Woonoord van de Familie Chang

Voor Chinese thee van de beste kwaliteit moest je vroeger bij Chang in Taiyuan wezen. Van het thee-imperium resten slechts fraaie gebouwen: in een openluchtmuseum zonder leven....

Weinig streken op de wereld moeten zo deprimerend zijn als de omgeving van de Chinese stad Taiyuan. De grijze, foeilelijke hoofdstad van de provincie Shanxi is doortrokken van het kolengruis, en buiten de stad is het niet veel beter. Daarom is na alle vuiligheid, kaalslag en treurige bouwsels de verrassing des te groter als daar ineens een parel uit de geschiedenis opdoemt: Chang Jia Zhuang Yuan. Vertaald: het Woonoord van de Familie Chang.

Het is moeilijk voorstelbaar dat deze arme streek eens een bloeiend handelscentrum is geweest. Hier begon ten tijde van keizer Qianlong (1735-1796) een zekere meneer Chang een theehandel. Zijn nazaten zijn honderdvijftig jaar lang de heren van de thee geweest.

Thee komt uit China, het woord voor thee in alle talen komt van het Chinese cha, en de beste Chinese thee komt uit de zuidoostelijke kustprovincie Fujian. Daar was de familie Chang eigenaar van een berg waar ze haar eigen theeplantages had. Per boot werd de thee over de Yangtze en andere rivieren naar het Woonoord vervoerd.

Vandaar gingen de theebalen per kameel via Mongolië en Siberië naar Moskou, waar de tsaar thee van Chang dronk. Deze Theeroute, die de vergane glorie van de Zijderoute deed herleven, maakte de Changs tot de belangrijkste handelaars van Shanxi en tot een van de rijkste families van China. Op het hoogtepunt van hun macht woonden ruim drieduizend leden van de familie in het Woonoord.

De Japanse bezetting in 1937 betekende het einde van hun thee-imperium. Na de communistische machtsovername in 1949 werden de huizen van het Woonoord betrokken door de nieuwe lokale machthebbers. Dat is de redding geweest van althans een deel van dit unieke architectonische juweel. Het is pas kort geleden gerestaureerd en staat daarom nog niet in toeristengidsen.

Het Woonoord is een ommuurde stad, doorsneden door een zandkleurige straat met aan één kant een lange, raamloze gevel. Achter de in sierlijke eenvoud uitgevoerde toegangspoorten opent zich een weelde die de rijkdom van de Changs ten volle uitmeet.

Op een binnenplaats en een intern straatje komen lage gebouwen uit voor de familie en het personeel, dokter en onderwijzer inbegrepen. Van sommige vertrekken is de oorspronkelijke inrichting hersteld. Alles is opgetrokken in klassieke Chinese stijl, met een zeldzame pracht aan houtsnijwerk, sculpturen en miniatuur-wandschilderingen.

Achter de huizen ligt de vroegere familietuin die een van de grootste particuliere tuinen van China was. Alles in dit park is klassiek: de zorgvuldig aangelegde bochtige paadjes, het meer en de bruggetjes, de oude bomen en bonsais, de pagodes en paviljoens. De harmonie van het Woonoord en zijn tuin contrasteert fel met de kakofonische smakeloosheid van de moderne Chinese steden en met het aanpalende dorp, waar vierhonderd verpauperde leden van de familie Chang wonen.

Maar het is een bevroren, gerestaureerde harmonie. Het woonoord is een openluchtmuseum zonder leven, dat 's avonds verandert in de kitsch waar de moderne Chinezen zo dol op zijn. Langs de contouren van kantelen, daken, zuilen en balustrades zijn lichtsnoeren aangebracht, en in de bomen hangt kerstboomversiering. En in het meer drijven oplichtende megalotussen van plastic. Disneyland.

***

Onbekende parel Luocheng

Chengdu heeft 2500 jaar geschiedenis. Het is er niet aan af te zien. De hoofdstad van de provincie Sichuan heeft nog twee oude straatjes over. Chengdu dient als vertrekpunt naar prettiger oorden, zoals het gebergte Emeishan en de mega-Boeddha van Leshan. Nog iets verder naar het zuiden ligt een onbekend juweel: Luocheng.

De reis naar Luocheng geeft een goed beeld van het eeuwige China, ver van de wolkenkrabbers van Shanghai en de fly-overs van Peking: steengroeven en visvijvers, gegroefde gezichten, sjouwende mensen, vrachtwagens volgestouwd met varkens, zwoegende boeren op geterrasserde bergen of in drommen op weg naar de markt. Alles is uitgevoerd in varianten van de tint grijs.

Luocheng, tachtigduizend inwoners, is op het eerste gezicht de zoveelste ode die het Chinese binnenland brengt aan chaos en schamelheid. De markt is levendig en armelijk, alles is vaal en smerig, de mensen bevinden zich zichtbaar aan de verkeerde kant van de welstandsgrens. Vreemdelingen komen hier bijna nooit.

Een bochtig straatje voert naar het oude centrum. Twee rijen huizen hebben de gebogen vorm van een schip. Aan beide kanten zijn houten overkappingen. In deze portalen wordt markt gehouden en is het mannelijke deel van de bevolking kaartend, theedrinkend en kijkend bijeen.

Op één uitzondering na zijn alle gebouwen eeuwenoud. Ieder spoor van luxe ontbreekt. De mensen zijn sjofel gekleed. Velen hebben nog altijd een Mao-pak aan. Bijna iedereen rookt een zelfgerolde sigaar, die rechtop in een pijp staat. Voor een nieuwe sigaar schieten ze de rondlopende verkopers van tabaksbladen aan.

De meeste mannen spelen een onbegrijpelijk spel met smalle, langwerpige kaarten. Een van hen vertelt dat dit de eerste keer is dat buitenlanders hier thee komen drinken. Hij legt uit waarom het centrum de vorm heeft van een schip: het is een manier om regen af te smeken voor het meestal kurkdroge land.

Nog altijd bevindt het schip zich in zijn oerstaat, zonder toeristen en zonder reclameborden. In een kraampje wordt papieren geld voor de voorouders verkocht. Een onooglijk antiekwinkeltje blijkt schatten te bevatten.

In het breedst van het schip staat de 'kajuit', een open houten gebouw waar geen spijker aan te pas is gekomen. Twee draken bekronen het kruldak. Generaties lang werden hier Sichuan-opera's opgevoerd, tot ze tijdens de Culturele Revolutie door revolutionaire opera's werden vervangen. Na die ramp raakte het operahuis in verval.

Een vrouwtje van negentig wijst de weg naar de vroegere trots van Luocheng. Ze stopt bij een groenteveld aan de rand van de stad, hoog boven een rivier. Van de door Mao's Rode Wachters verwoeste tempel zijn alleen twee half overwoekerde leeuwen overgebleven. De tempel stamde uit de tijd van de Ming-dynastie (1368-1644), net als het oude stadscentrum. Een paar jonge mannen zeggen dat ze hem opnieuw willen opbouwen.

Wat verder rijst een groene gevel op. Daarachter gaat een moskee schuil voor de zeshonderd plaatselijke leden van de Hui-etnie. Een schooltje gaat uit. Als de kinderen de buitenlanders ontdekken, gaan ze lachen en joelen: de Middeleeuwen hebben bezoek gekregen uit Mars.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden