WO I: Fotografie is níet het medium van het realisme

De Eerste Wereldoorlog was de eerste oorlog die werd vastgelegd in kleur. Juist daardoor werd duidelijk: realisme en fotografie vormen geen vanzelfsprekend koppel.

De Eerste Wereldoorlog heeft de mensheid in fotografisch opzicht een primeur bezorgd. Het was de eerste oorlog die behalve in zwart-wit ook in kleur werd gedocumenteerd. Fotografen aan beide zijden van het Duits-Franse front maakten gebruik van een door de Franse filmbroeders Lumière in 1907 op de markt geïntroduceerd fotografisch procedé, waarbij een met lichtgevoelig materiaal en zetmeelkorrels geprepareerde glasplaat werd belicht. De opnamen, autochromen genoemd, zijn voorlopers van de dia: ze kunnen worden geprojecteerd op een lichte achtergrond. De lichtgevoelige glasplaten waren toentertijd makkelijk in gebruik, ook al omdat er geen speciale camera vereist was.


Wie de autochromen op deze pagina's nu bekijkt, vermoedt propagandistische motieven. Gruwelijke beelden van het front zitten er niet bij. Wel foto's van het somtijds gemoedelijke leven achter de frontlinies, met rustende, badende, etende militairen, en soldaten in loopgraven die doen alsof ze schieten, maar overduidelijk poseren: een schoon, bloedeloos gevecht. De verwoestingen bij Verdun en Rheims, de karkassen van gebouwen als bizarre kathedralen, staan wel op de gevoelige plaat - als aanklacht tegen de Duitse agressor? - maar geen spoor van de menselijke catastrofe. De onderwerpkeuze verraadt de broodheren van de fotografen: zij bezochten het front in dienst van het vaderlandse leger, en dat had geen behoefte aan horrorbeelden in de krant die het moreel van volk en soldaat ondermijnden.


Maar wacht even, niet te snel conclusies trekken. Kranten publiceerden honderd jaar geleden nauwelijks foto's, en al helemaal geen kleurenbeeld - technisch onmogelijk. Voor propaganda in de massamedia leenden oorlogsfoto's zich nog niet. De fotografen wier werk we hier zien waren naar het zich laat aanzien geenszins leugenachtige mooi-weerfotografen. Ze hadden hun voetsporen verdiend met hun deelname aan een gigantisch fotoproject, ver voor het uitbreken van de oorlog, in 1909, geïnitieerd door de schatrijke, idealistische bankier Albert Kahn. Kahn was, in de traditie van de leergierige, in de 19de eeuw populaire uomo universale, in de ban van verre, vreemde culturen. Vijftig fotografen had Kahn ingehuurd om deel te nemen aan het project Autour du Monde. Hun werk zou worden verzameld in het Archief van de Planeet, dat op hoogst moderne, veelkleurige wijze zou bijdragen aan het onderlinge begrip van de volkeren en - vanzelf - aan de wereldvrede.


Het uitbreken van de oorlog bracht Kahns fotografen aan weerszijden van de fronten - Hans Hildenbrand was de enige van zeventien Duitse legerfotografen die in kleur fotografeerde. Aan Franse zijde waren er Fernand Cuville en Jules Gervais-Courtellement die door de Champagne en langs de Marne, door Rheims en Verdun zwierven en er met oog voor kameraadschap en de wrange schoonheid van verwoesting hun beelden schoten. Ongetwijfeld zijn hun onderwerpkeuzen gefilterd en ingeperkt door de legerpropaganda, maar zij meenden vast dat ze deden wat iedere patriot behoorde te doen: de manschappen steunen. Net als de talrijke kunstenaars dat deden die vol enthousiasme de frisvrolijke oorlog in marcheerden.


Dat van de kruitdampen en de strijd op het slagveld niets is te zien, heeft behalve met censuur ook met technische beperkingen te maken: de autochromen moesten lang worden belicht, en bij lange sluitertijden verandert elke beweging in een vage vlek. Propaganda of niet: de autochromen waren populair bij een groot publiek. Ze dienden voor ansichtkaarten en Gervais-Courtellement opende in Parijs zelfs een expositieruimte waar hij zijn autochromen aan een groot publiek vertoonde.


Het Archief van de Planeet groeide uit tot 72 duizend autochromen maar raakte op den duur in de vergetelheid. Kahn verloor zijn vermogen bij de Krach van 1929 en kort erop kwam aan Autour du Monde een einde. Kahns riante huis in een voorstad van Parijs werd verbeurd verklaard. Tot aan zijn dood in 1940 mocht hij er blijven wonen. Tegenwoordig is er een museum dat aan de fotocollectie is gewijd.


Mede doordat aan de instant-opnamen - in tegenstelling tot aan zwart-wit filmnegatieven - in de donkere kamer niets meer kon worden verbeterd, werd het autochroomprocedé nooit echt populair onder fotografen. Die zetten de werkelijkheid in de doka omwille van de schoonheid immers ook graag nog een beetje naar hun hand. De meeste autochroomfotografen zijn met hun techniek opgegaan in het grijze verleden om er nu, honderd jaar later, weer aan onttrokken te worden. De kleuren verlenen de oorlogstaferelen een hernieuwde actualiteit. De oorlog die zo ver weg leek, komt alsnog binnen handbereik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden