WO I nestelt zich in keizerlijk vertrek

Korting van de subsidie blaast Huis Doorn een nieuw leven in. Het ballingsoord van Keizer Wilhelm II wordt een museum over WO I. Al staan de keizerlijke pantoffels nog onder het bed.

Nog vóór oktober krijgt Nederland een museum over de Eerste Wereldoorlog. Het zal worden ondergebracht in de bijgebouwen van Huis Doorn, het ballingsoord van Wilhelm II. De laatste Duitse keizer vluchtte in 1918, na de verloren oorlog, naar Nederland om aan berechting als oorlogsmisdadiger te ontkomen.


Het museum zal een indruk geven van de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog voor het neutrale Nederland. Het laat zien hoe destijds over de strijd werd bericht. Het toont mensen die honger leden als gevolg van de oorlog en mensen die er, als woekerhandelaars, van profiteerden. Het geeft een beeld van de ongeveer 1 miljoen Belgische vluchtelingen die hier het eerste oorlogsjaar verbleven. En het roept de felle partijstrijd tussen socialisten en orangisten in herinnering.


De ironie wil dat het museum zijn ontstaan te danken heeft aan de halvering van de subsidie van Huis Doorn, in december 2012. Dat ontleende zijn bestaan louter aan Wilhelm II en aan de inhoud van 59 treinwagons waarmee een deel van de inventaris van zijn Duitse paleizen naar zijn ballingsoord was vervoerd. Volgens de Raad van Cultuur was deze collectie van 'onvoldoende Nederlands belang' om de subsidie op het oude niveau te handhaven. Gevolg: de verdwijning van vijf (van de acht) formatieplaatsen en de dreigende sluiting van het museum.


Het bestuur besloot tot een vlucht naar voren: Huis Doorn moest zijn bestaansreden versterken met een permanente tentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog. Aan die doelstelling wilde de BankGiro Loterij wel haar medewerking verlenen. Vorige week dinsdag stelde ze Huis Doorn 450 duizend euro beschikbaar voor de nieuwbouw. De volgende dag serveerde directeur a.i. Herman Sietsma in zijn werkkamer in het poortgebouw van Huis Doorn tompouces aan het overgebleven personeel en de aanwezige vrijwilligers. De noodlottige bezuiniging bleek, aldus Sietsma, een blessing in disguise.


De Eerste Wereldoorlog spreekt tot de verbeelding, had Sietsma eerder al vastgesteld. Getuige het grote aantal vrijwilligers dat zich ongevraagd aanmeldde voor hand-en-spandiensten in het museum. Wat hen drijft? 'De betekenis van de Eerste Wereldoorlog voor Europa', vermoedt Sietsma. 'Hier, in Doorn, is de breuk zichtbaar die de oorlog in de geschiedenis markeert. Hier vestigde zich een verslagen keizer die mentaal nog in de wereld van vóór de oorlog leefde. Zijn neef, de Russische tsaar, was al vermoord. In Duitsland gistte het, en zelfs in Nederland deed Troelstra een revolutiepoging. Die cesuur kun je hier zichtbaar maken.'


Vooruitlopend op de vestiging van het nieuwe museum, in Wilhelms kloeke garage die met een glazen vleugel zal worden uitgebreid, vormt Huis Doorn soms al het decor van zogenoemde re-enactments: kampeerpartijen in de vroegere moestuin, compleet met kampvuur, van hobbyisten die zich in de oude uniformen van een aantal oorlogvoerende landen hebben gehuld. Bij de eerste editie, vorig najaar, ontstond een ontroerende chemie tussen Britten en Duitsers, zegt Sietsma. Voor eind mei staat weer een re-enactment op de rol.


Het museum over de Eerste Wereldoorlog zal echter geen oorlogsmuseum worden. Al was het alleen maar omdat Nederland niet bij de krijgshandelingen betrokken was. Enthousiastelingen gaven Sietsma het goed bedoelde advies krijgsmaterieel in de tuin te plaatsen en loopgraven te laten aanleggen. Die suggestie heeft hij beleefd naast zich neergelegd.


De garage van de keizer - een cadeau van zijn tweede echtgenote, Hermine, voor zijn 70ste verjaardag in 1929 - is er al bijna klaar voor. De gemeente Doorn zal welwillend naar de bouwplannen voor de glazen vleugel kijken, verwacht Sietsma. In het vroegere woonhuis zal alles aan zijn laatste bewoner blijven herinneren. 'De sigaren van de keizer liggen nog in de asbak, zijn pantoffels staan nog onder zijn bed, zijn ochtendjas hangt nog over de stoel.' Zelf ontroeren hem nog het meest de woorden die de keizer met potlood in zijn agenda noteerde op 11 april 1921, de sterfdag van zijn eerste vrouw, keizerin Auguste Victoria: 'Farewell forever. Thy will be done.'


'De heren zijn vertwijfeld omdat de keizer in Doorn zoveel bomen velt. Het zijn er nu al 470'

Keizer Wilhelm II deed op 9 november 1918 afstand van de troon. De volgende ochtend - een zondag - arriveerde hij vanuit Duitsland in Eijsden waar hij de hele dag moest wachten op een besluit van de Nederlandse regering over zijn asielaanvraag. 'Dat hield verband met het feit dat in Nederland 's zondags alleen op bepaalde uren kon worden getelefoneerd', schreef vleugeladjudant Sigurd von Ilsemann in zijn dagboek. Eerst vestigden de keizer en zijn (eerste) vrouw zich in kasteel Amerongen. Pas toen geen uitlevering meer dreigde aan de geallieerde mogendheden, betrok hij Huis Doorn - na eerst de tuin onder handen te hebben genomen. 'De heren zijn vertwijfeld omdat de keizer in Doorn zoveel bomen velt', noteerde Von Ilsemann. 'Het zijn er nu al 470.' De keizer hield nog geruime tijd de hoop levend - als keizer - terug te keren naar Duitsland. Met het oog daarop ontving hij tweemaal Hermann Göring, in wie de keizer een mogelijke bondgenoot zag. 'Gistermiddag verscheen Göring in een pofbroek aan tafel', schreef Von Ilsemann op 21 mei 1932 in zijn dagboek. 'Iets dat niemand in Doorn ooit zou durven doen, maar hij heeft al gauw gemerkt dat hij zich alles kan veroorloven.' Er was sprake van een bezoek van Hitler, maar dat heeft nooit plaatsgevonden. De keizer stierf in Doorn op 4 juni 1941.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden