Woorden schieten tekort

Tekenende schrijvers en dichters zijn geen zeldzaamheid. In Nederland doen onder anderen Kees van Kooten, Joke van Leeuwen en Maria Barnas het. Wat zegt de ene discipline over de andere?

We wisten het al wel uit zijn romans, zie bijvoorbeeld Breakfast of Champions, maar Kurt Vonnegut kon heel aardig tekenen. Hij deed dat met dezelfde lichtvoetigheid waarmee hij zijn korte zinnen aan elkaar reeg, en met eenzelfde soort milde ironie. Die tekeningen staan nu verzameld in het zojuist verschenen Kurt Vonnegut Drawings, het zijn er 145 in totaal. Zelfportretten, vrouwenportretten, een serie voor de letters van het alfabet, voorwerpen, fantasiefiguren, abstracties, het gaat om dat soort zaken.

Een mooie aanvulling op zijn strikt particuliere literaire kosmos is het ook. 'Onze verbeelding is geleerd om te reageren op de eenvoudigste impulsen', zo wordt Vonnegut erin geciteerd. 'Een boek is een herschikking van 26 fonetische symbolen, 10 cijfers, en ongeveer 8 leestekens. De lezer gaat er met zijn ogen overheen en ziet opeens de uitbarsting van de Vesuvius of de Slag bij Waterloo voor zich.'

Dat was zijn schrijfopvatting, grosso modo. En ook voor zijn grafisch werk week hij niet van die eenvoud af. In 1997 kondigde hij aan dat Timequake, zijn negentiende roman, ook zijn laatste zou zijn, en dat hij voortaan koos voor schilderen en tekenen als zijn creatieve output. Hij verdiende er zelfs exposities mee. 'Niet omdat de tekeningen nu zo bijzonder waren, maar omdat mensen van mij hadden gehoord.' Dat klinkt ongeveer net zo relativerend als de blik waarmee hij op de achterflap in de camera kijkt, twee poppetjes van Laurel en Hardy naast hem op de keukentafel. Uiteindelijk moest zijn dochter Nanette er dan ook aan te pas komen om deze bundel na zijn overlijden in 2007 samen te stellen. En wat een goed idee was dat.

Tekenende schrijvers en dichters zijn geen zeldzaamheid. In Nederland doet Kees van Kooten het, Joke van Leeuwen en Maria Barnas. Harry Mulisch schetste zichzelf in 1977 als een Egyptische godheid voor het literaire periodiek De Revisor. We kunnen wel spreken van een lange traditie, afkomstig uit het tijdvak van de kroontjespen. Zit je even vast in je manuscript, laat dan je hand gedachtenloos wat krassen en tekenen. Zul je zien dat je zo weer verder kunt. Daar komt het vandaan, die tekenschrijver. Wat ook nog kan is dat ze hun personages eerst even schetsen om ze daarna met meer detail in woorden te kunnen vangen. Als handig hulpmiddel. Of, zoals in het geval van Vonnegut: overdag schrijven, en 's avond tekenen, ter ontspanning, de geest even verzetten.

En duik je er eenmaal in, dan stuit je op de wonderlijkste dwarsverbanden. Vladimir Nabokov tekende graag vlinders, hoe kan het ook anders? Lepidoptera, de vlinderkunde, was naast schrijven zijn grote passie. For Vera, Adorata adorata staat erbij, op een exemplaar uit 1970, gericht tot zijn liefhebbende vrouw. Goethe kon veel, zo niet alles: schrijven, dichten, filosofie, wetenschap, politiek. Maar dat hij ook nog eens zo'n begenadigd portrettekenaar was, is toch wel opmerkelijk. Hij had het van zijn vader, de kunstschilder Johann Goethe. De Russische realist Fjodor Dostojevski krabbelde dan weer zijn hele manuscript vol met ingevingen, schetsen en notities. De pagina's zien er bijna uit als de storyboards van een filmregisseur.

Avonturier Joseph Conrad hield het eerder bij erotische schetsen, waarin zijn fascinatie voor vrouwenbenen, heupen, lingerie en het spel van voyeur en exhibitionist naar voren komt. Hij wilde de pentekeningen alweer weggooien toen zijn achttien jaar jongere vrouw sprak: doe maar niet, als je straks dood bent, kan ik ze verkopen om onze twee zonen te onderhouden. En dat was ook zo. Sprookjeskoning Hans Christian Andersen maakte graag collages van vrolijke figuurtjes, geknipt uit vouwpapier. De hoogst getalenteerde, maar door depressies geplaagde dichteres Sylvia Plath deed ook aan zelfportretten, in pastel. En inderdaad: ze staat er behoorlijk bezorgd op. Beatnik Jack Kerouac probeerde juist te schetsen en te schilderen met dezelfde swing en zwierigheid als die van jazzmuziek, en het moet gezegd...

De lijst is eindeloos. Een aantal van deze voorbeelden staan verzameld in een lijvig boek dat in september 2007 bij de Mid-List Press is verschenen: The Writer's Brush - Paintings, Drawings, and Sculptures by Writers. Het werd samengesteld door Donald Friedman, en de inleiding was van de hand van romancier John Updike, zelf geen onbegenadigd cartoonist. 'De jeuk om donkere tekens op een witte achtergrond te zetten, is bij schrijvers en beeldend kunstenaars overeenkomstig. Het gaat om de subtiliteiten van vorm en kleur, de gedistingeerdheid van het weefsel, het doseren van de hoeveelheid, de principes van perspectief en compositie, gearrangeerd binnen een beperkte ruimte. Allebei streven ze naar levendigheid, accuratesse, economisch gebruik. Geen wonder dat veel schrijvers getekend en geschilderd hebben: de gereedschappen zijn nauw verbonden, de impuls is precies dezelfde' observeerde Updike.

Daar hoort nog iets bij. We leren allemaal lezen met behulp van afbeeldingen. Hoewel woorden zijn bedoeld om uit te spreken, moeten we eerst leren kijken om te kunnen lezen en schrijven. Niet voor niets hingen in de eeuwen van bijna compleet analfabetisme de kerken vol met instructieve wandkleden, en dan is de sprong naar de prehistorische muurschilderingen ook snel gemaakt. Beeld = tekst en tekst = beeld. En omdat zelfs schrijvers leren lezen met behulp van beeld, wordt dit allemaal in dezelfde hersenkwab gearchiveerd. Op een goed moment komen die beelden en teksten er weer uit. Bij James Joyce, bijvoorbeeld. Hij tekende ook. Zelfs als hij schreef. Hij wilde, naar eigen zeggen, de woorden door zijn aderen voelen vloeien, en door zijn pols, zó het papier op, met krullen en doorhalingen en al. Zijn manuscripten liet hij vervolgens door een assistent uittikken, want bij een schrijfmachine, nee, daar kreeg hij in het geheel geen stromend gevoel bij.

Soms ook is dat dubbeltalent meer dan een hobby, of een ezelsbruggetje voor eigen gebruik. Daar kwam Tom Wolfe achter, toen hij als jonge reporter in 1956 door de Springfield Union erop uit werd gezonden om rechtbankverslagen te maken. De schetsen van de verdachten leverde hij er ook maar bij. En verdomd, ze haalden de krant. Sterker nog, The Washington Post en The New York Herald Tribune wilden ze ook hebben. Later deed hij hetzelfde bij zijn essays en reportages voor onder meer Esquire en New York Magazine, voorbeelden ervan kun je terugvinden in zijn bundel In Our Time (1980). Vooral de spotprent van een wel heel dikke senator Ted Kennedy is geslaagd. Dat hij in zijn zwembroek wordt afgebeeld, heeft ongetwijfeld alles te maken met het Chappaquiddick-incident, die toestand met die auto en de brug in 1969, en die verdronken medepassagier Mary Jo Kopechne. Tom Wolfe observeert: 'Toch zitten schrijven en tekenen elkaar ook weleens in de weg. In de rechtszaal, bijvoorbeeld. Dan hoor je de getuigenissen niet als je zit te schetsen. En als je zit te luisteren, kun je weer niet fatsoenlijk schetsen. Het is een gekmakende toestand.'

De geïllustreerde journalistiek van Tom Wolfe raakt ook aardig aan wat Joe Sacco doet, de Amerikaanse verslaggever met het schetsboek. Hij reist af naar oorlogsgebieden, doet er zijn research,en tekent, we zitten nu diep in de hoek van de graphic novel; de literaire beeldroman. Sla zijn The Fixer: A Story from Sarajevo (2003) of Footnotes in Gaza (2009) er maar eens op na. Sacco, die zijn bachelor journalistiek aan de universiteit van Oregon haalde, is eigenlijk geen tekenschrijver meer. Hij is eerder een schrijftekenaar. Een zelfbedachte professie, geboren uit frustratie, omdat hij aanvankelijk maar geen journalistieke baan, kon vinden, die er een beetje toe deed. Toegepaste kunst, zo kun je het ook noemen. En nu staat hij aan de top van zijn veld en kent hij de nodige navolgers.

Keren we terug naar de literaire selfie. Dat genre op zich is waarschijnlijk de beste manier om te ontdekken hoe de schrijver zichzelf ziet. Tussen 1960 en 2014 publiceerde de onlangs overleden Leo Vroman vele honderden gedichten in het literaire tijdschrift Hollands Maandblad en geregeld liet hij zijn poëzie vergezeld gaan van tekeningen. Een heel fraaie is Zelfportret voor Aaltje. Dat stamt uit 2013, het is een van zijn allerlaatste, en Aaltje, dat is natuurlijk de koosnaam voor zijn levenslange liefde Tineke. Met een bedachtzame blik, maar daarom nog niet minder schrander en wijs, kijkt Vroman ons onderzoekend aan. Hij weet iets. Hij weet iets, wat wij allemaal niet weten, zo ziet het eruit. Of, nou ja, je kunt van alles projecteren op deze fijnbesnaarde schets, ongetwijfeld voor een spiegel gemaakt.

Bij eerdere zelfportretten was dat ook zo, dan zag je dat bij Vroman zijn potlood in de 'verkeerde' hand zat. Een heel intiem beeld, eigenlijk, dit. Net als de zelfportretten van Kurt Vonnegut op een gekke manier intiem en inzichtelijk zijn. Een tekenschrijver voegt aan zijn oeuvre werkelijk iets toe.

Kurt Vonnegut Drawings - samengesteld door Nanette Vonnegut. Monacelli Press, 176 pagina's. Winkelprijs: circa 32,90 euro

undefined

Extra: Woordridder

Ook Aleksandr Poesjkin (1799-1837), geroemd als Ruslands grootste literaire figuur, mocht graag in de marge van zijn gedichten tekenen en schetsen. De Russische Akademie van Wetenschappen hechtte er zo veel belang aan dat zij in 1999 een deftige uitgave verzorgden: A. Pushkin: The Complete Collection of Drawings, liefst 611 pagina's, vol annotaties ook. In Nederland is het boek lastig leverbaar, maar alexanderpushkin.com (hoofdstukje Pushkin's Drawings) biedt uitkomst. Helaas staat Poesjkins leukste schets er niet op, die vinden we terug in het boek The Writer's Brush. De schets verbeeldt een ridder met een gigantische ganzenveer, zijn pen is zijn lans. Poesjkin als de gewapende dichter, de woordridder, de voorvechter van het vrije woord.

Ironisch genoeg kwam juist de arme Poesjkin bij een duel inzake de eer en de liefde op gewelddadige wijze aan zijn einde.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden