Column

Wolfpackbroers zijn net gewone talkshowgasten

The Wolfpack, over de zes broers en een zus die levenslang werden opgesloten, doet je als een junk verlangen naar meer.

De Wolfpackbroers. Beeld afp

Toen The Wolfpack bijna een jaar geleden verscheen, ging de documentaire als een schokgolf de wereld over. Niet verwonderlijk, want het is een verhaal dat je meteen door wil vertellen.

Zes broertjes en een zwakbegaafd zusje zijn door hun vader nagenoeg hun hele leven opgesloten gehouden in een appartement in New York. Ze hebben exotische Hare Krishna-namen, lang zwart haar en werden thuis onderwezen door hun moeder. In de zomer mochten ze heel soms naar buiten, maar meestal bleven ze binnen en deden ze wat ze het liefst doen: films kijken en die naspelen.

De indringende documentaire, maandag door de VPRO uitgezonden, begint met nagespeelde scènes uit de Tarantino-film Reservoir Dogs. De broers dragen dezelfde zwarte pakken met dunne zwarte dassen en zwarte zonnebrillen. Ze schieten met pistolen van karton en tape, spreken met flair de gangstertaal van Tarantino en in alle toneelernst sterft een van de jongens in de armen van zijn broer - acteren kunnen ze.

Filmmaker Crystal Moselle smeert de cruciale details behendig uit over de film, waardoor je gretig als een junk blijft hopen op meer. Waarom heeft de vader hen opgesloten? Wat is de rol van de moeder? Waarom zijn ze niet eerder naar buiten gegaan? Hoe heeft de filmmaker hun vertrouwen gewonnen? Telkens krijg je een shotje, maar niet meer dan dat.

De interessantste vraag vond ik uiteindelijk: wat voor mens word je als je bijna al je sociale vaardigheden uit Hollywoodfilms uit de jaren tachtig en negentig hebt geleerd? De eloquente en tikje archaïsche manier van praten van de jongens is wat dat betreft het eerste dat opvalt. Van hun ouders hebben ze dat zeker niet. Veelzeggend is de scène waarin Mukunda opmerkt hoe de jonge generatie praat, met veel 'like', hij doet het meteen perfect na.

Je ziet dat de jongens de documentaire over hun leven met gemak van sterke voice-overs voorzien en dat ze de wetten van een goed verhaal kennen. Als hun moeder - in de afwezigheid van de filmmaker - na twintig jaar haar eigen moeder belt, pakt een zoon snel de camera erbij. En terwijl de jongens zich losmaken van hun vader, zegt een van hen cool: 'It used to be 'the boys couldn't'. Now, it's 'the boys gonna, the boys can.'

Zoals voor veel mensen die zijn opgevoed door populaire cultuur is roem een deugd. De broers praten voortdurend in oneliners en lijken bovendien emotioneel secundair te reageren: het moment roept eerder een herinnering aan een film op dan een directe emotie. Twee van de broers hebben de documentaire nooit gekeken omdat ze zeggen te zelfbewust te zijn.

Toch lijkt de roedel welpen wonderwel goed van de kluizenaarsjeugd te zijn afgekomen, al kunnen er later nog demonen opspelen. Op YouTube zijn talloze filmpjes te zien van hun wereldwijde promotietour. De aandacht lijkt ze wat ijdel te maken, maar ze zijn beleefd, niet verlegen, maken de juiste grapjes en doen film-imitaties op commando. Net talkshowgasten, eigenlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.