Wonderbaarlijke verhalen van Athila

Echt spraakzaam was ze niet, de Finse kunstenares Eija-Liisa Athila bij de opening van haar tentoonstelling in De Appel afgelopen donderdag in Amsterdam....

In If 6 was 9 (1995) maken we kennis met enkele jonge meisjes die ons deelgenoot maken van hun ontdekkingen op seksueel gebied. Ze nemen geen blad voor de mond. Zo nu en dan kijken ze recht in de camera en richten het woord direct tot de kijker. Hun verloren onschuld treft je aan de ene kant onaangenaam, aan de andere kant voel je nog de onzekerheid en de kwetsbaarheid van deze bakvissen.

Eija-Liisa Athila (1959) woont en werkt in Helsinki. Sinds een aantal jaren behoort ze tot de top van het internationale kunstcircuit. De expositie in De Appel is haar eerste overzichtstentoonstelling in Nederland. Het is ook een voorbeeldige presentatie van videokunst: één video per goed verduisterde zaal, perfecte projectie en geluidsweergave.

Athila heeft haar werk beschreven als 'menselijk drama's', fictieve vertellingen gebaseerd op haar eigen ervaringen en lange perioden van onderzoek. Een van de terugkerende motieven is de verzoening van een verstoorde relatie van de hoofdpersoon met ofwel de omgeving, dan wel zichzelf. Zo kan het personage uit de recente film The Wind (2002) niet uit de voeten met de realiteit. Ze heeft een minderwaardigheidscomplex en lijdt aan psychoses die ze zelf omschrijft als uitingen van haar 'rebelse natuur'.

De installaties bestaan veelal uit drie projectieschermen. Daardoor kunnen op hetzelfde moment verschillende perspectieven worden getoond. Wonderbaarlijke verhalen, die zich weinig gelegen laten liggen aan klassieke vertelstructuren, zijn het resultaat. De kracht van deze video-installaties zit onder meer in de vanzelfsprekendheid waarmee onmogelijke voorvallen worden gepresenteerd: vrouwen kunnen vliegen en verdronken mannen komen van gene zijde weer op bezoek.

Toch wordt het nergens 'vervreemdend'. Deze loopjes met de werkelijkheid doen eerder denken aan het magisch-realisme zoals we dat kennen uit de Latijns-Amerikaanse literatuur. Net zoals je bij Gabriel García Márquez niet opkijkt van engelen en duivels van vlees en bloed, zo lijkt het volstrekt normaal dat aan het eind van Athila's The Wind de hoofdpersoon, die zichzelf te dik vindt, de zwaartekracht aan haar laars lapt en als een ballon tegen het plafond gaat hangen.

Ze mag dan wel geen echte prater zijn, die Athila, maar ze is wel een geniale verteller.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.