Woodstock: opvanghuis voor oudere drugsgebruikers

In Woodstock, een woongroep voor drugsgebruikers, hebben de bewoners een eigen huis – vaak voor het eerst in jaren...

Zijn kamer is behangen met Japanse prenten en Chinese karakters. Ze bieden tegenwicht aan zijn ADHD, zegt hij. ‘Als ik in China was geboren, was ik Shaolin-monnik geworden.’ Boven zijn bed hangen samoeraizwaarden. ‘Mag van de leiding. Het zijn neppers. Voel maar, ze zijn zo bot als wat.’

‘Onwijs trots’ is Mick (44) op zijn kamer. ‘Kijk, hier heb ik mijn eigen badkamer en toilet’, toont hij. ‘Hier heb ik voor het eerst sinds tien jaar weer op blote voeten gedoucht.’ Hij heeft een eigen tv met dvd-speler, audiotoren, koelkastje, een pantry met magnetron en waterkoker, een bureau met laptop, een balkonnetje, veel daglicht en ruim zicht over de stad.

De eenpersoonskamer is duidelijk met liefde ingericht en oogt geordend. Tot twee keer toe zegt Mick dat hij zich dankbaar voelt en schuldig tegelijk. ‘Alsof ik dit niet verdiend heb. Als ik in de tram zit, voelt het alsof er met blokletters op mijn voorhoofd staat dat ik een junk ben en een bajesklant.’

Zojuist heeft hij zijn ochtendportie methadon ingenomen – hij krijgt 200 milligram per dag (‘Daar kun je een olifant mee platspuiten’). Ook heeft hij dexamfitamine, valium en een blowtje achter de kiezen. Het is nauwelijks te merken.

Micks kamer bevindt zich op de tweede etage van een nieuwe woonvoorziening van Parnassia, de Haagse instelling voor psycho-medische zorg. Samen met 26 andere langdurige drugsgebruikers en vijf alcoholisten heeft hij nabij het centrum van Den Haag zijn plek gevonden in een voormalig verzorgingstehuis voor hoogbejaarden. ‘Alsof er een nieuwe wereld voor mij is opengegaan’, zegt hij. ‘Voor het eerst ben ik gelukkig. Als ik hier ooit wegga, is het tussen zes plankjes.’

Locatiemanager Johan den Dulk (54) realiseerde zich een jaar of zeven geleden dat er een oudere generatie drugsverslaafden – kinderen van de sixties – aan zat te komen die nooit zou worden geaccepteerd in een regulier bejaardentehuis. Niet toevallig is de hieruit voortgekomen woonvoorziening vernoemd naar het in 1969 gehouden Woodstock-festival, hoogtepunt van het hippietijdperk.

De meeste bewoners zijn 50-plusser, de oudste is 70. ‘Misschien dat het een enkeling lukt over vijf jaar zelfstandig te wonen’, taxeert Den Dulk. ‘Maar de meesten zullen hier blijven tot hun dood.’

Het afwijkende aan de woongroep Woodstock is dat de bewoners er vrijelijk mogen toegeven aan hun verslaving. Ze kunnen op hun kamer een biertje drinken, een balletje cocaïne roken of een blowtje opsteken. De dagelijkse portie methadon wordt van huis uit verstrekt, de dope moeten ze zelf op straat scoren. Hangt iemand de halve dag boven de coke, dan volgt er een gesprek met de leiding – want dat is ook weer niet de bedoeling.

Mick moet nog 45 worden en is daarmee een van de jongste bewoners. Maar hij heeft het lichaam van een 70-jarige. Lopen gaat moeizaam. De benen willen niet meer. ‘Het roken van heroïne en cocaïne geeft bloedproppen’, legt hij uit. Zoals geldt voor bijna alle heroïne- en cocaïnerokers zijn ook zijn longen aangetast. De fysieke pijn ervaart hij als een boete voor zijn zonden.

