WO I: Kettingreactie

De fanaten die de oorlog in gang zetten, leken wel op Al Qaida, schrijft historica Margaret MacMillan. Maar dat die oorlog er kwam, was niet onvermijdelijk.

Margaret MacMillan: 1914 - Hoe Europa de vrede liet varen voor de Eerste Wereldoorlog

****


Atlas Contact; 884 pagina's; euro 59,95


'Hoe kon het allemaal gebeuren?', moet de vroegere Duitse minister van Buitenlandse Zaken Bernhard von Bülow de toenmalige bondskanselier Bethmann-Hollweg vlak na het begin van de Eerste Wereldoorlog hebben gevraagd. 'Ja, als we dat eens wisten', zou Bethmann-Hollweg hebben geantwoord.


De Duitse troepen waren toen al België binnengevallen, op weg naar Frankrijk voor een 'frischer, fröhliger' oorlog, die, naar iedereen verwachtte, hooguit een paar maanden zou duren. Uiteindelijk zou het conflict twintig miljoen mensen het leven kosten, Europa verwoest en verpauperd achterlaten en een einde maken aan drie Europese keizerrijken: het Duitse, de Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie en het tsaristische Rusland.


Honderd jaar na de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand zijn historici nog steeds bezig de kluwen te ontwarren van noodlottige allianties, achterdocht, grootheidswaan, dwaasheid en imperiale ambities die de motor van het conflict vormden.


De moordaanslag op Franz Ferdinand was het werk van een groep jonge Bosnisch-Servische fanaten die, merkt de Canadese historica Margaret MacMillan op in haar boek 1914 - Hoe Europa de vrede liet varen voor de Eerste Wereldoorlog veel overeenkomst vertoonden met Al Qaida. Net als de islamitische fundamentalisten waren ze extreem puriteins en geloofden ze dat ze hun doel - Bosnië uit de klauwen van Oostenrijk-Hongarije te bevrijden -- alleen konden bereiken via geweld.


Maar ze gingen wel ongelooflijk knullig te werk: een van hen gooide mis met zijn bom, anderen durfden het op het beslissende moment niet aan en uiteindelijk kreeg Gavrilo Princip toevallig de kans om het werk af te maken, doordat het rijtuig van de aartshertog de verkeerde weg nam. Het tragische was dat hij daarmee juist de man uit de weg ruimde die in Wenen steevast tegen oorlog pleitte.


De aanslag zette een diplomatieke kettingreactie in gang die erin resulteerde dat 37 dagen later de oorlog uitbrak. Het enthousiasme waarmee het uitbreken van de oorlog werd begroet, was verbijsterend - zeker gezien de ongekende rust en welvaart die de Europese landen aan het begin van de 20ste eeuw genoten. Maar volgens MacMillan maakte die welvaart de oorlog ook mogelijk: de Europese grootmachten hielden het verrassend lang uit, ondanks de enorme kosten en verliezen, al gingen ze uiteindelijk ten onder.


Bij het uitbreken van de oorlog speelden de allianties tussen Duitsland en de dubbelmonarchie en die tussen Frankrijk, Rusland, Groot-Brittannië en de Britse veiligheidsgaranties voor België uiteraard een grote rol, evenals de rigide oorlogsplannen die vooral een offensief karakter hadden. Je moest je leger klaar zetten voor een aanval, voordat de vijand klaar was voor een aanval, met als gevolg dat alle partijen besloten klaar te staan.


Toch verzet MacMillan zich tegen de opvatting dat de Wereldoorlog onvermijdelijk was. Begin 20ste eeuw begonnen de Europese landen er juist aan gewend te raken hun geschillen vreedzaam op te lossen. Dat het deze keer niet lukte, daarvoor moet de verantwoordeljkheid gezocht worden bij de leiders, met al hun obsessies en zwakheden.


MacMillan aarzelt om schuldigen aan te wijzen voor het uitbreken van de oorlog, maar toch neigt ze ertoe de schuld bij de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie en Duitsland te leggen. Vooral de Oostenrijkse stafchef Franz Conrad von Hotzendorf, die oorlog zag als de enige manier om het karakter van de natie te tonen, en de Duitse minister van Marine, Alfred von Tirpitz, de gangmaker achter de 'vlootwedloop' met Engeland, speelden volgens haar een doorslaggevende rol.


De Australische historicus Christopher Clark is in zijn vorig jaar verschenen (en hier eerder lovend besproken) Slaapwandelaars - Hoe Europa in 1914 ten oorlog trok wat voorzichtiger met het aanwijzen van de daders. 'In dit verhaal komt geen rokend pistool voor, of misschien moeten we zeggen dat elk van de belangrijkste personages er een in de hand heeft', schrijft Clark. Dat neemt niet weg dat hij aanzienlijk strenger is in zijn oordeel over de Servische autoriteiten dan de meeste andere historici.


Clark besteedt veel aandacht aan de sterk nationalistische sfeer in Servië, waar radicale groeperingen hun gang konden gaan. Zij kregen de steun van Dragutin Dimitrijevic, het hoofd van de Servische geheime dienst, die in 1903 betrokken was bij een bloedige coup. Een groep ultranationalistische Servische officieren slachtte koning Alexander en zijn vrouw Draga af en gooide hun aan stukken gehakte lichamen uit het raam van het paleis. Dimitrijevic was ook de regisseur van het complot tegen Franz Ferdinand.


Clark erkent dat sommigen in Wenen, Conrad von Hotzendorff voorop, al langere tijd zaten te wachten op een excuus om Servië een lesje te leren. Toch heeft hij anders dan veel andere historici, gezien de banden tussen de Servische autoriteiten en de plegers van de aanslag, wel begrip voor de harde eisen die Wenen in zijn beruchte ultimatum aan Servië stelde.


Ook Rusland komt er in Clarks relaas slechter van af dan gebruikelijk. Volgens hem was de pan-slavistische hysterie onder de publieke opinie in Rusland een van de beslissende factoren die ertoe bijdroegen dat Europa weggleed in de duisternis van de oorlog.


Clark schildert daarentegen een tamelijk mild beeld van de Duitse Keizer Wilhelm II, die volgens hem veel heeft gedaan om te proberen de oorlog te vermijden. Maar uiteindelijk werd de gang van zaken door zijn veel oorlogszuchtiger ministers gedicteerd. Net als de raadgevers van de zwakke Russische tsaar Nicolaas II en hun tegenhangers in de andere hoofdsteden hadden zij allemaal hun dromen en nachtmerries, waardoor zij volgens Clark verblind werden voor de 'gruwelen die ze over de wereld zouden brengen': fatale slaapwandelaars.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden