Wolk van een gebouw

Een spectaculaire dakopbouw maakt van het degelijke Museum de Fundatie een avontuur. Vandaag is de opening door prinses Beatrix.

Nieuwbouw ****

Uitbreiding Museum de Fundatie, Blijmarkt 20, Zwolle. Ontwerp: Bierman Henket architecten, Hubert-Jan Henket. Opening Vandaag.

Museumdefundatie.nl

Duizend Zwollenaren hebben bijna letterlijk een steentje bijgedragen aan de gloednieuwe dakopbouw van 'hun' museum de Fundatie. Tien euro betaalden ze, om iets te mogen schrijven op één van de 55 duizend keramieke tegels waarmee die opbouw van buiten is bekleed. Uiteindelijk verdween die tekst in de lijm; schrijven mocht alleen op de achterzijde. Maar het laatste gat in de begroting (6 miljoen euro) werd er wel door gedicht. En daardoor is in Zwolle iets groots gebeurd: een degelijk, provinciaal museum is een meeslepend avontuur geworden - met de hemelsblauwe tegels als beeldbepalend element.


Museum de Fundatie is nog jong. Het berust op de kunstcollectie van Dirk Hannema, oud-directeur van het Rotterdamse museum Boijmans Van Beuningen. Sinds diens dood in 1984, wordt de collectie beheerd door de Stichting Hannema-De Stuers Fundatie. Een deel wordt in de voormalige woning van Hannema geëxposeerd, Kasteel het Nijenhuis in Wijhe; daarnaast werd in Zwolle een nieuw museum opgericht. Hiertoe werd het vroegere gerechtsgebouw, dat al sinds 1994 museum was, in 2004/05 verbouwd tot Museum de Fundatie. Storm liep het niet meteen, ondanks het hoge niveau van de kunst, maar dat veranderde nadat in 2007 met de nieuwe directeur Ralph Keuning het roer omging.


Vanaf nu werden, naast al die werken waarvan alleen de kunstkenners smulden, ook zalen ingericht met publiekslievelingen. De eerste was kunstenaar/acteur Jeroen Krabbé. Het bezoekersaantal liep snel op, van 15 duizend in 2005 tot 100 duizend in 2008, en dat was aanleiding voor de uitbreiding die nu is gerealiseerd.


Hoe nodig ook, het was een schier onmogelijke opgave. Gevraagd werd om zo'n duizend vierkante meter extra expositieruimte. Maar het oude classicistische gerechtsgebouw, uit 1838, kon weinig aan. Voor- en achterkant zijn even statig, met eigen toegangstrap, portaal en fraai versierde zuilen. De ene kant siert de Singelgracht, de andere kant een bescheiden plein. Architect Hubert-Jan Henket deed daarom het enige wat mogelijk was: hij ging de hoogte in.


Dat had verschrikkelijk fout kunnen gaan. Temeer omdat Henket geen bescheiden opbouw maakte. Hij koos juist voor een opvallende vorm: een soort afgeplatte bal. Met het verkeerde gevelmateriaal was dat een loden last geworden; een gevaarte dat het oude museum terneer zou drukken. Hier echter toonde Henket zijn speciale talent: hij is een meester in het detail. Hij ontwierp die speciale keramieke tegels, met een wonderbaarlijk effect. Het zijn stuk voor stuk kleine sculpturen, met wisselend formaat en een speciaal glazuur van hemeltinten. De dakopbouw oogt daardoor vederlicht. Bij bepaald weer kun je hem zelf nauwelijks zien; dan gaat hij op in het wit-blauw-grijs van het zwerk.


Een vergelijkbare prestatie wist de architect ook binnen te bereiken. De zalen in het oude deel liet hij hun vroegere sfeer behouden. Het zijn mooie, intieme ruimten waar de werken van Turner, Mondriaan, en Citroen schitterend uitkomen, waar aan het eind van de goed gevormde gangen zomaar een echte Zadkine staat. Waar fluisterend gesproken wordt, en stil genoten. Maar hieraan is nu wel een nieuwe wereld toegevoegd.


In eerste instantie oogt die nieuwbouw zeer gewaagd. De ruimte, die platte bal van binnen, heeft bolle wanden. Dat lijkt een vreemde keuze: De onderste expositievloer ligt in een kom, de bovenste in een paraplu - dus geen van beide heeft muren om iets aan op te hangen. Exposeren is voorbehouden aan de vloer.


Het is wederom de uitwerking door Henket, die zelfs dit grote nadeel ten goede wist te keren. Hij hield de vormgeving heel verstild. Er zijn sierlijke ronde trappen, glazen balustrades, houten vloeren, en fraai gewelfde toegangsportalen. Maar tussen al dat subtiele schoons is wel veel plek voor levendigheid, zelfs voor kabaal. Het zijn volledig open ruimten waar grote objecten vrij kunnen staan; waarin sokkels, beeldschermen en geluidsboxen willekeurige composities kunnen vormen. Er is een grote bar. En bovendien: een gigantisch raam.


Buiten is het raam het minst geslaagde onderdeel van het geheel, wellicht omdat de dakopbouw in de ontwerpfase de bijnaam 'het oog' had gekregen. Vanwege die associatie is het raam zo zwart als een pupil. Pas later zijn de tegels bedacht, met als gevolg dat nu al de nieuwe bijnaam 'wolk' rondzoemt. Een lichter raam had beter gepast.


Binnen maakt dat niet uit. Daar blijkt vooral dit raam een vondst die de bolvorm uitbuit. Het is een spannend ding, met stalen klauwen die het ruitvormige glas maar net voor vallen lijken te behoeden. Dat bovenal een helicopteruitzicht biedt over de hele binnenstad. Dit raam alleen al, maakt het vernieuwde museum tot trekker van een groot publiek - dat zelfs kunstfobe mensen naar deze schatkamer van cultuur zal lokken.


Extra: Plint

De onderste zaal van het door Hubert-Jan Henket verbouwde museum De Fundatie heeft voor de bezoeker een 'grapje' in petto. Directeur Ralph Keuning doet het voor. 'Dit is de enige museumzaal ter wereld waar je met je voet tegen de plint kan staan en'- hij sterkt zijn lange arm naar de wijkende wand - 'waar je toch de muur niet raakt.'


Extra: 1000 m2 extra

Momenteel wijdt zoon en fotograaf Pieter Henket de zalen in die zijn vader, architect Hubert-Jan Henket, ontwierp voor de nieuwbouw van De Fundatie. Voor Henket junior is het een museaal debuut. Nog redelijk conventioneel is dat gedaan. Er zijn betonnen voeten geplaatst met glazen platen erin gestoken, waarop de foto's gemonteerd zijn.


Het geeft de zaal een Bijenkorfgevoel, toch al aanwezig door de vide in het midden en het duizelende zicht daarin van nok tot aan de begane grond.


Een verdieping hoger, onder de koepel van het 'oog', staan nu vier projectieschermen los in de open ruimte. Het is mooi dat het videovierluik The Wait in één blik te vatten is, maar het heeft wel last van het invallende noordelijke licht. Dat raam, waarachter Zwolle royaal aan je voeten ligt, gaat nooit verduisterd worden. En aan die eierschaalmuren zal in ieder geval nooit iets komen te hangen.


Kortom, de uitbreiding plaatst museum de Fundatie voor de nodige 'uitdagingen'. Gezien de hoeveelheid klassieke ruimtes die het gebouw al had, is dat geen probleem. Hier kan wat in het oude gebouw niet kan en omgekeerd. Voor mooie prenten ga je naar de kabinetjes op de begane grond, voor een performance of woekerende installatie naar boven.


Door slimme oplossingen, zoals de ventilatiekanalen in de vloer en de verlichting aan luchtige rails, is de nieuwe ruimte open en flexibel gehouden. Dat zo'n open ruimte met vide en trappen tot heel mooie exposities kan leiden bewijst het Amersfoortse KAdE al jaren.


Hoe dan ook zullen de zalen de programmering van De Fundatie een impuls geven, hopelijk steeds avontuurlijker. De kleine koffiebar middenin de museumzaal - papieren cups tegen het gerammel en een strenge bartender, tevens suppoost - vraagt in iedere geval om kunst die tegen onrust kan. Of het zelf veroorzaakt. En die vide, is dat niet eigenlijk een extra verticale zaal? Kom, de remmen los in Zwolle.


Sacha Bronwasser

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden