Woeste energie van een jeugd zonder kansen

'Okidoki, man.' Met Jerry Manzekele is alles kits. Helemaal zijn slobberende zelf, schuift hij door een kamertje naast de opnamestudio....

Maar Jerry is Jerry dan ook niet. Hij is Doobiz, en in die hoedanigheid gaat hij het samen met zijn maat Tim ('Bamboo') helemaal maken. Ze zijn in de studio en er is vandaag zowaar ook nog stroom. Tijd dus om verder te gaan met de opnames voor hun eerste album, The Plague. Maar eerst even dat maïskolfje afkluiven. Let op, het Keniaanse hiphop-duo K-South wordt big, very very big.

Doobiz is 24, Bamboo twee jaar jonger. Hun taal is de taal van de straat, ook wel sheng genoemd. Het is een mengsel van de landstalen Swahili en Engels, aangevuld met lokale talen als Kikuyu, en dat alles ook nog eens op een speciale manier uitgesproken. Wie dat begrijpt, begrijpt Keniaanse hiphop, meent het duo. Het is de expressie van een Afrikaanse generatie in een nieuwe eeuw.

Net als het tweetal hebben de meeste van hun fans in Kenia nooit een andere leider meegemaakt dan president Daniel arap Moi. De politiek die deze jongeren hebben leren kennen, omschrijft Doobiz als 'melk de geit uit en gooi het vlees weg'. Het gevolg, zo meent hij, is een 'woeste energie' bij een jeugd die in het alledaagse leven weinig kansen ziet. Hiphop biedt dan de mogelijkheid om stoom af te blazen.

'Ik vertaal wat ik voel en meemaak in een bepaalde beat en laat het lekker klinken', legt Doobiz uit. Muzikant wil hij zichzelf nog niet noemen. 'Ik ben aan het proberen om een gitaar te leren bespelen.' Tot die tijd tellen de woorden en hun ritme. 'Noem mij maar een rap-singer.'

Hiphop is ook in Afrika veel meer dan muziek, het is een verzamelnaam voor een manier van leven. 'Mensen voelen zich bedrukt, of zelfs onderdrukt', meent Doobiz. 'Met hiphop vinden we één en dezelfde stem, of dat nu in muziek is, in grafitti, of in een babbel op straat. Hiphop is een manier om je te bevrijden van stress.'

Het eigen leven biedt materiaal voor wel honderden liedteksten. Neem Mr. Policeman, een van de nummers die op het album van K-South zullen verschijnen. Terwijl Doobiz vertelt over de manier waarop hij een poosje geleden met vrienden zomaar werd opgepakt en in een cel werd vastgehouden, valt hij zonder het zelf te merken in een rap-spreekritme. Zijn linkerarm zwaait heen en weer, zijn wijsvinger is een en al beschuldiging.

'Had ik maar wat poen, dan zou je dit niet doen. Je houdt me in de cel, maar toch begrijp je wel: als jij me hier nu houdt, dan maak ik jóu straks koud. Hey! Mister policeman!!' De uiteindelijk tekst kan altijd nog een andere worden, maar de strekking is duidelijk.

Hiphop is natuurlijk verre van nieuw. Ook de jongemannen van K-South kennen hun Amerikaanse voorbeelden. Maar die zijn, zoals Tim-Bamboo meent, 'op een totaal ander niveau bezig. Ze doen het ook al zo lang.' Afrikaanse hiphop, meent het duo, is als een boemerang via hun zwarte broeders en zusters uit de States teruggekomen naar het zwarte continent. 'Zo nemen we onze eigen cultuur weer terug.'

De nieuwe stroming kent haar moderne media. Internet is, voor wie het beschikbaar is, een ideale manier om van de wereld te leren en aan die wereld jezelf te tonen. Een eigen site (www.africanhiphop.com) biedt ruimte voor Afrikaanse artiesten, mede dankzij mensen in bijvoorbeeld Nederland die de website bouwden en nog steeds onderhouden.

Hiphop, zo schreef onlangs Le Monde Diplomatique, 'boeit de jonge Afrikanen tussen 15 en 25 jaar, die samen de helft van de bevolking op het zwarte continent vormen.' De teksten bieden een getrouwe afspiegeling van de problemen die de jongeren tegenkomen: armoede, werkloosheid, milieuverontreiniging, etnische conflicten, corruptie en uiteraard ook aids.

Opvallend in Afrika, zowel in west als oost en zuid, is het aantal groepen en artiesten dat optredens verzorgt die gesponsord worden door landelijke en internationale hulporganisaties. Het mes snijdt zo aan drie kanten. De jongeren krijgen een kans om op te treden; het publiek kan hun even vermakelijke als maatschappelijke boodschap tegen een betaalbare prijs tot zich nemen; en de hulporganisaties vinden een populaire vertaling voor een soms taaie maar relevante problematiek.

In een Oost-Afrikaans land als Kenia wint, zoals ook elders op het continent, hiphop snel terrein. Een van de eerste Keniaanse artiesten, Hardstone, zit inmiddels in de Verenigde Staten, waar hij werkt aan een nieuw album. De verschijning ervan, zo hoopt een van zijn fans, zal mogelijk in Kenia zelf plaatsvinden. 'Wij hebben hem groot gemaakt, hier vindt hij zijn echte publiek.'

In het voetspoor van Hardstone zijn groepen als Kalamashaka, Nameless en Proxy Pressure opgedoken. Doobiz en Bamboo vormen met K-South een van de jongste loten aan de stam. Zij treden zo nu en dan al op, zijn soms met een demo op een lokale FM-zender te horen en werken dus nu aan hun eerste echte plaat. Sinds kort hebben ze zelfs een heuse manager.

Zij heet Fiona Pearson, is van oorsprong Schotse en woont al een aantal jaren in Kenia. Naast haar werk als hoofdredacteur van Phat, 'Afrika's eerste muziek- en entertainmentblad', begeleidt zij jonge artiesten als het K-South tweetal. 'Hiphop in Afrika', zegt zij, 'begon natuurlijk als een nabootsing van Amerikaanse muziek. Maar het begint nu een sterk eigen karakter te krijgen.'

De promotie van Afrikaanse artiesten is nog te veel in handen van 'haaien', meent Pearson. Als manager probeert zij de jonge hiphoppers in bescherming te nemen en hen ook voor te bereiden op het feit dat slechts een enkeling van hen de top zal bereiken. 'Ze noemen zich graag kunstenaar. Prima. Maar velen hebben niets om op terug te vallen als het misloopt. En dat terwijl toch maar een klein percentage hiermee ook werkelijk geld zal gaan verdienen.'

Doobiz en Bamboo, cool als zij zich bewegen, zijn overtuigd van hun eigen potentieel. In de opnamestudio zingen zij zich los. Op de achtergrond klinkt het bandje van een Amerikaanse hiphop-artiest: 'De wereld is nog niet klaar voor mij.' Híj is inmiddels beroemd. Nu zij nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden