Syriëgangers veroordeeld te krijgen?

‘Het zou onverteerbaar zijn dat je Syriëgangers niet meer kunt vervolgen omdat de organisatie waarbij ze actief waren ook steun van de overheid ontving.’ Dat zei fractievoorzitter van de ChristenUnie Gert-Jan Segers maandag in het actualiteitenprogramma Nieuwsuur. 

Rebellengroep Jabhat al-Shamiya. Het Openbaar Ministerie kwalificeert Jabhat al-Shamiya als een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk.

Hij reageerde op het nieuws dat de Nederlandse staat de Syrische rebellengroep Jabhat al-Shamiya van 2015 tot begin dit jaar ondersteund heeft met pick-uptrucks, uniformen en computers.

Het Openbaar Ministerie kwalificeert Jabhat al-Shamiya juist als een criminele organisatie met een terroristisch oogmerk. Dat deed justitie in 2016 in de zaak tegen Syriëganger Driss M. uit Pijnacker, die ervan verdacht werd lid te zijn geweest van Jabhat al-Shamiya. In zijn tenlastelegging noemt het OM Jabhat al-Shamiya een ‘jihadistisch-salafistische’ organisatie die de oprichting van een kalifaat nastreeft.

Het brengt de Nederlandse staat in een lastig parket, want hoe kan die Jabhat al-Shamiya ondersteunen en tegelijkertijd mensen vervolgen die dienen bij deze organisatie? CU-leider Segers vreest dat die tegenstrijdigheid weleens de rechtszaken tegen andere Syriëgangers zou kunnen ondermijnen.

Islamitische Staat

Dat lijkt mee te vallen, stelt advocaat Bart Nooitgedagt, die meerdere teruggekeerde Syriëgangers bijstaat. ‘De Nederlandse staat heeft zich in dit geval zeker in een lastige positie gemanoeuvreerd. Maar het nieuws heeft alleen betrekking op strijders die zich aansloten bij een door Nederland gesteunde rebellenorganisatie.’ Syriëgangers die zich bij evidente terreurorganisaties als Islamitische Staat of Jabhat al-Nusra aansloten – wat in de meeste zaken tegen uitreizigers het verwijt is – kunnen zich dus niet op een dubbele houding van de Nederlandse staat beroepen. Advocaat Nooitgedagt: ‘Ik hoef in de Nederlandse rechtszaal echt niet aan te komen met de discussie over de vraag of het lidmaatschap van Islamitische Staat wel of niet verboden is.’

De zaak tegen Driss M. is voor zover bekend de enige rechtszaak waar lidmaatschap van Jabhat al-Shamiya aan de orde is geweest. Van doorslaggevend belang is dit echter niet geweest. Driss M. werd in 2017 door de rechtbank namelijk vrijgesproken van lidmaatschap van een terroristische organisatie.

Het is een opmerkelijke zaak die in belangrijke mate draaide om M.’s geestelijke gesteldheid. M., bij wie ‘psychiatrische problematiek’ wordt vermoed, belandde  in 2015 in Syrië (na de nodige omzwervingen in Koeweit, België en Turkije). Over wat hij daar precies ging doen, heeft hij uiteenlopende verklaringen afgelegd. Ook heeft hij tegen de reclassering gezegd dat hij verhalen heeft verzonnen, en dat hij manipuleert om zo bij vrijspraak een hogere schadevergoeding te krijgen. De rechtbank noemt hem een ‘onbetrouwbare’ gesprekspartner, die vooral naar Syrië reisde voor een persoonlijke ‘heldenstatus’ en uit financieel gewin.

M. werd wel schuldig bevonden aan het voorbereiden van ‘moord’ omdat hij bewust afreisde naar Syrië en daar schiettraining volgde bij aan het Vrije Syrische Leger gelieerde groepen. Dat leidt de rechter onder meer af uit foto’s waarop hij te zien is met vuurwapens.

Losse schroeven

Nu de zaak in hoger beroep dient, probeert het Openbaar Ministerie M. alsnog veroordeeld te krijgen voor het lidmaatschap van een terroristische organisatie. M.’s advocaat Michiel Pestman, reageerde maandag in Nieuwsuur ‘geschokt’ op het bewijs dat Nederlandse overheid Jabhat al-Shamiya heeft gesteund. ‘Dat zet de beschuldiging van lidmaatschap van een terroristische organisatie wel op losse schroeven, en zal om een koerswijziging van het OM vragen.’

Hoewel Pestman vooralsnog de enige advocaat is die juridisch gezien iets met het nieuws kan, wil dat niet zeggen dat de vrees van Gert-Jan Segers helemaal ongegrond is. Afgelopen juli heeft minister Stef Blok namelijk verklaard dat Nederland in totaal 22 Syrische ‘gematigde’ strijdgroepen heeft ondersteund. Daarvan zijn er nu pas zes bekend. Het valt niet uit te sluiten dat de overige zestien de komende tijd ook bekend worden. En dat het om organisaties gaat waarbij ook Nederlanders waren aangesloten die hier voor terrorisme worden vervolgd.

Hoe kon het kabinet zo naïef zijn over Syrische rebellen? Vier vragen over de steun aan strijdgroepen
De door Nederland gesteunde Syrische rebellengroepen blijken zich schuldig te hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen. Jarenlang uitten Kamerleden al twijfels. Waarom zette het kabinet dit omstreden plan toch door?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.