Woningcorporatie kan niets met volkswijkgevoel

Zelfredzaamheid. Woningcorporaties zijn er dol op. Ze willen dat huurders hun onderlinge problemen zelf oplossen, liefst zonder tussenkomst van een wijkbeheerder....

MARK VAN DRIEL

Van onze verslaggever

Mark van Driel

AMSTERDAM

Een wijk die eigen initiatief toont, kan zich echter impopulair maken bij de corporatie. Wie nieuwkomers uit zijn buurt probeert te weren, overtreedt de grenzen van de zelfredzaamheid. Zeker als er huizen gesloopt worden, zoals deze week in de Utrechtse Pijlsweerd, of muren beklad met protestleuzen, zoals eerder dit jaar in Vriezenveen, Dordrecht en Amsterdam-Noord.

Dan klinkt er ferme taal. De corporatie weigert te buigen voor terreur, heet het. Dus krijgt de Utrechtse zigeunerfamilie een nieuw huis aangeboden, met opzet in dezelfde wijk. En in het Amsterdamse Tuindorp Oostzaan krijgt een 'weerbare' allochtone familie toch een woning in een vijandige omgeving.

Maar wat gebeurt er als ze het niet redden? Welke middelen heeft de corporatie tot haar beschikking als de principiële opstelling tot frictie tussen buurtbewoners leidt?

In slepende conflicten biedt eigenlijk alleen het kantongerecht uitkomst. Daar kan een corporatie huisuitzetting afdwingen. Maar dat kost tijd. Er moet bewijs worden verzameld en er zijn getuigen nodig. Die zijn niet eenvoudig te vinden, omdat overlast vaak gepaard gaat met agressie en intimidatie.

Veel corporaties zien ontruiming dan ook als een laatste stap. Wijkbeheerders proberen de 'gewone' overlast waarmee ze te maken hebben, door gesprekken en bemiddeling op te lossen. De buurman die tot diep in de nacht muziek draait, de echtparen die slaande ruzie hebben, de drugsdealers: met hen wordt overlegd. Soms helpt de wijkagent, soms een hulpverlener.

Of de beheerders slagen, hangt af van de bereidwilligheid van de bewoners. Verschillende corporaties hebben daarom geprobeerd om het gat tussen gedwongen ontruiming en geduldig praten te verkleinen. In Groningen en Rotterdam zijn zulke projecten aangeslagen.

In beide steden krijgen huurders die zich hebben misdragen, een laatste kans. Onder begeleiding van hulpverleners leren ze zich als een gewone huurder te gedragen. Gaat het fout, dan wacht hun de straat.

D. van der Weg, rayonhoofd van Woningbouwvereniging Groningen: 'Ruim de helft van de mensen die uit hun woning zijn gezet, proberen het als tweedekanser. In drie jaar tijd is niemand afgehaakt. De persoonlijke aandacht blijkt bij chronische gevallen te werken.'

Voor een buurt die zich misdraagt, hebben corporaties geen oplossing. Zeker niet als er volkswijksentimenten spelen.

Een bewoner die de toorn van de buurt wekt, uit racistische of andere motieven, zal bijna altijd het onderspit delven en vertrekken. Tegen een vijandige groep valt niet op te boksen.

De corporaties proberen het natuurlijk wel. Ze versturen brieven waarin gewaarschuwd wordt tegen discriminatie. En bij het huurdersoverleg snijden ze het onderwerp aan. Maar het is lapwerk.

Een woningbouwvereniging kan de samenstelling van een wijk, sinds de introductie van woonkranten, nauwelijks meer sturen. De markt doet nu het werk. De huurder maakt zelfstandig een keuze uit het woningaanbod. Wie boven aan de wachtlijst staat, heeft automatisch recht op de woning van zijn keuze. En als er naast zijn droomhuis racisten wonen, is de beslissing aan hemzelf: red ik het of red ik het niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden