Column

Wolkers' geweldige verhaal over 'het tillenbeest'

Memoires van een biograaf

Een gestolen beeld, en nóg een. Wolkers wist fictie en non-fictie naadloos door elkaar te vlechten.

Beeld Annabel Miedema

Wat is waar? Als je een spoor uit de verbeelding in werkelijkheid gaat volgen, gebeuren de wonderlijkste dingen. Of er gebeurt niets.

In augustus 1959 debuteerde Jan Wolkers in Tirade als prozaschrijver met Het tillenbeest, een geweldig verhaal over de diefstal van een marmeren sfinx uit een verlaten, 18de-eeuws kasteel aan het einde van de Duitse bezetting. De jonge dief neemt het stenen beeld mee naar huis, waar het door zijn zusters 'het tillenbeest' wordt genoemd vanwege de twee volle borsten die op de voorpoten rusten. 'Mijn moeder geneerde zich voor de weelderige voorgevel. Het tillenbeest, zei iemand. Het tillenbeest, zei toen iedereen.'

De volgende dag gaat de jongen terug om de tweede sfinx van de schouw in het kasteel te halen. Samen met een vriend. 'Een bleke donkere jongen, aan wie het lezen van de poëzie van Piet Paaltjens niet voorbij was gegaan zonder sporen in zijn gelaatstrekken achter te laten.' Ze takelen het beeld en een grote spiegel naar buiten. De buit is te zwaar. De jongen besluit daarom het beeld zolang te verstoppen. 'Terwijl mijn vriend wachtte, leunend op de spiegel als een ridder op zijn schild, liep ik tussen de bomen door naar een kuil die bedekt was met dorre bladeren. Ik stootte het zware stuk marmer van mij af. De stront spatte omhoog.'

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

Eerdere 'notities' van Onno Blom leest u hier (+)

Wat is waar? Jan W., 19 jaar oud, stal in het voorjaar van 1945 een rood marmeren beeld van de schoorsteenmantel uit de Drakenzaal van kasteel Oud-Poelgeest aan de rand van Oegstgeest. Dat beeld stond jarenlang in de woonkamer van Wolkers' ouderlijke woning. Na de dood van zijn vader en moeder nam zijn jongste zus Annelies het mee naar huis.

Drie jaar geleden werd ik gebeld door de directeur van kasteel Oud-Poelgeest. Of ik wist waar het tillenbeest was gebleven. Hij wilde de oude schouw in ere herstellen. 'Dat kan ik je niet vertellen', zei ik, omdat ik Wolkers' zus niet wilde verraden. Maar na een tip uit het dorp kwam de directeur toch bij haar terecht - en besloot Annelies wijselijk de sfinx aan het kasteel terug te schenken.

Vervolgens ging de voorzitter van de stichting Erfgoed Oud-Poelgeest, een gestaalde dame, op zoek naar tillenbeest no. 2. Omdat Wolkers dit exemplaar in het verhaal in de stront laat verdwijnen, zocht zij uit waar de Duitsers tijdens de oorlog latrines op het terrein hadden gegraven. Zij liet zelfs een onderzoeksteam van de TU Delft met grondradar aanrukken. Zonder resultaat.

Daarop vroeg de gestaalde dame mij of ik wist hoe de vriend van Wolkers, 'de bleke donkere jongen', had geheten. Dat kon ik wel vertellen: Jan de Heer. Tot mijn verrassing ontdekte zij dat De Heer nog leefde. Hij was 90 en zat in een bejaardentehuis in Amsterdam. Op haar verzoek keerde De Heer zeventig jaar na dato terug naar Oegstgeest om aan te wijzen waar het tillenbeest zou kunnen zijn gebleven. Ook dat leverde niets op.

De Heer gaf die dag een interview aan de onvolprezen Oegstgeester Courant. Daarin vertelde hij en passant dat Jan Wolkers zijn hele leven lang een geniale leugenaar was geweest.

Ook dat is waar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.