Word Obama

Politici die kinderen inzetten voor hun propaganda wekken niet direct vertrouwen op. Het roept een echo op van Hitler met een schattig blond kleutermeisje op zijn arm.

Toch was ik gecharmeerd van het filmpje voor Barack Obama dat een Amerikaanse kennis me per mail toestuurde. Op de veranda zitten kinderen in een kring. Ze draaien een lege wijnfles in het rond. Naar welk kind de fles uiteindelijk wijst, krijgt de beurt. Eén voor één zeggen de kinderen waarom ze voor Obama zijn. De een is voor Obama om de ijsberen te redden. De ander is voor Obama vanwege de vrede.

Het filmpje is overduidelijk in een half uurtje in elkaar geflanst. Maar vervolgens heeft ze het wel naar al haar kennissen gestuurd. En ze roept die kennissen op om geld te doneren om haar filmpje echt te laten uitzenden. En zij is niet de enige. Honderden, misschien wel duizenden mensen hebben de moeite genomen om een Obama in 30 seconds een filmpje te maken. En al die mensen hebben die filmpjes naar al hun kennissen gestuurd.

Zoals Kennedy
Wat de radio-praatjes waren voor Roosevelt en de televisiedebatten voor Kennedy, is internet voor Obama. Het heeft hem de overwinning op Hillary Clinton bezorgd. Op Youtube zijn talloze speeches van hem te zien. Mensen zijn niet meer aangewezen op de one-liner die op het nieuws komt. Ze kunnen het hele verhaal bekijken. Obama heeft maar liefst achtduizend groepen van sympathisanten op het web, 750 duizend actieve vrijwilligers en 1.276 duizend donateurs. Maar het bijzondere is dat hij deze enorme achterban niet alleen gebruikt om fondsen te werven en zijn politieke boodschap te verspreiden. Hij roept mensen op om in zijn geest zelfstandig initiatieven te nemen. De filmpjes van Obama in 30 seconden zijn daarvan een goed voorbeeld.

De boodschap is niet: steun Obama, maar word Obama. Word iemand die verandering bewerkstelligt. Zelfs mijn dochter van 13 is door die houding gegrepen. Meestal vindt ze politiek iets vervelends waar haar vader veel en veel te lang over praat. Maar op een dag kwam ze thuis met een uitspraak van Obama die ze geweldig vond. ‘Ik vraag jullie niet om te geloven in mijn vermogen om het land te veranderen, ik vraag jullie om te geloven in jullie vermogen om het land te veranderen.’

Obama treedt met zijn aanpak in de voetsporen van Howard Dean die in 2004 de nominatie verloor aan John Kerry. Dean stapte af van het idee van een centraal geleide campagne. Hij vroeg niet om voetvolk dat voorgedrukte folders uitdeelt, maar om aanhangers die zelf het initiatief nemen. Op zijn website kon je je postcode intikken en dan kreeg je de namen van Dean-aanhangers bij jou in de buurt. Dan kon je samen met hen je eigen campagne voeren.

Activisme
Het televisietijdperk maakte van kiezers passieve kijkers. Het internet-tijdperk brengt het activisme terug in de politiek. Of zoals een waarnemer zei: ‘Het internet brengt in de campagne terug wat de televisie eruit heeft gehaald: mensen.’

Als Obama wint, zal zijn methode ongetwijfeld ook hier navolging krijgen. Maar daar is nu nog weinig van te merken. Jan Peter Balkenende en Wouter Bos hebben wel heel veel vrienden op hyves, maar ze hebben die ‘vrienden’ nooit geïnspireerd om decentraal hun eigen campagne te voeren. Rita Verdonk probeert dat wel een beetje. Ze wil dat haar aanhangers meedenken aan haar programma. Maar er schuilt een opmerkelijke tegenstrijdigheid tussen haar boodschap en haar methode. Haar retoriek is die van de sterke leider. ‘Vertrouw op mij. Ik ben daadkrachtig. Ik kan zelfs de files voor u oplossen.’ Die boodschap staat haaks op het idee van power to the people.

Wie mensen in beweging wil brengen, moet grote woorden als hoop niet schuwen. Dat maakt het navolgen van Obama in Nederland lastig. Nederlandse politici zijn doorgaans zo bevreesd voor valse beloften dat ze liever bescheiden zijn dan ambitieus. Dat is fnuikend voor de mobilisatiekracht.

Maar laatst was ik bij een conferentie over sociale zekerheid waar Dominic Schrijer, de PvdA-wethouder van Rotterdam, een hele grappige combinatie had gevonden van Hollandse nuchterheid en Amerikaans optimisme. Obama’s beroemde slogan Yes we Can heeft hij volgens Schrijer eigenlijk gestolen van de televisie stripfiguur Bob de Bouwer. ‘Can we fix it? Yes we can.’ De Nederlandse vertaling is: ‘Kunnen wij het maken? Nou en of.’

Het is Obama’s meeslepende retoriek op de maat gesneden van de Nederlandse polder. Kunnen wij zorgen dat de Nederlandse kiezer de politiek en politieke campagnes weer in eigen hand neemt? Nou en of!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden