Wolken, koeien, gitaren

Nu de Nits weer gaan toeren, vertelt Henk Hofstede, voorman van de groep, over kunstenaars uit andere disciplines die hem veertig jaar inspireerden. Hun werk is

nauw verbonden met zowel

tekst als clips van de band.

Voor zover het universum van de Nits (sinds 1974) een fysieke voordeur kent, is die te vinden in Amsterdam-Oost aan het Oosterpark. Een paar stoeptreden en je stapt in de wereld van Henk Hofstede en zijn gezin: een sfeervol herenhuis waar het Nitsgevoel telkens om de hoek kiert. Hofstede is meer dan zanger-componist en tekstschrijver van de band alleen. Het artwork van website, cd's, dvd's en posters verzorgt hij met echtgenote en grafisch vormgever Riemke Kuipers.


De videoclips, aan de surrealistische kant, zijn ook zijn werk - filmen is sowieso een tic. Dozen vol VHS-banden staan nog te wachten om gedigitaliseerd te worden; de oogst van eindeloos alles willen vastleggen. Onderweg filmt Hofstede voortdurend. Hij maakt ook filmpjes van zichzelf als 'vogelman', klapwiekend en wel, op tot de verbeelding sprekende locaties. Tot zijn vaste reisgenoten horen camera, notitieboekje en iPad (en het muziekprogramma Garageband). Op vakantie en langere tournees komen daar een zakaquarelsetje en tubes waterverf bij. Heel af en toe schildert de voormalige Rietveldstudent dus nog. En als hij diep in zijn hart kijkt, geeft hij toe: 'Schilderen is het mooiste wat er is - wanneer je er de tijd voor krijgt of neemt.'


Een goede reden om stil te staan bij veertig jaar Nits, een jubileum dat om te beginnen wordt gevierd met vier cluboptredens, aan de hand van inspiratiebronnen uit de beeldcultuur. Vooraf mailt hij op verzoek een lijstje met namen, met video- en collagekunst, klassieke schilders. Een grande parade die wordt afgesloten met: 'en nog vele anderen'.


Maar voordat we het weten hebben we het op zijn werkkamer, waar een kinderstoeltje à la Donald Judd naast een paarse Pantonstoel staat en de houten tussenwand met opzet verveloos is gelaten (decor van een collectie vin-tagecolberts) over grafisch kunstenaar Irma Boom, die hij nog vergat te noemen. 'Wacht', zegt hij, 'ik pak er even iets bij.'


Dat ritueel doet zich vanmiddag meermalen voor. Hofstede staat op om een boek te halen. Hij diept iets op uit een archiefdoos, die nog voor het grijpen staat omdat hij en zijn vrouw de spullen nodig hadden voor het ontwerp van de aanstaande jubileum-cd-box. Een lp, een vergeeld schetsboekje. Of hij klikt een bestand open in zijn computer.


Cas Oorthuys


'Vaak valt een besluit voor een songtitel of zelfs het coverbeeld pas op het allerlaatste moment. Maar voor In The Dutch Mountains (1987) had ik al snel een uitgesproken plan. Die plaat is gebaseerd op mijn jeugdherinneringen: Amsterdam, jaren vijftig. Het was meteen raak toen ik toevallig op die postzegel uit mijn geboortejaar stuitte. Met een foto van Cas Oorthuys, ontdekte ik. Hij was al dood, dus ik ben naar zijn weduwe gegaan. Ik vond dat best spannend: zo'n oude, excentrieke dame, voor wie het ongewoon was dat het werk van haar man werd gebruikt voor popmuziek. Ik heb haar keurig een vergoeding betaald. En dat is de hoes geworden.


Iedereen dacht dat wij het zelf waren, de jongens op die zegels. En het had ook gekund, dat was deels de charme ervan. Die hoes moest aansluiten bij het Haanstra-achtige van de videoclip, die we in Noord-Holland bij Jisp hadden opgenomen. Met Robert-Jan (Stips) in die roeiboot - de wolken, de koeien, die fiets. Het was aanvankelijk niet makkelijk om dat idee erdoor te krijgen bij CBS. Een videoclip was sowieso niet erg vanzelfsprekend. Maar hij werd meteen opgepikt door MTV Europe en was afwijkend in het aanbod. Een roeiboot in de polder in zwart-wit is toch wat anders dan een zeiljacht met cocktails en bikini's, zoals je bij de Engelse bands zag.'


Alex van Warmerdam


'Onze disciplines zijn totaal verschillend, toch voel ik verwantschap. Ik zie overeenkomsten in de manier waarop hij zijn films, zijn muziek, zijn schilderijen vormgeeft. Van Warmerdam houdt ongelooflijk veel touwtjes in handen op een heel bijzondere manier.


Van Orkater heb ik alles gezien. En hoe hij zijn films maakt, van de verhaallijn tot de decors - dat is jaloersmakend. In Cannes had hij natuurlijk een Gouden Palm moeten winnen.


Er zijn zeker verbanden met de Nits: die typisch Hollandse sfeer zonder dat het folkloristisch of verdacht wordt. En een soort, ja knulligheid, die precies goed is. Zijn werk is ook wars van glamour. Het heeft in elk geval niets te maken met het Amerikaanse grote gebaar waarin alles blinkt en straalt. Het is lichter dan dat; eerder Magritte en knutselen op een jongenskamer. Er zit een zeker ongemak in. Daarom kiest hij met zoveel precisie voor de mensen die in zijn films spelen. En als hij er zelf in zit: geweldig! Al speelt hij een hond.'


Terwijl hij door een oud notitieblokje bladert: 'Hier zie je de hoes van Normal Giant Dwarf (1991) in al zijn kleinheid ontstaan. Vanuit die schetsjes zijn we later op vakantie gaan schilderen. Dat ene schilderijtje, bij het nummer Boy in a tree, is een van de mysteries in mijn leven. Het is gestolen tijdens een expositie in het Beatrixtheater van schilders-popmuzikanten.


Ik kreeg een telefoontje en dacht: wat krijgen we nou? Maar het was weg. Ik denk wel eens: ik begin een plakactie, zoals je doet als je kat weg is. En dan hopen dat de dief het ziet, zich schuldig voelt en het terugbrengt.


'Het liedje is ook raadselachtig. Voor het jubileum wordt nu in Zwitserland een coverproject georganiseerd met nummers van de Nits. Ik was bij de repetities en daar werd ik aangesproken door een singer-songwriter, die Boy in a tree doet. Hij wilde er meer over weten. Ik zei dat het begon met een beeld uit The Singing Detective. Daarin zit een jongetje dat in een boom klimt om zich te verstoppen. De zanger was teleurgesteld. Hij had er iets anders bij verzonnen en zei: 'Jammer dat ik het weet.'


The Singing Detective


'Kleur is inderdaad belangrijk in mijn teksten, maar ook hier in huis. Riemke en ik zijn grote fans van boekontwerper Irma Boom. We hebben haar Colour based on Nature, een kleurenstudie naar Werelderfgoedplekken, gebruikt als kleurenwaaier voor de nieuwe verzamelbox. Je maakt dan gebruik van wat er al is aan foto's, typografie, vormgeving. Maar je kijkt er toch opnieuw naar. We hebben wel veertig versies gemaakt van de bekende kwadrant met de NITS-letters, afkomstig van de hoes van 1974 (2003).


Ik vind haar werk briljant. Irma Boom doet rustig een paar jaar over een boek. Dat precieze bewonder ik zeer. Ik heb het geluk gehad haar te ontmoeten bij de uitreiking van de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs in november. Ik was daar uitgenodigd met Avalanche Quartet (zijn andere band, die werk van Leonard Cohen speelt). Landschapsarchitect Piet Oudolf, die de prijs won, kreeg een verrassingsprogramma aangeboden in het Muziektheater aan 't IJ. Het decor was vormgegeven door Irma Boom, met prachtige projecties op de vloer en de wanden. Het was een topmiddag.'


Irma Boom


'Die minimalistische kunst van hem doet me weinig. Wat ik vooral fascinerend vind, is hoe hij in een plaatsje in Texas, Marfa heet het, een stuk grond kocht met vervallen gebouwen en dat naar zijn hand zette. Ik ben er nooit geweest, maar het staat boven aan mijn verlanglijstje. Het is een oude legerplaats of zoiets. Die gebouwen heeft hij opgeknapt en ingericht met onder meer zijn meubels, die prachtig van eenvoud zijn. En kunstwerken van anderen.


Dat is knutselen in het groot; je eigen wereld maken. Ja, daar draait het telkens weer op uit. Dus als je mij vraagt of ik de Nits uiteindelijk als een Gesamtkunstwerk zie... Ik denk het wel. Het is niet toevallig dat mijn aandeel in de band zo groot is en dat ik alles naar mijn hand wil zetten, op het fanatieke af. Voor mij is het belangrijk dat alles vanuit hetzelfde middelpunt ontstaat. Dat heeft niet zozeer met controle te maken. Het is iets anders: ik vind de tussenruimte tussen de disciplines veel te interessant.'


'Het enige doosje van Joseph Cornell in Nederland is in bezit van Museum Boijmans. Toen dat werd aangekocht, vroegen ze mij om voor een kunstprogramma naast dat doosje Soap Bubble Box (Ting, 1992) te spelen. Ik denk dat de aantrekkingskracht van die boxen teruggaat naar je kinderjaren. Op die leeftijd kom je bijna niet dichter bij een magische wereld dan wanneer je in een kijkdoos kijkt. Dat bedacht ik toen ik die dingen voor het eerst zag in het MoMA. Ik ben gaan lezen over Cornell en kwam erachter dat hij bij zijn moeder woonde in New York. Daar bewaarde hij in de kelder zijn verzamelingen, die hij op straat bij elkaar zocht.


Ik vond het een mooi gegeven, maar ik denk dan niet meteen: een liedje! Tijdens het improviseren in de studio zing ik vaak zomaar wat, half in het Engels en half in een brabbeltaal. Kan zijn dat ik bij het terugluisteren box of bubble box uit die brij haalde. Dat is dan de start. En inenen schrijf je een tekst over zo'n zonderlinge man. Heel simpel, een verhaaltje.


Dat sprokkelen herken ik. Dat doe ik zelf ook. Vroeger ging ik op maandagochtend naar de Noordermarkt en vond van alles: heel vaak leidden die tot vormgeving of andere dingen voor de band.'


Joseph Cornell


'Het is een misverstand dat de Nits van oorsprong een Rietveldband is. Michiel Peters, de eerste gitarist, was bijvoorbeeld geen student aan de kunstacademie, maar socioloog. De echte Rietveldbandjes kwamen iets later, met Minny Pops en The Young Lions, waar Rob Scholte in zat. Maar het klopt: ik ben begonnen op de Rietveld Academie, vastbesloten om schilder te worden. Francis Bacon en David Hockney waren de voorbeelden. Die zetten de standaard in mijn klas.


Natuurlijk werkt het niet zo dat je door Hockney of Bacon liedjes gaat schrijven. Ik was als jongetje van 8 al bezig met mijn gitaar. Toch zie ik Hockney wel als een belangrijke invloed. Ik heb nooit concreet over hem geschreven, wat ik wel met Edward Hopper heb gedaan in Office at night (New Flat, 1980). Hoppers beelden staan dichter bij de popmuziek, denk ik. Als je aan Amerikaanse steden denkt, zie je al gauw die bar van Nighthawks voor je.


De laatste jaren is Hockney weer terug in Yorkshire, in het landschap van zijn jeugd. Daar schildert hij heel eenvoudig bomen op gigantische panelen. Prachtig werk is dat.'


David Hockney


David Judd


Jubileum: 40 jaar Nits


De Nits bestond naast Henk Hofstede aanvankelijk uit Alex Roelofs, Michiel Peters en Rob Kloet. Door de jaren heen veranderde de samenstelling. Nu vormen slagwerker Rob Kloet, toetsenist Robert-Jan Stips en Henk Hofstede de vaste kern. Hits had de band vooral in de jaren tachtig met Tutti Ragazzi, In the Dutch Mountains en Nescio.


Het veertigjarige bestaan wordt gevierd met een nieuwe verzamelcdbox, die in de vormgeving een groot vraagteken meekreeg, en een Europese jubileumtournee (Duitsland, Wenen, Londen, Parijs, Brussel, Finland), te beginnen op 22 maart in Paradiso. In het najaar volgt een theatertournee. Zie ook: nits.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden