Jeugdzorg PrO Assen

Worden kinderen gepamperd of krijgen ze eindelijk de goede zorg?

Ina Terpstra spreekt in de kantine van de praktijkschool PrO Assen met Sven, een van de leerlingen. Beeld Harry Cock

Sinds 2015 regelen gemeenten de jeugdzorg. Tegen de verwachtingen in wordt de groep jonge patiënten alleen maar groter en lopen de tekorten op. De Volkskrant ging naar Assen, waar 16,3 procent van de kinderen hulp krijgt.

In plaats van aan te schuiven bij zijn klasgenoten gaat Sven (12) deze middagpauze bij Ina Terpstra zitten. Geen leeftijdsgenoot, maar een hulpverlener. Even een praatje maken. Sven, rossig en tenger, zit, zoals hij zelf zegt, ‘niet altijd zo lekker in zijn vel’. En dan helpt het om zijn hart te luchten.

Maandag- en woensdagochtend zit buurtwerker Ina Terpstra met haar collega’s Gerlinde Luchtenberg (buurtwerker sport) en Alien Braams (jeugdmaatschappelijk werker) in de kantine van de praktijkschool in Assen. Daar kunnen de leerlingen alles bij hen kwijt. Dat hoeven geen gewichtige zaken te zijn, angst voor de tandarts, bijvoorbeeld. Als de kwestie gevoeliger ligt, depressieve gevoelens of problemen thuis, vraagt een scholier vaak om een een-op-eengesprek.

‘Ik zou me slechter voelen als ik niet met Ina zou kunnen praten’, zegt Sven. Ina: ‘We kletsen ook over leuke dingen, hoor. Als hij bijvoorbeeld een leuke foto op Instagram heeft geplaatst.’

Al vijftien jaar is er maatschappelijk werk in de praktijkschool PrO Assen (Praktijkonderwijs Assen), waar de leerlingen een IQ tussen 55 en 80 hebben en met een aanzienlijke leerachterstand kampen. Maar die hulpverlener zat vaak in een eigen kamer. ‘Daar komen kinderen niet’, zegt directeur Henny Luppes van de Assense welzijnsorganisatie Vaart Welzijn, waarvoor Ina, Gerlinde en Alien werken. Sinds de gemeente vanaf 2015 verantwoordelijk is geworden voor de jeugdzorg, is de aandacht voor jongeren op deze school met de aanwezigheid van het drietal een stuk intensiever. Nu zitten ze letterlijk tussen de tieners met hun broodtrommels. Het is volledig in lijn met de grondgedachte van het overdragen van de jeugdzorg van de provincies naar de gemeenten: laagdrempelige hulp dicht bij de inwoners.

Nederland Assen 20190604 Praktijk onderwijs, PrO Assen. details van praktijklessen van leerlingen. Jeugdzorgverhaal foto Harry Cock/de Volkskrant Beeld Harry Cock

Als hulpverleners zo dicht op kinderen zitten, zijn ze er snel bij en voorkomen ze dat problemen groter worden, is het idee. Daarnaast was het de bedoeling dat de vraag naar professionele hulp door de decentralisatie zou afnemen, het aantal kinderen in de jeugdzorg verdubbelde tussen 2000 en 2010. In Nederland krijgen inmiddels 428 duizend kinderen een of andere vorm van professionele hulp, 12 procent van alle kinderen.

Het aantal kinderen in de jeugdzorg blijft echter toenemen. Over de hele linie met 10 procent, sinds de gemeenten de jeugdzorg ‘doen’.

Waarom lukt het gemeenten niet deze ontwikkeling af te remmen? In een poging deze vragen te beantwoorden neemt de Volkskrant een kijkje in Assen, een doorsnee middelgrote gemeente, maar eveneens een van de landelijke koplopers in de jeugdzorglijstjes. Maar liefst 16,3 procent van de kinderen krijgt er een vorm van hulp. In een schoolklas met dertig leerlingen krijgen dus zo’n vijf kinderen door de gemeente betaalde ondersteuning – van een lichte faalangsttraining tot een ‘zwaar’ verblijf in instelling. Het gaat om zorg voor kinderen met lees- en rekenproblemen (dyslexie) tot zwaar autistische kinderen die niet kunnen praten, van eetstoornissen tot zware depressies.

Aanbod creëert vraag

Het dak van het moderne pand van Praktijkonderwijs Assen heeft de vorm van een schild. Een symbool dat de school leerlingen een beschermde omgeving wil bieden, zegt Natascha ’t Hooft, mentor en zorgcoördinator. Thuis is dat niet voor alle kinderen vanzelfsprekend. Hun ouders hebben het niet allemaal zo breed. Relatief veel leerlingen wonen niet bij hun ouders, maar in een speciale woonvorm, bijvoorbeeld omdat hun ouders de opvoeding niet aankonden. Veel leerlingen hebben een diagnose, zoals ’t Hooft het omschrijft. ‘Alle voorkomende afkortingen: adhd, add (attention de­fi­cit dis­or­der), ass (autismespectrumstoornis).’

Hoe het komt weet ze niet, maar ’t Hooft ziet de gedragsproblemen toenemen onder haar leerlingenpopulatie. ‘Leerproblemen hadden onze scholieren altijd al’, zegt ze. ‘Maar meer leerlingen kunnen zich moeilijker concentreren, zijn moeilijk aanspreekbaar op gedrag en zijn heel beïnvloedbaar. De straatcultuur nemen ze mee naar school.’

Op het stadhuis in Assen zit wethouder Harmke Vlieg (ChristenUnie) met de handen in het haar over de forse overschrijding van 8 miljoen euro van het jeugdzorgbudget. En het tekort loopt nog steeds op. Net als in bijna alle gemeenten zijn bezuinigingen en belastingverhoging onvermijdelijk. Landelijk komen de gemeenten in totaal bijna een miljard euro tekort. Achteraf gezien zijn de gemeenten misschien naïef geweest toen ze in 2015 de jeugdzorg met een fikse bezuiniging overnamen van de provincies, zeggen veel wethouders waaronder Vlieg. Het Rijk heeft twee weken geleden extra geld toegezegd, maar dat is, zeggen de gemeenten, niet genoeg om de gaten te dichten. ‘Een druppel op een gloeiende plaat’, aldus Vlieg.

Beeld Harry Cock

In Assen is het hoge percentage kinderen dat jeugdzorg behoeft deels historisch zo gegroeid, legt Vlieg uit. Relatief veel inwoners hebben sociale problemen. Er zijn bovendien veel grote zorginstellingen. ‘Aanbod creëert vraag. We hebben een ggz-instelling die verslaafden uit Rotterdam behandelt. Ze komen met bussen vol hierheen, maar gaan niet meer terug.’

Vlieg gelooft in het uitgangspunt van de jeugdzorg door gemeenten: vroeg erbij en dicht erop zodat er later minder vaak zware specialistische zorg nodig is. ‘Maar de keerzijde is dat je door preventie meer kinderen gaat behandelen, misschien wel te veel’, zegt ze. Want nu komen problemen in beeld die eerder niet als zodanig werden waargenomen, bijvoorbeeld omdat ze werden afgedaan als pubergedrag dat er nu eenmaal bij hoort.

Omdat de gemeenten nu veel geld steken in met name die lichtere hulp, wordt gevreesd dat er minder geld overblijft voor de zwaardere hulp. ‘Daarom moeten we beter worden in beoordelen wie we écht moeten helpen’, zegt de wethouder. ‘Tegen welke ouders en kinderen we moeten zeggen: dit zijn vervelende dingen, maar die horen bij het leven en daar moet je proberen zelf doorheen te komen.’

Als ChristenUnie-wethouder pleit Vlieg voor relatietherapie in het basispakket. ‘Veel kinderen in de jeugdhulp komen uit gebroken gezinnen, dat is zorgelijk. Ik denk dat een stabiel gezin belangrijk is voor een opgroeiend kind. Als ouders elkaar de tent uitvechten, zijn kinderen als eerste de dupe.’

Ook Tom van Yperen, expert jeugdstelsel van het Nederlands Jeugdinstituut, ziet dat het jeugdzorggebruik groeit door een toename van het aantal vechtscheidingen. Ook armoede in gezinnen speelt mee, zegt hij, evenals de toegenomen prestatiedruk op scholen. ‘Bovendien wordt afwijkend gedrag sneller als een probleem gezien. Nu krijgt een druk kind misschien te snel het label adhd opgeplakt. Het lijkt erop dat we de drempel wanneer iets een probleem is omlaag hebben gehaald.’

Gemeentelijke zorg zou niet meer kinderen naar hulp moeten leiden, beklemtoont de jeugdzorgdeskundige. ‘Het idee achter wijkteams was juist dat de medewerkers gewone antwoorden zouden geven op gewone vragen van ouders en kinderen, niet dat het een extra deur zou openen naar de zorg. Dan helpt het als er jeugdzorgwerkers op school beschikbaar zijn voor die veelvoorkomende vragen.’

Beeld Harry Cock

Samenwerken

De maatschappelijk werkers op de praktijkschool in Assen denken niet dat ze door hun nabijheid mogelijk te veel jongeren helpen. Ze geloven er heilig in dat zij zo juist erger voorkomen.

Neem vierdeklasser Abla (17, niet haar echte naam). Als het wat schuchtere meisje zich geen raad weet met een situatie, appt ze Ina. Geboren in Burundi, kwam Abla jong naar Nederland. Nu woont ze met haar moeder, twee broertjes en twee zussen in Assen. Omdat ze thuis niet alles kwijt kan, spreekt ze soms af met Ina. Laatst kwam de maatschappelijk werker haar thuis ophalen en reed haar naar haar schoonmaakbijbaan. Onderweg spraken ze in de auto. ‘Het geeft me een goed gevoel dat ik iemand heb om mee te praten’, zegt Abla. ‘Sommige dingen vind ik gewoon ingewikkeld.’

Af en toe heeft een leerling zo’n serieus probleem dat het schoolteam specialistische hulp inschakelt. Zo hoorde Alien van een 14-jarige jongen dat zijn ouders regelmatig dronken thuiskomen. Verslavingszorg is nu betrokken.

De hulpverleners proberen waar mogelijk samen te werken met buurtteams van de omliggende wijken. Zo’n buurtteam vertelde aan Ina en haar collega’s dat een leerling veel in de stad rondhing met een groep jongeren die soms overlast veroorzaakte. Ina: ‘Dan zeg ik op school tegen die jongen: we zien je in de stad en maken ons zorgen. Maak je niet de verkeerde vrienden?’ De jongen in kwestie reageerde afwerend, zo van: ‘Dat zijn gewoon mijn vrienden, we zijn een beetje aan het chillen.’ Maar hij weet wel: hij wordt gezien.’

‘Wij proberen problemen zo normaal mogelijk op te pakken’, zegt Henny Luppes, directeur van organisatie Vaart Welzijn en de leidinggevende van Ina. Als je met een WhatsAppgroep een vinger aan de pols kunt houden, hoef je niet meteen specialistische hulp in te schakelen.’ Maar als het nodig is, zetten ze zwaardere hulp in, zegt Luppes. ‘We gaan niet modderen in de marge.’

Beeld Harry Cock

Het probleem voor de gemeenten, zegt wethouder Vlieg, is dat zij een zorgplicht hebben voor alle kinderen en dat ze daardoor nauwelijks kunnen sturen op de kosten. ‘We zitten klem. 70 procent van de verwijzingen naar jeugdhulp gaat in Assen niet via de gemeente. Allerlei partijen mogen verwijzen: rechters, huisartsen, jeugdartsen, gecertificeerde instellingen. Wij mogen alleen de rekening betalen.’

Bovendien zijn hulpverleners en gemeenten bang fouten te maken, zegt Vlieg. ‘Als er iets misgaat, is het wachten op Kamervragen. Dat werkt in de hand dat we misschien te veel behandelen, te lang doorgaan.’

Huisarts

In Assen komt de helft van de kinderen die wordt doorverwezen via de huisarts terecht bij specialistische hulp. Net als veel andere gemeenten heeft Assen daarom nu huisartspraktijkondersteuners aangesteld om het aantal doorverwijzingen naar (duurdere) specialistische jeugdhulp te temperen. Sinds 2017 zijn er zes praktijkondersteuners jeugd actief in de veertien huisartsenpraktijken. Zij nemen de tijd om te spreken met ouders en kinderen, om zo te kunnen evalueren of hun doorverwijzing naar specialistische zorg wel nodig is.

Lamiek Westerhof, huisarts en coördinator van de huisartsen in Assen, leidt de nieuwe aanpak met de huisartspraktijkondersteuners in de stad. Ook zij merkt op dat spanningen tussen ouders en scheidingen een aanzienlijk deel van de problemen van jongeren in haar praktijk veroorzaken. Zeven op de tien, zo bleek uit een onderzoek onder de huisartsen. Kinderen komen naar haar toe met klachten als hoofdpijn, slecht slapen of concentratieproblemen.

Lamiek Westerhof , huisarts en coördinator van de huisartsen in Assen, merkt op dat spanningen tussen ouders en scheidingen een aanzienlijk deel van de problemen van jongeren in haar praktijk veroorzaken. Beeld Harry Cock

Onlangs zag ze een 14-jarig meisje van gescheiden ouders in korte tijd terugvallen: eerst van het vwo naar de havo, en vervolgens naar het vmbo. ‘Hoe kan het dat een school dan niet kijkt wat er aan de hand is met een leerling?’, vraagt Westerhof zich af. Onderwijl vragen haar ouders de huisarts om een diagnose voor de concentratieproblemen van hun dochter. ‘Ouders willen graag dat ik dan zeg dat de oorzaak mogelijk een stoornis is. Dat is minder bedreigend dan dat ze te horen krijgen dat de thuissituatie meespeelt.’

Westerhof is blij met de komst van de praktijkondersteuners. Zij noemt de vier meestvoorkomende problemen waarmee ouders en kinderen bij de huisarts komen: gedragsproblemen, vaak voortkomend uit opvoedproblemen, kinderen die zich angstig en gespannen voelen, somberheid en kinderen die prikkelbaar en boos zijn. De huisartsen verwijzen hen nu door naar deze hulpverleners met een hbo-niveau. Die maakt dan een afspraak met hen voor een intakegesprek dat een uur kan duren.

Marcel Heus, een van die praktijkondersteuners: ‘Het verbaast me soms echt waarvoor mensen naar de huisarts gaan. Bijvoorbeeld ouders die zeggen dat hun kind niet blij is, omdat oma is overleden. Of dat hun kind is blijven zitten vanwege gezondheidsproblemen. Het is normaal dat een kind dan van slag is, die dingen horen bij het leven, zeg ik dan’

Marcel Heus werkt als huisartsenpraktijkondersteuner. Beeld Harry Cock

De adviezen van de praktijkondersteuner zijn vaak opvallend basaal. Geen tablets of telefoons meenemen naar de slaapkamer, bijvoorbeeld. ‘Wat helpt, is dat de huisarts, en ik dus ook, veel aanzien genieten. Wat ik zeg wordt serieus genomen. En ouders kunnen tegen hun kinderen zeggen: dat mag niet van de huisarts.’

‘Ik vraag hoe laat het kind naar bed gaat als dat vertelt dat hij vaak moe is’, zegt huisarts Westerhof. ‘Dan hoor ik dat hij vaak tot middernacht zit te gamen. Geen van beide ouders wist dat. En ik vraag naar de ontbijtgewoonten. Veel pubermeiden gaan zonder ontbijt naar school. Als je dan om half 11 je eerste crackertje eet, is het niet gek dat je je niet zo goed kan concentreren.’

Voorheen was de opvoeding directiever, dus ook duidelijker, zegt Heus. ‘Er is nu vaak minder structuur in gezinnen. Kinderen worden minder begrensd. Sommige ouders lijken bepaalde gevechten met hun kind te hebben opgegeven. Ik zeg: geef niet alles op.’

Bijna driekwart van de voorgelegde problemen weet de praktijkondersteuner zelf op te lossen met een aantal analyserende gesprekken en gerichte adviezen. Van de rest wordt een deel doorverwezen naar de gespecialiseerde jeugdzorg.

Misschien hebben we vroeger ook wel te veel doorverwezen, zegt Westerhof. ‘Als een kind een briefje van school meekreeg – deze leerling heeft adhd, of ik even een verwijsbrief wil maken – dan deed ik dat ook nog. Nu kan ik doorverwijzen naar de praktijkondersteuner.’

Toch is sinds de komst van de praktijkondersteuners het totale aantal doorverwijzingen naar specialistische hulp nog nauwelijks afgenomen. Dat is te verklaren, zegt Westerhof, omdat ondertussen ook steeds meer ouders en kinderen een beroep doen op de huisartsenzorg.

De gemeente betaalt de praktijkondersteuners, maar zij opereren onafhankelijk, vertelt de huisarts. Als de gemeente druk zou uitoefenen op de huisartsen om minder door te verwijzen, zouden wij er dwars voor gaan liggen, zegt ze. ‘Wij willen dat het kind de zorg krijgt op het niveau dat het nodig heeft. Als wij vinden dat een kind specialistische zorg nodig heeft, dan verwijzen wij door.’

Ina Terpstra (rechts), Gerlinde Luchtenberg (links, gele trui) en Alien Braams (tweede van links) spreken met een leerling (tweede van rechts) van de PrO Assen. Beeld Harry Cock

De juiste zorg

Vlak bij het treinstation in Assen springt de naam van Accare meteen in het oog. De grootste aanbieder van gespecialiseerde jeugdzorg en jeugd-ggz in Noord-Nederland is bekend in de stad. Ongeveer driehonderd kinderen uit Assen krijgen er behandelingen voor onder meer depressies, eetstoornissen en angsten.

Clasina van der Velde, manager van de poliklinieken van Accare, wil het beeld wegnemen dat de sluizen naar specialistische jeugdzorg wagenwijd openstaan. De doorverwijzers weten dat ook, zegt ze. ‘We sturen erop aan alleen kinderen in behandeling te nemen die het echt nodig hebben.’ De afgelopen tien jaar – al voordat de gemeenten verantwoordelijk werden voor jeugdzorg – krijgt Accare geleidelijk minder aanmeldingen.

Wel kan de zorg ‘een stuk effectiever worden’, zegt Van der Velde, ‘als de administratie afneemt’. Net als veel andere jeugdzorginstellingen klaagt Accare over de toegenomen administratiedruk sinds de lokale overheid over jeugdzorg gaat. Elke gemeente heeft er zijn eigen bureaucratie voor ingericht. Accare heeft er extra personeel voor moeten aannemen.

Bij Accare storen ze zich soms aan de ambtelijke gesprekken, die alleen maar over cijfers lijken te gaan. Ja, van oudsher krijgen veel jongeren in Assen zorg, zegt kinder- en jeugdpsychiater Loes van Iersel van Accare, maar dat hoeft niet perse slecht te zijn. ‘Je kunt ook zeggen, Assen doet het goed, misschien is dat een reëel percentage jongeren dat zorg nodig heeft. Wellicht kreeg voorheen niet ieder kind de zorg die het nodig had.’

Van der Velde vult aan: ‘Misschien moet de discussie niet gaan over de vraag of minder jongeren zorg zouden moeten hebben. Het gaat erom dat kinderen de juiste zorg krijgen. En niet alleen om geld.’

Jeugdpsychiater Van Iersel vertelt over een meisje van 14 uit haar praktijk, dat zichzelf snijdt en suïcidaal is. Haar ouders hebben voorafgaand aan hun scheiding jarenlang veel ruziegemaakt, waaraan zij een trauma heeft overgehouden. ‘Ze is regelmatig op een zorgboerderij en volgt gedragstherapie bij ons hoe ze zelf kan voorkomen dat het weer zo ver komt dat ze zichzelf gaat snijden’, vertelt Van Iersel. ‘Ook behandelen we haar trauma.’

Van Iersel ziet hoe het meisje nu tot rust aan het komen is. Haar gedrag is stabiel en op termijn wil ze begeleid gaan wonen. ‘We zijn er nog niet’, zegt Van Iersel, ‘maar als ze het redt, hebben we voorkomen dat dit meisje in de gesloten jeugdzorg is beland. In samenwerking met de gemeente willen we ervoor zorgen dat iemand die op de rand loopt, er niet van afvalt.’

Dat is misschien de grootste dreiging nu, zegt wethouder Vlieg. Extra geld is niet genoeg, de in haar ogen lekke Jeugdwet met al die doorverwijzende partijen moet fundamenteel herzien. Als gemeenten betalen, moeten zij ook mogen bepalen. ‘Ik ben bang dat we zo veel kinderen helpen, dat de kinderen die het écht nodig hebben die zorg niet meer kunnen krijgen. We blazen het systeem op op deze manier.’

Nederland Assen 20190604 Praktijk onderwijs, PrO Assen. details van praktijklessen van leerlingen. Jeugdzorgverhaal foto Harry Cock/de Volkskrant Beeld Harry Cock

Cijfers Assen Jeugdhulp

Er wonen 14.500 jongeren (0 – 17 jaar) in Assen (22 procent van de bevolking). 2365 van deze kinderen (16,3 procent) hebben in 2018 een vorm van jeugdhulp gehad. Dat zijn er 265 meer dan in 2016 – een toename van 13 procent (vs 12 procent landelijk). In 2018 werd er gemiddeld per kind 9.421 euro aan zorgkosten gedeclareerd, 956 euro (11 procent) meer dan in 2017.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden