interviews

Wooncrisis creëert onzichtbaar menselijk drama: ‘Voor zorghelden waar de samenleving voor klapt is geen plaats op de woningmarkt’

Merima Aljic voert haar zoontje, omringd door haar moeder en zussen. Ze woont nog thuis en zoekt met haar man al acht jaar naar een huurwoning. 
 Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Merima Aljic voert haar zoontje, omringd door haar moeder en zussen. Ze woont nog thuis en zoekt met haar man al acht jaar naar een huurwoning.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Achter de alarmerende cijfers van het woningtekort in Nederland gaan schrijnende verhalen schuil van mensen met een laag of middeninkomen die geen betaalbare huurwoning kunnen vinden. Waar lopen ze tegenaan en hoe wonen ze nu?

Merima Aljic kan niet met haar man samenwonen

Al acht jaar is Merima Aljic (25) op zoek naar zelfstandige woonruimte. De verzorgende heeft een vaste baan van 32 uur in een zorgflat voor ouderen, en woont met haar baby bij haar ouders en twee zusjes in een vierkamerwoning in Amsterdam-Noord. Net als haar aan de universiteit studerende zussen is Merima in Nederland geboren. Haar ouders ontvluchtten in 1993 de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië en vonden twee jaar later onderdak in Nederland, waar zij een nieuw bestaan opbouwden. Merima’s man Seid heeft een studie politieke wetenschappen en vredesstudies afgerond en woont en werkt in Bosnië. Daar leerde ze hem bijna 9 jaar geleden kennen tijdens een vakantie. Op haar 18de trouwden ze. Sindsdien hebben ze noodgedwongen een latrelatie omdat het nog niet is gelukt een betaalbare huurwoning met een of twee slaapkamers onder de 800 euro te vinden. Merima betaalt een paar honderd euro per jaar voor haar inschrijving bij vier websites voor woningzoekenden en bij Woningnet in Amsterdam, Zaandam, Purmerend, Amersfoort, Almere, Eindhoven en Uden. In Noord-Brabant heeft ze vrienden wonen en is de kans op een woning groter dan in de hoofdstad, vandaar. Daarnaast zoekt ze via Facebook en een makelaar naar een betaalbare woning. Elke dag checkt ze meerdere malen haar mailbox om te zien of er iets vrijkomt. Al vele honderden woningen heeft ze voorbij zien komen, van een studio van 28 vierkante meter à 730 euro huur exclusief servicekosten tot een eengezinswoning van 60 vierkante meter à 1.200 euro kale huur. Elke keer greep ze mis omdat ze te veel of te weinig verdiende of niet hoog genoeg op de wachtlijst stond. ‘U staat in het rood’ staat er dan, wat betekent: u bent kansloos.

Een paar keer dacht Merima beet te hebben en stond ze op het punt een huurcontract te tekenen, maar deinsde ze terug omdat ze het zaakje niet vertrouwde. Zo moest ze een keer aan iemand die zichzelf niet bekend wilde maken en die haar ‘uit 3.000 belangstellenden had uitverkoren’, een paar honderd euro betalen voor ‘aansluitingskosten’. Nog voordat ze de woning mocht komen bekijken. Een andere woning die per direct beschikbaar zou zijn, bleek toen ze er een kijkje nam, bewoond. ‘In je wanhoop kun je ingaan op een aanbod dat niet blijkt te deugen.’

Sinds vorig voorjaar komt Merima in aanmerking voor een voorrangsregeling van de gemeente Amsterdam voor verzorgenden en leraren, beroepsgroepen waaraan een groot tekort is in de hoofdstad. Ook deze voorkeursbehandeling heeft haar nog geen huurwoning opgeleverd.

Haar man ziet Merima drie, vier keer per jaar. Ze huren dan een hotelkamer. Hij ziet het niet zitten in te trekken bij haar familie en dat begrijpt Merima. ‘Er is geen enkele privacy’. Hun kinderwens stelden ze aanvankelijk uit, totdat Merima besloot dat de woningnood geen obstakel mag zijn. Ruim een jaar geleden beviel ze van zoon Dawud. Haar slaapkamer van 2 bij 5 meter heeft ze omgetoverd in een babykamer met witte wolken op een blauw geschilderde muur. Ze denkt erover naar Bosnië te emigreren om eindelijk een gezinsleven te kunnen leiden. ‘Ik zie geen uitweg meer. Voor de prijs van een klein huurappartement in Nederland heb je in Bosnië een vrijstaand huis.’ Haar leidinggevende ziet haar niet graag vertrekken. ‘Weer een verzorgende minder.’

Merima Aljic ziet haar man drie, vier keer per jaar. Beeld Marcel van den Bergh
Merima Aljic ziet haar man drie, vier keer per jaar.Beeld Marcel van den Bergh

Noud Manders woont noodgedwongen in een stacaravan

Een stacaravan bleek de enige uitweg uit de daklozenopvang. De woningnood heeft Noud Manders (31) op een camping in Noord-Brabant doen belanden. Noud kan daar van maart tot november wonen. In de wintermaanden moet hij elders onderdak zien te vinden. Wel mag hij er in de weekends en schoolvakanties zijn. De afgelopen donkerste maanden van het jaar kon hij bij een vriend overnachten, want anders was het de bank van zijn moeder geworden, in een appartement van 56 vierkante meter met een thuiswerkende stiefvader door corona.

‘Een jaar geleden ging het niet goed met mij’, vertelt Noud in de tuin achter zijn caravan. ‘Ik dronk te veel en trok mij terug, vrienden en familie hield ik op afstand.’ Hij nam ontslag om tot rust te komen, in de veronderstelling zo weer aan het werk te kunnen in het vak waarvoor hij is opgeleid. Een baan in de horeca is er in Amsterdam altijd wel. Het was februari 2020, toen corona Nederland nog niet op zijn kop had gezet. Tegen het einde van de maand was zijn geld op en kon hij de huur van zijn kamer in hartje Amsterdam niet neertellen. Voor een onderkomen waar net een tweepersoonsbed, kast en keukentje in pasten, betaalde hij 750 euro per maand. De ‘onderhuurbaas’ van wie hij de ruimte huurde, was onverbiddelijk en zette hem subiet op straat.

In de maanden daarna was Noud werk- én dakloos. Met zijn belangrijkste eigendommen in een rugtas klopte hij aan bij de gemeente en kreeg daar te horen dat hij terecht kon bij de daklozenopvang van het Leger des Heils. Drie maanden overnachtte hij daar. Het viel hem op hoeveel verschillende mensen er verblijven, niet alleen de ‘stereotype’ dakloze, maar ‘ook mensen zoals jij en ik die overdag naar hun werk gaan maar ’s avonds geen thuis hebben. Als je eenmaal in de daklozenwereld zit, kom je er moeilijk weer uit’, zegt Noud.

Met de hulp van een maatschappelijk werker van De Regenbooggroep kwam Noud er weer bovenop. Tot de laatste vraag kwam: een woning. ‘Daaraan kon ze me niet helpen.’

Na drie maanden in de opvang kreeg Noud tijdelijk onderdak in een hostel in Amsterdam. Zijn moeder kon de leefomstandigheden van haar zoon niet meer aanzien en besloot op zoek te gaan naar tijdelijk onderdak dat wel snel voorhanden was. Samen met haar man kocht ze een gemeubileerde stacaravan voor Noud, waar hij eind juni 2020 introk en sinds 1 maart weer voltijds mag wonen. Elke ochtend staat hij om 5 uur op voor zijn baan bij schoonmaakbedrijf De Schone Zaak.

Hij staat nu als woningzoekende ingeschreven bij een woningcorporatie in Brabant. Ook daar moet hij geduld hebben. De wachttijd voor een sociale huurwoning is daar gemiddeld drie jaar, niets vergeleken bij de Randstad, waar woningzoekenden al gauw 17 jaar moeten wachten. ‘Ik mag op drie woningen per week reageren. Er zijn meestal driehonderd belangstellenden per adres.’ Tot het bevrijdende telefoontje zal hij in de caravan blijven wonen. ‘Ik hoop dat permanente bewoning wordt toegestaan, zodat ik eerder mijn zelfstandigheid terugkrijg.’

Noud Manders bij zijn stacaravan, waar hij van maart tot november in woont. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Noud Manders bij zijn stacaravan, waar hij van maart tot november in woont.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Jean-Pierre de Breed trekt van antikraak naar sloopwoning

Een ‘huurnomade’ noemt de gescheiden vader van drie kinderen zichzelf. Jean-Pierre de Breed (57) is er de afgelopen zes jaar niet in geslaagd een vaste woonstek te vinden in Den Haag. Sinds zijn echtscheiding in 2015 heeft hij op zeven verschillende plekken slechts tijdelijk onderdak kunnen vinden. Een huis dat te koop stond en hij tot de verkoop mocht huren, de woning van een vriend waar hij als logé op de bank kon slapen. Een recreatiewoning en een huurwoning in de commerciële sector die hij moest verlaten omdat 900 euro maandelijkse huur niet was op te brengen (750 euro is voor hem de max). Daarna volgden een antikraakpand en twee tijdelijke huurwoningen die op de nominatie staan voor sloop of renovatie, zoals zijn huidige verblijf. ‘Ik scharrel van noodoplossing naar noodoplossing’, zegt De Breed. ‘In het circuit waarin ik tegen mijn wil ben terechtgekomen, ben ik niet de enige met een baan en kinderen voor wie geen vaste woonruimte te krijgen is. Je hoeft maar een mentale of financiële klap te verwerken te krijgen en je verliest een basisbehoefte: de zekerheid van een dak boven je hoofd.’ Zijn financiële reserves zijn inmiddels op. Een huis kopen zit er daardoor al helemaal niet meer in.

De Breed is ziekenverzorgende in een verpleeghuis en een zorghotel in Den Haag. Eerder werkte hij bij een huisartsenpost en op een ambulance. Zijn vaste baan geeft hem nog enige mentale rust te midden van de coronapandemie, in een verder onzeker bestaan. Niet weten hoelang je ergens kunt wonen maakt instabiel, zegt hij, want zorgt voor permanente onrust. Wrang noemt hij het dat voor de ‘zorghelden’ waar de samenleving zo enthousiast voor klapt, kennelijk geen plaats is op de woningmarkt.

Zijn verhuisdozen staan opgestapeld in de kelder. Met uitpakken is hij na de derde verhuizing maar gestopt. Alleen de hoogstnoodzakelijke spullen gaan in en uit een koffer. Zijn kinderen, die om het weekeinde bij hem zijn, lijken hun vaders nomadenbestaan als een avontuur te zien. Waar is pappa nu weer beland? ‘Tegelijkertijd weet ik dat het voor hen ook verre van stabiel is zo.’

De zorgverlener verbaast zich over de staat van de tijdelijke woningen die op de nominatie staan voor sloop of renovatie. In zijn vorige huis gierde de wind door de kieren, was de deur kapot en kreeg hij de huiskamer op koude dagen moeilijk warm met ramen van enkel glas. ‘Waarom hebben woningcorporaties deze woningen niet goed onderhouden en van dubbel glas voorzien? Dan had er fatsoenlijk gewoond kunnen worden.’

De driekamerwoning die hij nu voor 450 euro tijdelijk mag huren, stond voor zijn komst een halfjaar leeg. De vorige bewoner was gestorven. ‘In een verpleeghuis hebben we de woonruimte van een overledene binnen een dag schoongemaakt en opnieuw ingericht, zodat een etmaal later een nieuwe bewoner erin kan, waarom kunnen woningbouwverenigingen dat niet?’

En zo zijn er nog meer vragen waar de zorgverlener zijn hoofd mee pijnigt. ‘Waarom staan er zo veel woningen en kantoren leeg, terwijl de wachtlijsten voor woningzoekenden eindeloos lang zijn en het aantal daklozen in Nederland inmiddels is toegenomen tot zo’n 40 duizend? Waar blijven de prefabwoningen, tenten desnoods? Mogen we de woningnood soms niet zien? Is dit het nieuwe Nederland, vinden we dit acceptabel, is er nog iets van gevoel? Mopper ik? Deels, maar ik ben ook blij dat ik een dak boven mijn hoofd heb.’

Jean-Pierre de Breed  trekt van sloopwoning naar sloopwoning. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Jean-Pierre de Breed trekt van sloopwoning naar sloopwoning.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Hoe het grote tekort aan betaalbare huurwoningen kon ontstaan

De verdubbeling van het aantal daklozen in Nederland de afgelopen tien jaar is de meest zichtbare uitwas van de wooncrisis in Nederland. Onder de ‘nieuwe’ daklozen, die het clichébeeld van de in zichzelf mompelende man met onverzorgde baard hebben verdrongen, zijn jongeren, werkenden, (gebroken) gezinnen, gescheiden ouders en arbeidsmigranten. Verlies van werk, partner of een door recessie of coronacrisis geslonken inkomen, maakt dat ze hun woonlasten niet meer kunnen opbrengen. Zonder het woningtekort van naar schatting 315 duizend stuks, zouden zij niet in een stapelbed in de nachtopvang hoeven slapen.

Maar ook buiten de uitpuilende daklozenopvang zijn veel woningzoekenden, die bij gebrek aan voldoende betaalbare huur- en koopwoningen hun heil hebben moeten zoeken in een noodoplossing. ‘Spookgroepen’ noemt Maarten Wiedemeijer van de Woonbond hen. Hun onzichtbaarheid ontneemt de buitenwereld een reëel beeld van de daadwerkelijke omvang, urgentie en tragiek van de wooncrisis. Zij slapen in een auto, een hotelkamer, een recreatiewoning, caravan, antikraak, een sloopwoning of op de bank bij vrienden. Of ze hebben wel een eigen huurwoning, maar kunnen de hoge woonlasten niet tot nauwelijks opbrengen. Verhuizen lukt niet bij gebrek aan een goedkoper alternatief. Dit betreft vooral jongeren, alleenstaanden en gezinnen met lage en middeninkomens die huren op de vrije markt, voor wie kopen een onbereikbaar ideaal is geworden.

Schaarste leidt behalve bij koopwoningen ook in de commerciële huursector tot prijsopdrijving. Beleggers en huisjesmelkers verdienen fors aan de woningnood. Een tweekamerwoning van 45 vierkante meter voor 1.200 euro huur per maand is in de Randstad geen uitzondering. ‘Overlevingsschulden’ zijn momenteel de meest voorkomende schulden, volgens het Nationaal Instituut voor budgetvoorlichting, Nibud. Dat betekent dat een huishouden onvoldoende inkomsten heeft om de woonlasten te kunnen betalen.

Hoge woonlasten gaan in de huursector bovendien steeds vaker gepaard met grote onzekerheid over het dak boven je hoofd. Commerciële verhuurders geven dikwijls een tijdelijk huurcontract van twee jaar, zodat ze de volgende huurder een hogere prijs kunnen vragen. Wat daarna?

Oplopende wachttijd

Het aanbod van huurwoningen in de sociale sector (tot 750 euro) en die met een middenhuur (750 tot 1.000 euro per maand) blijft al jaren achter bij de toenemende vraag. De wachttijd voor een sociale huurwoning loopt op en is in de provincie Noord-Holland het langst. In vijf gemeenten, zoals Haarlemmermeer en Amstelveen, bedraagt die zelfs 17 jaar, bleek dit weekend uit onderzoek van de NOS. In de Overijsselse gemeente Rijssen-Holten ben je het snelst, binnen acht maanden, aan de beurt. Het grote tekort aan sociale huurwoningen komt met name door de miljoenen euro’s die woningcorporaties jaarlijks moeten afdragen aan het Rijk (verhuurdersheffing). Sinds de invoering van die heffing in 2013 hebben corporaties daardoor rond de 100 duizend woningen verkocht en de bouw van nieuwe woningen gehalveerd.

De omvang van de zeer divers samengestelde groep woningzoekenden op de huurmarkt, valt door zijn onzichtbaarheid niet in ronde cijfers te vatten, zoals de bijna 40 duizend daklozen die momenteel gebruikmaken van de daklozenopvang.

Schaamte over hun persoonlijke wooncrisis maakt dat weinigen openlijk met hun verhaal naar buiten durven komen, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant de afgelopen twaalf maanden. Alle genoemde ongewenste woonomstandigheden kwamen voorbij, waarvan misschien de pijnlijkste de twee zwangere vrouwen van eind 20 waren, die voor een abortus kozen omdat ze geen zelfstandige woonruimte konden vinden. De ene woonde met haar 11 maanden oude baby bij haar ouders in een kleine flat, op 80 kilometer afstand van haar geliefde, die ook nog noodgedwongen thuis woonde. De andere vrouw die bij een abortuskliniek aanklopte, woonde bij gebrek aan woonruimte na een relatiebreuk in een lekkende caravan op een recreatiepark. ‘Niet de omstandigheden waarin ik een kind wil grootbrengen’, zei ze.

Alleenstaanden

Een van de vele oorzaken van de woningnood is de toename van het aantal alleenstaanden. Voor een deel zijn dat mannen of vrouwen die een relatiebreuk achter de rug hebben. Wie daarna alleen komt te staan en afhankelijk is van de huurmarkt, vindt moeilijk woonruimte. Woningmarktexpert Peter Boelhouwer, hoogleraar aan de TU Delft, schat dat van deze groep er 60- à 80 duizend tijdelijk onderdak hebben gevonden in caravans en recreatiewoningen op campings en vakantieparken. Anderen wonen op zolder, in de schuur, de garage of blijven noodgedwongen samenleven met de partner van wie ze officieel al gescheiden zijn.

Senioren

Een groep alleenwonenden die de afgelopen tien jaar explosief is toegenomen, zijn ouderen die sinds de sluiting van verzorgingshuizen zo lang mogelijk zelfstandig moeten en vaak ook willen blijven wonen. Een deel bewoont nog de woning waar het lange tijd als gezin leefde. Bij gebrek aan voldoende seniorenwoningen blijven ze zitten waar ze zitten. Zich bewust van de schaarste aan huurwoningen besloot de 74-jarige Els van Pelt uit Hilvarenbeek twee jaar geleden haar verhuurder te vragen om een kleiner appartement. ‘Ik vond het eigenlijk asociaal dat ik in mijn eentje in een ruime hoekwoning met tuin woon, terwijl de woningnood zo groot is.’ Het is haar nog niet gelukt iets kleiners te vinden. Ze heeft inmiddels besloten te genieten van haar hoekwoning. ‘Het schuldgevoel heb ik maar van mij afgezet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden