Won Abe ook een oorijzer?

Buiten likken toeristen met ontbloot bovenlijf aan reuze-ijsco's, binnen hangen foto's van noordelijke helden die, dik aangekleed, ijzige omstandigheden rond elf Friese steden trotseren....

Zelf was Bootsma een redelijke schaatser. Hij bracht het in 1959 nog tot een vierde plaats bij de Friese kanpioenschappen. In 1963 was de vorm aanwezig om aan de Elfstedentocht te kunnen deelnemen, maar toen mocht Gauke niet van pa Bootsma. 'Je luisterde toen nog naar je vader.' In latere jaren kwam er niets meer van de Tocht der Tochten: hij werd voorzitter van de Hindelooper ijsvereniging, en in dat georganiseer gaat nu eenmaal veel tijd zitten.

Het museum vertelt niet alleen het verhaal van de legendarische schaatstochten langs de Friese Elfsteden aan de hand van het kruisje van eerste winnaar Jan Ferwerda (1909), de trui van Jan Uitham, de schaatsen van Reinier Paping en de stempelkaarten van de legendarische Willem Augustin. Het Hindelooper museum biedt meer: de hele geschiedenis van de schaats wordt er uit de doeken gedaan. Er zijn vele honderden schaatsen aanwezig, zoals de glissen, gemaakt uit rendierbot, die al ver vóór Christus werden gebruikt om 's winters rivieren en meren te kunnen oversteken.

Pas rond 1500 verdrong de ijzeren schaats de benen glis. Tientallen smeden in Friesland maakten sindsdien tijdens de winterdagen Friese doorlopers, ijzeren glijders met een houten bovendeel. Bootsma: 'Het was een hele kunst om een mooie rechte schaats te maken.' Het houten gedeelte werd gevormd en geschuurd uit beukenhout en bedekt met twee lagen lak. Tijdens de zomer laat een oude smid af en toe in de werkplaats van het museum zien hoe die klassieke schaats werd gemaakt.

Maar ook schaatsfabrieken als Nooitgedagt, Hoekstra, Frisia en Ruiter construeerden 'houten' schaatsen. In het museum hangen de vooroorlogse reclame-uitingen: 'Wij rijden steeds met veel genoegen op schaatsen uit de beroemde fabriek van A.K. Hoekstra.' Die bedrijfjes zijn allemaal over de kop gegaan. De 'hoge noor' werd populair en kwam (te) goedkoop uit Japan.

En ja, moet Boonstra ook toegeven, de noor ó natuurlijk sneller. Tijdens de Elfstedentocht van 1954 wist Klaas Leffertstra tot een paar kilometer voor het eindpunt in Leeuwarden nog met houten schaatsen in de kopgroep te blijven, maar daarna was het met die schaats toch echt afgelopen.

De houten schaatsen die nu nog te koop zijn, worden gemaakt in sociale werkplaatsen, of komen van nog bestaande restpartijtjes van eerder genoemde fabrieken, zegt Boonstra. Het type houten-schaats werd overigens niet alleen in Friesland (en Noord-Holland) gemaakt. In de vitrines van het museum liggen ook oude soortgelijke exemplaren uit Japan, de Verenigde Staten, Canada, Noorwegen en natuurlijk die van de Brit John Wilson, de smart skate, die rond 1900 een gewilde wedstrijdschaats bleek te zijn.

Over wedstrijden gesproken: al in 1885 werden internationale schaatswedstrijden gehouden op de Grote Wielen nabij Leeuwarden. De winnaar sleepte zeshonderd gulden in de wacht, 'een heel bedrag, waar je indertijd een huis voor kon kopen, met desnoods nog wat vee erbij'.

Ook de prijzen bij het in Friesland zo populaire kortebaanschaatsen (verrassing: ook voetballer Abe Lenstra was er heel goed in) mochten er zijn: een zilveren tabaksdoos, een vesthorloge of een gouden oorijzer. Tegenwoordig krijgt de winnaar een kaal briefje van honderd.

Het Eerste Friese Schaatsmuseum, Kleine Weide 1-3, Hindeloopen, 05142-1683. Open dagelijks 10-18 uur, zondag 1317 uur. Toegang twee gulden, kinderen tot 15 jaar Fl. 1,50. Op afspraak rondleidingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden