Wonderdokters

Tal van artsen trekken in hun vakantie naar ontwikkelingslanden. Oude rottenin het tropenvak storen zich aan de eendagsvliegen onder de weldoeners....

Orthopeed Ger Olijhoek heeft de laatste tien jaar nauwelijks nog vakantie gehad. Twee keer per jaar gaat hij twee weken naar de tropen om daar patiënten met klompvoeten te opereren, of met polio of met oude, verkeerd geheelde botbreuken.

Uroloog Hans de Wall neemt onbetaald verlof van zijn werk in het Reinier de Graaf Ziekenhuis in Delft om jaarlijks naar Ghana af te reizen. Negen urologen telt het Afrikaanse land, voor 21 miljoen inwoners. De Wall: ‘Dan kan ik in Nederland wel even worden gemist.’ Hij opereert veel jonge moeders met fistels, die worden verstoten omdat ze na een zware bevalling constant urine of ontlasting verliezen.

Oogarts Marius den Boon, werkzaam in het Alkmaarse MCA, besteedt al jarenlang vakantiedagen om in Azië blinde staarpatiënten te opereren.

Ze zijn met honderden, de artsen en paramedici die in hun vrije tijd naar de tropen trekken om zorg te verlenen die daar niet voorhanden is. Tal van stichtingen faciliteren hun overtocht. Er zijn stichtingen die teams naar een specifiek ziekenhuis uitzenden, stichtingen die orthopeden overzee sturen of oogartsen naar Azië. Er gaan urologen naar Tanzania, oorartsen naar Kenia.

Op de lijst van de laatste teamvergadering van het medische recyclebedrijf Medic prijken 36 nieuwe aanvragen, van een OK-tafel en een verlosbed voor Kameroen tot krukken en een OK-lamp voor Tadjikistan. Ruim tweehonderd verzoeken per jaar krijgt de organisatie. In een loods in Apeldoorn die is volgestouwd met (tweedehands) apparatuur, instrumenten, verbandmiddelen en ziekenhuisuniformen, werkt een groep van 90 vrijwilligers gestaag aan de afwikkeling van alle orders.

Algemeen secretaris Jaap Dettingmeijer: ‘Mensen reizen, komen in ontwikkelingslanden in aanraking met de lokale gezondheidszorg en vinden dan dat er wat moet gebeuren. Ze bellen ons vaak op met de vraag hoe ze dat moeten aanpakken. Mijn advies is dan: richt een stichting op, hou lezingen bij de Rotary of bij de kerk en sprokkel zo wat geld bij elkaar.’

Niet al die particuliere initiatieven kunnen de goedkeuring wegdragen van ervaren Afrika- en Aziëgangers. Voormalige tropenartsen, die nog regelmatig terugkeren naar het land waar ze ooit werkten, zien de groeiende stroom westerse artsen die eenmalig een paar weken komen dokteren met verontrusting aan. Hun inzet is goed bedoeld, zeggen ze, maar heeft vooral te maken met egotripperij.

‘Medisch toerisme’ noemen ze het: artsen komen een paar weken de blanke specialist uithangen, laten de video draaien als ze kauwgom uitdelen op de kinderafdeling en keren met een map foto’s en grote verhalen huiswaarts.

Over tropische ziektes weten ze vaak niets, in de cultuur van het land hebben ze zich niet verdiept, en ze spreiden in de lokale operatiekamers een westerse dadendrang ten toon die tot pijnlijke situaties leidt.

Orthopeed Olijhoek ergerde zich aan de talrijke ‘gekleurde figuren’ die invlogen na de tsunami. ‘Ze opereerden botbreuken, zetten er platen op die er in die niet-steriele omgeving natuurlijk meteen weer uit pusten.’

‘Twee weken sleutelen in zo’n ziekenhuis en dan weer weggaan, heeft geen enkele zin’, zegt ex-tropenarts en orthopeed Paul Rompa. Rompa gaat al ruim een decennium naar Ghana en Sumatra en heeft de veranderingen in de ontwikkelingshulp van nabij meegemaakt.

Het aantal officiële uitzendingen van tropenartsen is een aantal jaren geleden fors verminderd omdat ontwikkelingslanden moesten leren op eigen benen te staan. Maar lokale artsen trekken massaal naar het buitenland omdat ze daar meer kunnen verdienen. Zij worden nu vervangen door af- en aanvliegende westerse artsen.

Ook Rompa opereert een paar weken per jaar in de tropen maar alleen patiënten met ingewikkelde problematiek, die vooraf in het hele land zijn geselecteerd. Revalidatie-arts Marjon van Eijsden, werkzaam in het Academisch Ziekenhuis Maastricht, trok dit jaar voor het eerst met hem mee naar het St. John Hospital in Duayawa Kwanta. De tas met beugels die ze mee had, was ze in een oogwenk kwijt. De komende jaren wil ze in de buurt van het ziekenhuis een orthopedische schoenmakerij opzetten.

Wie goed wil doen, tracht zichzelf uiteindelijk overbodig te maken. Oogarts Den Boon deed zijn eerste operaties in Nepal in een tent in de bergen. Nu, twintig jaar later, werken in twee nieuwe oogklinieken in Cambodja door hem en zijn team opgeleide oogartsen. De stichting Mekong Eye Doctors, die hem uitzendt, betaalt een aantal staaroperaties zodat de artsen daar een goed inkomen hebben en niet wegtrekken.

Ook de stichting Asian Eye Care, die een pool van twintig Nederlandse oogartsen en twaalf OK-assistenten ter beschikking heeft voor oogzorg in Vietnam en Cambodja, traint lokale artsen en verpleegkundigen.

Uroloog De Wall wil in Ghana een urologische opleiding opzetten en heeft onlangs gehoord dat nota bene de universiteit van Vitebsk in Wit-Rusland hem daarbij gaat helpen. Gynaecoloog Jules Schagen van Leeuwen, die jaarlijks teruggaat naar het Ghanese ziekenhuis waar hij ooit begon als tropenarts, ondersteunt daar nu collega’s bij wetenschappelijk onderzoek. Het ziekenhuis heeft inmiddels zelf goed opgeleide artsen. Vanuit het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein overlegt hij regelmatig per e-mail met lokale artsen over patiënten.

Operatiekamerassistent Koos Ligthart verzamelt sinds zijn terugkeer uit Ghana, begin dit jaar, gebruikte arm- en beenschroeven en chirurgische platen. De Nederlandse teams die bij toerbeurt gaan opereren in het St. Joseph Hospital, gebruiken zijn opgespaarde materiaal en verdienen zo geld voor het ziekenhuis. De komende jaren moet voor de kliniek een nieuwe inkooplogistiek worden ontwikkeld. Ook moet het ziekenhuis zelf artsen gaan opleiden, aldus Ligthart.

Wie niet zoals Koos Ligthart zelf spullen wil inzamelen, kan terecht bij Medic waar tegen een geringe vergoeding alle medische hulpgoederen te verkrijgen zijn. Instrumenten koopt de organisatie goedkoop in bij de importeur, apparatuur komt veelal van ziekenhuizen die een geavanceerder model hebben aangeschaft. Oud-specialisten kijken de apparaten na, technici knappen ze op.

Secretaris Dettingmeijer leidt rond langs stellingkasten met twaalf soorten chirurgische pincetten en 54 typen klemmen, bloeddrukmeters, katheters en hechtmateriaal. Een couveuse staat klaar voor vertrek naar Ghana. De apparatuur mag niet te ingewikkeld zijn in bediening en onderhoud, benadrukt Dettingmeijer. Want de stroom valt nogal eens uit in Afrika en onderdelen zijn lastig verkrijgbaar.

Vandaar het succes van de operatiekamerlamp die Medic zelf ontwikkelde: gemaakt van vier schijnwerpers uit een bulldozer (‘autolampen kun je overal krijgen’), geleverd met twee accu’s en een acculader. Zestig zijn er al van verkocht, tientallen bestellingen liggen nog.

Medische apparatuur voor de tropen mag dan strikt worden gecontroleerd, aan het medisch personeel dat erheen trekt, worden geen eisen gesteld. Tot grote onvrede van veel oud-tropenartsen. ‘Goed willen doen maar verkeerd bezig zijn’, dat karakteriseert volgens voormalig tropenarts Peter Bob Peerenboom de houding van veel westerse dokters. Twee maanden geleden publiceerde hij in vakblad Medisch Contact een artikel onder de kop ‘Arts of toerist?’ Daarin haalt hij fel uit naar een groep van veertig huisartsen die op kosten van de Rotary bij toerbeurt om de zes weken naar Kenia vliegen. Peerenboom vindt dat artsenorganisatie KNMG en de vereniging voor tropische geneeskunde NVTG een gedragscode moeten ontwikkelen voor artsen die naar ontwikkelingslanden willen.

Voormalig tropenarts Stijn van Teeffelen vertelt dat het Ghanese districtsziekenhuis waar hij drie jaar werkte voortdurend aanloop had van artsen. Die moesten met de fourwheeldrive van het vliegveld worden opgehaald, werden keurig ontvangen, kregen een huis. Het ziekenhuis weigerde nooit, want dat was onbeleefd, maar de gezondheidszorg in het land kwam er niet verder mee. Er werden hooguit wat extra patiënten geopereerd. ‘Die artsen wilden alleen hun eigen kruisje neerzetten.’

Hij herinnert zich een jochie met een gapend gat in de buikwand ten gevolge van buiktyfus. De oudere Ghanese arts wist dat opereren zinloos was, maar zijn zojuist ingevlogen collega stond zeven uur in de operatiekamer, maakte al het materiaal op en legde een stoma aan. Een half uur later overleed het kind.

Tropenervaring is onontbeerlijk, benadrukt orthopeed Olijhoek, inventiviteit is een voorwaarde. In Sumatra, waar het zo heet is dat het gips niet hardt, metselt hij er ter versteviging bamboe tussen. ‘Dat groeit gratis langs de kant van de weg.’ Orthopeed Rompa vertelt hoe hij tijdens zijn opleiding tot tropenarts leerde om het eerste half jaar gepaste afstand te houden en slechts te luisteren, te registreren. ‘Door hoeveel artsen ik niet ben gebeld die wel met me mee wilden naar Afrika omdat ze een nieuwe uitdaging zochten!’

Maar het duurt een hele tijd, zegt hij, voordat je als arts ‘met Afrikaanse ogen’ kunt kijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden