Klopt dit wel?

Worden bevallingen in Nederland te vaak ingeleid?

Berichten verspreiden zich dankzij internet vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. De Volkskrant gaat op zoek naar hele en halve onwaarheden en probeert de zin van de onzin te scheiden.

Worden bevallingen in Nederland te vaak ingeleid? Beeld anp
Worden bevallingen in Nederland te vaak ingeleid?Beeld anp

Nederlandse vrouwen bevallen veel te vaak op een kunstmatige manier. Bevallingen worden hier zo frequent ingeleid, meestal zonder medische noodzaak, dat de wereldgezondheidsorganisatie WHO zich zorgen maakt over ons land.

Een bedenkelijke ontwikkeling, die maandag door het AD werd beschreven in een voorpagina-artikel. Het aantal inleidingen is gestegen, lazen we daar, van 15,5 procent in 2008 naar bijna 22 procent nu, terwijl volgens de WHO 5 procent het maximum is. Het nieuws werd door tal van andere media overgenomen. Vrouwen zijn zelf deels schuldig, zo schreef het AD: ze zouden steeds vaker vragen om de bevalling op te wekken. Artsen, beducht voor complicaties, zouden daar wel voor voelen. Heeft Nederland inderdaad iets uit te leggen?

Wat is de bron?

Bij bestudering van de cijfers, ontstaat verwarring. Er is helemaal geen sprake meer van een stijging, die stijging is allang achter de rug. 'Ik weet niet waar dit tumult nu opeens vandaan komt', zegt Guid Oei, voorzitter van de NVOG, de beroepsgroep van gynaecologen. 'Mij bekroop hetzelfde', zegt Arie Franx, hoogleraar verloskunde in het UMC Utrecht: 'Waar is dit nieuws op gebaseerd?'

Let bij het vaststellen van de percentages op de noemer, waarschuwt Franx. Een vijfde van alle zwangeren bevalt thuis en bevallingen worden alleen opgewekt in het ziekenhuis. Nemen we alleen de vrouwen die in het ziekenhuis bevallen, dan zien we een golfbeweging die alweer op de terugweg is, zegt Franx. In 2000 werd 26 procent van de ziekenhuisbevallingen ingeleid, dat percentage nam af naar 22 procent, bleef jaren stabiel, nam tussen 2008 en 2012 toe naar 31 procent en is nu alweer twee jaar aan een afname bezig. Maar bezien we álle zwangere vrouwen, dan zijn de percentages uiteraard lager.

Zorgbalans zette ze vorig jaar op een rijtje (zie grafiek). Het percentage inleidingen steeg van 19 procent in 2005 naar 24 procent in 2010 en bleef daarna stabiel. Als het meest recente percentage in het AD klopt (21,8 procent) dan is na 2012 de daling ingezet. Wat vooral goed nieuws lijkt.

Tips voor deze rubriek? Mail naar kloptditwel@volkskrant.nl.

null Beeld Zorgbalans
Beeld Zorgbalans

Het Nederlandse cijfer is vergeleken met andere Westerse landen niet hoog, zegt Oei: 'We zitten in de middenmoot.' In Groot-Brittannië wordt bijvoorbeeld 27,5 procent van alle bevallingen opgewekt. De bezorgdheid van de WHO kan Oei niet duiden. 'Dan had onze beroepsgroep dat toch moeten weten.' Franx zegt dat hem over het onderwerp geen recent rapport van de WHO bekend is. Waar de ondergrens van 5 procent vandaan komt is hem onduidelijk.

Maar die plotse stijging van een paar jaar geleden dan? Er zijn landelijke richtlijnen over het inleiden van bevallingen. Vrouwen krijgen een infuus met een weeënopwekkend middel als een zwangerschap langer duurt dan 42 weken of als er risico's zijn voor moeder of kind. De afgelopen jaren zijn er voor het opwekken van een geboorte indicaties bijgekomen, zegt Joris van der Post, hoogleraar verloskunde in het AMC. De belangrijkste: een hoge bloeddruk van de aanstaande moeder.

Dat nieuwe beleid is gebaseerd op Nederlands onderzoek. In 2009 publiceerden Nederlandse wetenschappers in vakblad The Lancet de resultaten van een grote studie waaruit bleek dat bij vrouwen die na de 37ste week van de zwangerschap met een hoge bloeddruk kampen, de bevalling beter kan worden ingeleid. Dat is beter voor de gezondheid van moeder en kind. Daarna steeg bij die groep zwangeren het aantal inleidingen.

Klopt dit wel?

Maar een inleiding bij ruim een vijfde van alle geboortes, dat is veel. Is daadwerkelijk bij ruim 20 procent van de zwangeren de gezondheid van moeder en kind zo in gevaar dat de bevalling moet worden opgewekt? Nee, erkent Van der Post, er kan nooit bij een op de vijf ingeleide bevallingen sprake zijn van een medische reden. 'Maar dat is eigen aan de geneeskunde: wil je iets voorkomen dan moet je meer mensen behandelen dan die ene bij wie wat aan de hand is. Er is altijd een marge van onzekerheid bij de diagnose. Op een echo kan een baby te klein lijken terwijl dat in werkelijkheid wel meevalt.'

Franx denkt dat ook de onrust over de relatief hoge babysterfte in Nederland het aantal inleidingen wat heeft opgestuwd. Zeven jaar geleden werd duidelijk dat het aantal kinderen dat hier tijdens de zwangerschap of rondom de bevalling overlijdt vergeleken met de ons omringende landen hoger is. 'Door de commotie die toen ontstond waren artsen wellicht bereid om eerder in te grijpen. Het Nederlandse onderzoek bij vrouwen met een hoge bloeddruk wees bovendien uit dat er na een inleiding geen grotere kans was op een keizersnede. Dat nam ook de terughoudendheid van gynaecologen wat weg.'

De babysterfte in Nederland daalt sinds een paar jaar. Dankzij tal van maatregelen, zegt Oei, waaronder het vaker inleiden van de bevalling. 'Daar kan de WHO alleen maar tevreden over zijn.'

Vragen vrouwen de gynaecoloog nooit zelf om hun kind wat eerder te laten komen? Jawel, zegt Franx: 'Mijn ervaring is dat de druk van zwangere vrouwen wat groter is geworden. We merken dat vrouwen beter geïnformeerd zijn, ze denken mee, beslissen mee.' Toch denkt Oei niet dat gynaecologen zich massaal door vrouwen laten overhalen om de bevalling op te wekken als dat niet nodig is. 'Inleiden is een vrij zware ingreep, dat doen we niet zomaar.'

Een zorgvuldige afweging blijft van belang, zegt Van der Post. 'We moeten ouders goed uitleggen wat de voordelen en de nadelen zijn van een ingeleide bevalling. We maken de geboorte technischer, grijpen in bij een natuurlijk proces. We weten niet helemaal wat de lange termijn gevolgen daarvan zijn. Soms duurt een bevalling langer en er is soms meer kans op bijvoorbeeld een keizersnee.' Maar als er echt een medische noodzaak is, dan is inleiden beter voor moeder en kind. 'We merken dat vrouwen geneigd zijn om daar vooral aan te denken.'

Oordeel:

null Beeld .
Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden