Worden Oussama C.'s jihadsmeekbeden gezien als ronselen?

De familie van Oussama C. (19) op de publieke tribune van de rechtszaal begint ongemakkelijk te schuifelen wanneer jihadmateriaal wordt getoond dat bij de verdachte is aangetroffen. In beeld komt een radicale Egyptische sjeik. Bijna huilend smeekt hij Allah Joden en sji'ieten te vernietigen.

Rechtbanktekening van de verdachte Oussama C. Beeld ANP
Rechtbanktekening van de verdachte Oussama C.Beeld ANP

Het is de tweede dag van het verhoor van C., dat vandaag wordt afgerond. C., alias Abou Yazeed, behoort volgens het Openbaar Ministerie tot de kern van een netwerk van tien verdachten die samen een terroristische organisatie vormen. Hij zou hebben opgeruid en jongeren hebben geronseld voor de gewelddadige jihad. Hij is de prediker van de groep, piepjong maar met gezag.

De rechters willen weten waarom hij dit materiaal op zijn YouTube-kanaal heeft gezet. Heeft hij zich nooit afgevraagd wat het doet met toehoorders? 'Ik denk niet zoveel', reageert Abou Yazeed. 'Het is maar een smeekbede.'

C., de jongste van tien kinderen, is geboren in de Haagse Schilderswijk. Hij heeft een normale jeugd. Na de havo schrijft hij zich in aan de Islamitische Universiteit Rotterdam. De rechtbank merkt op dat hij nauwelijks contact heeft met niet-moslims. Abou Yazeed: 'Alleen mijn leraren op de middelbare school waren ongelovigen.'

Hij houdt bewust afstand. 'In de islam zegt men: een persoon is de spiegel van zijn vrienden. Ik voel me niet fijn tussen kufar (ongelovigen), Joden en christenen. Liefst ga ik niet met hen om.'

Ongeloof bestrijden

Hij haat het ongeloof. Maar 'niet alle ongelovigen', niet bijvoorbeeld zijn advocaat. Ongeloof moet fanatiek worden bestreden, vindt Abou Yazeed. Daarmee zet hij niet aan tot geweld. Hij is voor het bestrijden van de kufar die in oorlog zijn met de islam in moslimlanden. 'Maar ongeloof bestrijden kan ook met de tong', nuanceert hij.

Tijdens zijn verhoor heeft Abou Yazeed niet de neiging zijn radicale gedachtegoed te verdoezelen. Onomwonden zegt hij dat moslims verheven zijn boven anderen. Hij is trots op de islamitische 'zegelvlag', die wordt geassocieerd met IS. Hij heeft zulke vlaggen op zijn kamer en loopt er graag mee rond, want 'ik zie ze als het ware als mijn identiteit'.

Hij vereert Osama bin Laden, die heeft 'heel veel goede zaken verricht voor de moslimgemeenschap, onder andere in Afghanistan de communisten verjaagd en in Soedan ziekenhuizen en scholen gebouwd'. Dat hij achter de terroristische aanslagen van 11 september 2001 zit, daarvan heeft Abou Yazeed nooit bewijzen gezien.

Hij vindt Syriëgangers helden, heeft talloze foto's van omgekomen Nederlandse strijders opgeslagen in zijn telefoon. Hij spaart ze 'alsof het voetbalplaatjes zijn', merkt de rechter op.

Grenzen aftasten

Het koesteren van een radicaal gedachtegoed is op zichzelf niet strafbaar. Dus proberen de rechters voortdurend de grenzen af te tasten. Op welke momenten is Abou Yazeed opruiend bezig geweest of poogde hij kwetsbare jongeren te ronselen voor de gewelddadige jihad? 'U kunt toch geen prediker zijn en denken dat het er niet toe doet wat u zegt, dat het geen effect zal hebben?', tart rechtbankvoorzitter René Elkerbout hem.

De lezingen van de jonge prediker volgen vaak eenzelfde stramien. Hij gebruikt verzen uit de Koran en citeert antieke jihadgeleerden, zoals Ibn Taymiyya. Deze filosoof uit de 13de eeuw, ook populair in het Hofstadnetwerk, vaardigde een fatwa uit die nog altijd door islamitische groeperingen wordt gebruikt ter legitimering van terreur.

Aan het slot van zijn lezingen koppelt Abou Yazeed de historische bronnen aan de actualiteit. Dan betoogt hij bijvoorbeeld dat vanuit de hele wereld 'broeders' naar Irak en Syrië moeten reizen, naar het land van ash-Shaam (het gezegende land van Allah). Dat kan worden opgevat als een dwingende oproep.

Smeekbeden

Maar is het ook ronselen? Abou Yazeed giet zijn aansporingen veelal in de vorm van smeekbeden en dat blijkt juridisch lastig aan te pakken.

De radicale imam Fawaz Jneid smeekte Allah in 2004 Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali iets aan te doen, vlak voordat de filmmaker werd vermoord. 'Oh God, bezorg Van Gogh een ziekte die door alle bewoners van de aarde niet kan worden genezen.' En: 'Oh God bezorg Hirsi Ali een tongkanker.' Voor die smeekbede is Fawaz niet veroordeeld. Hij riep niet rechtstreeks op tot geweld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden