WK-renner Eyk: 'Ik zal er na een paar ronden wel van af vliegen'

Dit wordt toch niet weer zo'n negatief artikel, vraagt wielrenner Patrick Eyk, nadat hij drie kwartier lang heeft verzekerd dat het leven hem toelacht....

Van onze verslaggever

Bart Jungmann

PAIPA

Slechts even schiet de 29-jarige Eyk, zoon van musicus Tony, uit zijn slof als hij de grote onbekende in de Nederlandse ploeg wordt genoemd. 'Als je goed hebt opgelet, dan weet je dat ik al vijf jaar beroepsrenner ben. Maar dat ik de grote verrassing ben in deze ploeg is wel zeker.'

De carrière van Patrick Eyk, tegenwoordig woonachtig in Colorado, is er één van aanklungelen. 'Nadat ik in 1992 bij Raas ben weggegaan, heb ik nooit meer het niveau bereikt dat er inzat. Maar ik ben het altijd blijven proberen in een omgeving waar ik me prettig voelde. Ik dacht: de Verenigde Staten, dat is het wel voor mij en dat is het ook gebleken.'

Die geografische achtergrond is ook de reden van zijn selectie. 'Ik belde Knetemann op om te vragen hoe het ging en toen zei-ie: die jongens zijn bij jou in de buurt aan het trainen voor het WK. Ze zijn maar met een man of vijf en dan kun je weer een beetje in vorm komen. Dus ik ben er naartoe gegaan en het ging eigenlijk steeds beter, daarom zei Knetemann: waarom ga je niet mee naar Colombia?

'Ik was toch al aangepast aan de hoogte. Dat speelde natuurlijk mee. Maar Knetemann zat natuurlijk ook met zijn handen in het haar. Wie neem ik mee en vooral: wie willen er mee. Hij weet wie ik ben en hij weet wat ik kan. En hij zal ook wel gedacht hebben: of ik hem nou meeneem of iemand anders, dat maakt toch niet uit, want ze gaan toch niet aankomen daar. Daarvoor is het parkoers veel te zwaar. Veel lastiger dan ze hadden voorgespiegeld.

'Zeker voor mij. Ik heb dit seizoen door pech en blessures alleen maar aan het wiel kunnen kruipen. Dank zij dit kampioenschap heb ik het gevoel dat ik nog net heb kunnen aansluiten, maar ik zal er na een paar ronden wel van af vliegen.'

'Natuurlijk hadden De Bakker en Bouwmans hier moeten rijden. Maar laat ik het zo zeggen; als Knetemann nou de keuze heeft tussen zes of zeven renners, kan hij er beter zeven meenemen. En wat ze er verder in Nederland van zeggen, interesseert me geen reet. Misschien denken ze wel dat ik mee ben omdat Knetemann en mijn vader bevriend zijn. Misschien is dat ook wel zo, ik weet het niet. Mij maakt het niets uit.

'Juist vanwege die mentaliteit zit ik dus ook niet in Nederland. Dat is de mentaliteit die ik verafschuw. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Almere en Hoofddorp, nee, met alle respect, dat trekt me niet.'

Toen Nederland hem in het begin van de jaren negentig nog niet te kleingeestig was, leek een veelbelovend wielerleven bij Raas in het verschiet te liggen. 'Maar de sfeer beviel me niet. Van buiten zag het er mooi en flitsend uit, maar van binnen zitten er heel wat conservatieve dogma's aan vast.

'Ik voelde me daar niet prettig bij. Dat gaat tegen je werken als je toch wilt presteren. Dan word je niet meer geaccepteerd. Dan heb je een stempel van lastig en daar kom je niet meer van af. Wat dat betreft is zo'n wielerploeg erger dan een kleuterklas. Als ze me beter hadden begrepen en meer steun hadden gegeven, had er zeker meer in gezeten.

'Ik denk achteraf dat ik mijn tijd vooruit ben geweest. Ik hoor Raas nu roepen dat-ie nog nooit van jonge renners heeft gehoord dat ze op trainingskamp wilden, terwijl ik juist degene was die vroeg of hij naar Mallorca of Zuid-Frankrijk mocht. Dat vond-ie toen niks en tegenwoordig is dat het helemaal.

'Ik probeerde tegen de stroom in aan mijn ideeën vast te houden om verder te groeien. Maar dat werd de kop ingedrukt. Ik moest me anders gedragen, tegen de Belgische grens gaan wonen en snel trouwen, want dan word je een betere wielrenner. Nou, dat paste niet bij me.'

Dus dacht Eyk in 1993: ik moet het maar eens in Amerika gaan proberen. 'Andere mentaliteit, meer individualistisch, meer op de persoon gericht. Iedereen is wie hij is. Heel anders dan in Nederland. Als Lance Armstrong Nederlander was geweest, had ik nog moeten zien hoever hij was gekomen met zijn grote bek.'

In Amerika had Eyk snel zijn draai gevonden bij Subaru. 'Maar dan stopt de ploeg ermee en sta je weer op straat. Dan krijg je het gevoel dat het uitzichtloos is. Je zit op het randje van stoppen. Weinig trainen, want zo ben ik dan ook wel weer.'

Wonder boven wonder vond Eyk, opnieuw op het laatste moment, onderdak in Engeland, maar ook dat liep snel op niets uit. Opnieuw dacht hij aan stoppen. 'Maar mijn filosofie is altijd geweest: ik wil zelf bepalen wanneer ik stop. Niet omdat het vanwege de omstandigheden moet. Dat overkomt al zoveel renners in Nederland.

'Toen kwam ik uiteindelijk terecht bij Peter Muller, de oud-schaatscoach die bij een kleine Amerikaanse ploeg zat. Ze zochten nog een ervaren renner en zo ben ik op het laatste moment toch weer in een ploeg terechtgekomen.

'Gelukkig weer in Amerika, want ik voel me daar als een vis in het water. Je hebt er een mentaliteit die qua wielrennen dicht bij me staat. Er zit dynamiek in. Ze pikken hele frisse ideeën op uit het mountainbike-gebeuren of uit het triatletengedoe en dat wordt aan het wielrennen gekoppeld.

'In Europa gebeurt dat veel minder sterk. Het belangrijkste is dat het er in Amerika veel vriendelijker aan toe gaat. Dat past bij mijn uitgangspunten. Ik houd van wielrennen. Ik heb er plezier in en dat wil ik zo houden, anders kan ik er wel mee ophouden.

'Gelukkig is dat al die keren niet gebeurd omdat ik me realiseerde dat ik niet klaar was met wat ik graag wilde. Ik heb een bepaalde jongensdroom willen verwezenlijken en dat was wielrennen. Absoluut. Maar je stelt alle dromen bij natuurlijk, Die droom is nog maar ten dele uitgekomen.

'Ik ben beroepsrenner geworden, maar ik heb het idee dat er meer in zit. Dat wil ik niet op een gefrustreerde manier nastreven, maar ik wil wel op een voldane manier kunnen zeggen: het is leuk geweest en we gaan nu wat anders doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.