Zijn gewelddadige verleden bezorgt hem nachtmerries. De flashbacks zijn ondraaglijk, zegt hij. ‘Ik heb gezien hoe iemand werd doodgestoken om een euro. Die jongen kwam dat kleine beetje geld tekort en kreeg er ruzie over met iemand die net zijn plek op straat moest bewijzen. Elke subcultuur kent zijn eigen vorm van berechting. Ook de drugsscene.’

Al op zijn 14de begon hij met heroïne. Hij was gelijk verkocht. ‘Ik was een superactief vervelend pleurisjong en werd er rustig van.’ Later stapte hij over op coke. Als de zucht naar cocaïne hem nu overvalt, kijkt hij naar een pasfoto van zichzelf, genomen in de gevangenis. Het fotootje toont ‘die andere Mick’, die voor zichzelf elke geweldsdaad rechtvaardigde door de schuld steevast op zijn slachtoffer te schuiven (‘Had-ie zijn geld maar moeten afgeven’). Die Mick wil hij nooit meer zijn.

Voor verslaafden die al dertig jaar dope scoren, is drugsgebruik geen feestje meer, weet Den Dulk. ‘Wij sturen op stabilisatie van het gebruik – op minder pieken. We zien dat ze hier snel aansterken en veel minder gaan gebruiken. Geld voor af en toe een balletje hebben ze wel.’

Voor zover ze niet arbeidsgehandicapt zijn, zoals Mick, kunnen de bewoners naast hun uitkering een klein dagloon (17,50 euro) verdienen door eenvoudige taken te verrichten. Ze helpen mee met het schoonhouden van de omgeving, doen de was voor oudjes in de buurt of koken voor buurtbewoners die twee avonden in de week een hapje mee eten.

Meer dan de helft van de Woodstock-bewoners heeft nooit eerder in zijn leven gewerkt. Drugsverslaafden zijn doorgaans energieke en slimme mensen, die je moet blijven activeren, weet Den Dulk. ‘Activering is cruciaal. En je geeft ze zo ook de gelegenheid wat geld te verdienen, dat ze kunnen omzetten in hasj, coke of heroïne.’

GroenLinks-wethouder Bert van Alphen (maatschappelijke opvang) ziet het effect van die aanpak al terug in de politiegegevens van Den Haag. De overlast en criminaliteit door junks en zwervers neemt gestaag af. ‘Het is rustiger in de buurt’, verzekert hij. ‘Ik ben daarnaast zo enthousiast over dit project omdat in Woodstock mensen wonen die door de stad zijn uitgekotst en die nu ervaren dat ze er wel degelijk toe doen.’

De 24 begeleiders doen er alles aan de 33 bewoners – onder wie zeven vrouwen – het gevoel te geven dat zij hun gelijken zijn, aldus teamleider Charles Matla (48). Alleen als er beslissingen moeten worden genomen, blijkt dat er verschil is in positie. Matla: ‘Ik ben mij bewust – en dat geldt ook voor mijn teamleden – dat het kwartje bij mij de goede kant uitgerold is en bij onze cliënten de verkeerde. Ik heb mazzel gehad, zij pech. Niemand wordt zo geboren.’

Met elke bewoner zijn afspraken gemaakt over wat van hem of haar verwacht mag worden. Wie die afspraken schendt, zijn taken niet uitvoert of niet luistert, loopt gerede kans op huisuitzetting. Wie geweld gebruikt, vliegt er meteen uit. Sinds de start van het project is er slechts één uitzetting geweest.

Gezien de wachtlijst kan Woodstock geen kamer vasthouden voor een bewoner die een celstraf van meer dan drie weken uitzit. Die wetenschap maakt behoedzaam. ‘Onze cliënten hebben nooit iets te verliezen gehad, maar nu wel’, zegt Den Dulk. ‘Ze weten: wie zijn kamer verliest, verliest alles. Terug op straat vervallen ze meteen in hun oude gedrag. Dat moet ook wel, want alleen op die manier kunnen ze dan nog overleven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden