Woordentheater

In de buurt waarin ik woon zijn veel hotels. Die buurt bevindt zich dan ook in een stadsdeel dat veel toeristen aantrekt, het zogenaamde 'museumdistrict'. Dat woord dient op z'n Engels te worden uitgesproken, enigszins bekakt, zoals het in de tram klinkt als de toerist zijn door de gemeente vermoede bestemming bereikt (Rijksmuseum, Van Gogh, Stedelijk). Het klinkt als hoog-Engels, maar toch meen ik op de achtergrond een zweem van een Nederlands accent te bespeuren, wel niet zo vreselijk als dat van de doorsnee vaderlandse politicus, maar toch. Is dat erg? Nou nee, er valt mee te leven. De modewinkels in het 'mjoeziumdistrict' doen jaarlijks aan sale.


Ze bedoelen uitverkoop, maar dat is ze waarschijnlijk te armzalig voor de peperdure kleren die ze in de ramsj doen. Met sale draagt de keizer nieuwe kleren. Onze premier die aan de ziekte van economie lijdt en dientengevolge veel Engelse uitdrukkingen gebruikt en die bovendien Nederland aan de Nederlanders en de PVV wil teruggeven, zou kunnen beginnen met de Nederlandse taal. Hoewel? Waarin kom je dan terecht? Op Radio 1 hoorde ik iemand over politici zeggen: 'Hun moeten, zeg maar, heldere taal spreken.' Het woord 'hun' is in opmars. Ik vlei me met de hoop geen taalpurist te zijn, maar ik wen hier moeilijk aan, zijnde iemand van de grammaticaal welopgevoede klasse. Ik dreig te worden wat ik vroeger nooit wilde zijn: een persoon van de oude stempel. Mag zijn geluid nog wel gehoord worden? Zal het moment aanbreken dat ik er zelf niet meer naar luister? Zeg maar: 'zeg maar'?


Een woord dat we de laatste tijd weer vaak horen is 'theater', uitgesproken door Amerikaanse generaals. Ze bedoelen er geen schouwburg mee, maar het gebied waarop een oorlog wordt uitgevochten. De oorlog die nu woedt, hoezeer ook bedoeld als een Blitzkrieg, duurt aanzienlijk langer dan een toneelvoorstelling, het vergoten bloed is er echt bloed en de bliksem die van inslaande raketten. Het theater van de generaals schenkt ons de werkelijkheid van de langdurige oorlog, de schouwburg de werkelijkheid van de kortstondige illusie. Kortstondig, maar in de beste gevallen onvergetelijk.


Onvergetelijk beschreven door de schrijver David Van Reybrouck, die onlangs centrale gast was van het theaterfestival Cement in Maastricht. Hij vroeg zich af hoe het komt dat (net als oorlog overigens) 'in deze tijden een prehistorische communicatievorm als theater nog steeds overleeft'. De schrijver had zijn antwoord klaar: 'Het gaat om de broze schoonheid die eenmalig en onherhaalbaar is en die in deze tijd van ellendige heropvraagbaarheid van bestanden zijn unieke bestaan ontleent aan dat wat zich bevindt, voltrekt, openbaart en ontvouwt op dat ene moment op die ene plaats waar het publiek het ziet.'


Daar gaat het om. Ik klap in mijn handen voor het kunststuk van deze zin, gebracht in het theater van de woorden, maar toen ik hem onlangs in de Volkskrant las werd ik er door ontroerd en hield me stil. Van sommige voorstellingen wil je geen afscheid nemen. Je wilt nog even in de ontroering blijven hangen. Je hoopt dat de rest stilte is en de zaallichten niet meteen aan gaan en het applaus niet meteen opsteekt en je scheidt van wat een paar uur lang werkelijkheid was.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden