Column

Wordt de inflatie eigenlijk niet schromelijk overschat?

null Beeld
Beeld

Een smartphone van nu is duurder dan een mobiele telefoon van tien jaar geleden. Maar een smartphone is niet alleen een telefoon, maar ook een fotocamera, een satellietnavigatiekastje, een iPod en een computer. Eigenlijk zijn al deze apparaten gezamenlijk stukken goedkoper geworden. Ook auto's zijn in de loop van de jaren veiliger geworden, betrouwbaarder en zuiniger.

Alleen vertaalt zich dit niet in het inflatiecijfer. De huidige inflatie, die ergens op 2 procent ligt, wordt eigenlijk schromelijk overschat. En daarom wordt ook veel te veel betaald aan pensioenen, uitkeringen en allerlei subsidies die voor inflatie worden gecorrigeerd.

Onderzoekers denken dat overheden miljarden kunnen besparen en hun schulden daarmee kunnen terugbrengen door de inflatieberekeningen aan te passen. Er zou veel meer rekening moeten worden gehouden met wat consumenten kopen en hoe ze het kopen. Zo wordt steeds meer mode gekocht bij discountzaken als Primark, waar voor tien euro vijf T-shirts kunnen worden gekocht, terwijl tien jaar geleden voor datzelfde bedrag bij V&D hoogstens één T-shirt kon worden aangeschaft. Ook nieuwe supermarktketens als Lidl en Aldi of budgetvliegmaatschappijen als Ryanair en Easyjet hebben zaken veel goedkoper gemaakt zonder dat dit volledig of gedeeltelijk in het inflatiecijfer is terug te vinden.

Op verzoek van de Amerikaanse Senaat stelde een commissie onder leiding van Michael Boskin van Stanford University twintig jaar geleden al vast dat het inflatiecijfer daardoor niet deugde. Jaarlijks zou dat met 1,1 procent worden overschat. Dat kwam doordat bij het vaststellen te weinig rekening werd gehouden met vier factoren: consumenten schakelen over van de ene naar de andere productencategorie (goed voor 0,25 procent), consumenten kiezen binnen dezelfde categorie andere producten (0,15 procent), de stijging van de kwaliteit van goederen en diensten (0,6 procent), en het uitwijken van consumenten naar nieuwe, goedkopere ketens voor de aankoop van goederen (0,10 procent). In twintig jaar is er nauwelijks iets veranderd.

Als de inflatie zo wordt overschat, dan heeft dat ook grote gevolgen voor andere macro-economische factoren. De stijging van het reële bbp wordt daardoor onderschat. Het zou een van de oorzaken zijn waardoor de productiviteitsgroei achterblijft, terwijl die door de digitalisering en robotisering eigenlijk zou moeten stijgen.

Volgens vermogensbeheerder Schroders zou de groei van het bbp hierdoor jaarlijks met een kwart procentpunt worden gedrukt. En dat heeft weer verstrekkende gevolgen voor de hoogte van pensioenen, uitkeringen en lonen, die vaak (met pensioenen is dat al niet meer standaard) aan de inflatie zijn gekoppeld. Het beeld dat door de indicatoren wordt geschetst, is veel negatiever dan de werkelijkheid.

Of de echte welvaartsstijging zit in de hogere kwaliteit van de iPhone.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden