WK-afstanden bevrijding voor veel schaatsers

Heen en weer geslingerd tussen de liefde voor het allroundschaatsen en de noodzaak tot specialisatie, bewegen de Nederlandse schaatsers zich komend weekeinde aarzelend door het Vikingschip....

WYBREN DE BOER

Van onze verslaggever

HAMAR

Zelfs in het schaatspeloton waren na twee magere seizoenen twijfels gerezen of de wereldrecords nog te kraken waren, maar sinds de World Cup-finale twee weken terug in Calgary, is de jacht op de erfenis van Koss vol overtuiging ingezet. Eén record is de alleskunner uit Noorwegen al kwijt, de twee andere (5 en 10 km) zijn vermoedelijk binnen twee jaar van de kaart verdwenen.

Het wachten lijkt voor wat Nederland betreft slechts op het moment waarop Bob de Jong zich op het toneel van de seniors meldt. Met zijn negentien jaar staat hij pas aan het begin van zijn loopbaan, terwijl slechts drie tellen hem nog scheiden van Koss' supertijd op de vijf kilometer, 6.34,96.

Een even grote bedreiging voor de huidige wereldrecords vormen de WK-afstanden, die vandaag in Hamar hun première beleven en een jaarlijks terugkerend hoogtepunt zullen worden. De geringe publieke belangstelling en het late tijdstip waarop het toernooi nu nog wordt gehouden, kunnen niet versluieren dat het WK-afstanden de belangrijkste wedstrijd van het seizoen is. Althans voor het merendeel van de schaatsers.

Waar bij het EK en WK-allround zowel bij de vrouwen als de mannen één favoriet bestond, melden zich in Hamar zeker dertig kanshebbers voor wie in totaal tien wereldtitels (vijf bij de mannen, vijf bij de vrouwen) te vergeven zijn. Dat duidt op een nieuw tijdperk in het schaatsen, waarin specialisten de dienst zullen uitmaken en de records aanzienlijk scherper zullen worden gesteld.

De wetenschap dat voortaan elk jaar een wereldtitel is te verdienen per afstand, zal voor veel schaatsers als een bevrijding komen. Wie voorheen de status van 's werelds beste wenste te veroveren, diende zich te bekwamen in vier disciplines. Veelal tevergeefs. Karlstad en Gustafson waren een decennium lang toonaangevend op de lange afstanden, maar werden nooit wereldkampioen.

Interessant is ook de vraag hoeveel beter zij waren geweest op hun favoriete nummers, als ze niet zoveel nodeloze energie hadden verspeeld aan het verbeteren van hun sprint. Karlstad en Gustafson trainden als allrounders, omdat de schaatswereld nu eenmaal is doordrenkt van die traditie. Met het verdwijnen van die geest, kan dus ook de trainingsleer op de helling.

Veelzeggend is dat atletiektrainer Henk Kraayenhof, gespecialiseerd op de korte loopnummers, het schaatsen recentelijk als een 'conservatieve sport' typeerde. De Duitse schaatstrainer Stefan Gneupel, uit de atletiek voortgekomen en nu werkend met Niemann en sprintster Schenk, vermoedt dat de grenzen in de schaatssport nog lang niet bereikt zijn.

In Calgary werd veertien dagen terug bewezen hoezeer de wereldrecords onder druk zullen komen te staan. De Japanse 1500 meterspecialist Noake verpulverde op de Olympic Oval de twee jaar oude toptijd van Koss, van 1.51,29 naar 1.50,61. Veelzeggend is dat die dag nog vier anderen onder Koss' tijd doken. En het was vermoedelijk slechts een eerste stap op weg naar nieuwe grenzen.

In 1970 introduceerde de internationale schaatsunie ISU het WK-sprint, wat leidde tot een stormachtige ontwikkeling op de 500 meter. In vijf jaar tijd werd het wereldrecord 19 keer verbroken en teruggebracht van 39,20 naar 37,00. Op geen enkel nummer kende de schaatssport ooit in zo korte tijd zo'n progressie. Een dergelijke specialisatie moet op de langere afstanden (1500, 5000 en 10.000) nog plaatsvinden.

De royale marges waarmee nog altijd records worden verbeterd, bewijst dat de rek er nog lang niet uit is. Pas op het moment dat de jacht op wereldrecords een spel van honderdste-seconden wordt, mag aangenomen worden dat de limieten in zicht zijn. Dat in Calgary zelfs het wereldrecord op de 500 meter met viertiende werd aangescherpt, bewijst echter dat het nog lang niet zover is.

De Japanners gelden als trendsetters van de specialisatie, wat gelet op de naderende Olympische Spelen in 1998 in hun land geen bevreemding wekt. De Amerikanen, Canadezen, Duitsers en Noren hebben het voorbeeld inmiddels gevolgd, maar de ontwikkeling van de schaatssport raakt pas echt in een stroomversnelling als Nederland massaal overgaat tot de nieuwe werkwijze. Geen land ter wereld herbergt zoveel schaatstalent.

Vooralsnog verkiest de Nederlandse schaatselite echter een WK-allround in een vol Thialf boven de internationaal hoger aangeslagen afstandstitels. Daarmee wordt overigens in de eerste plaats de eigen toonaangevende positie ondermijnd. In Calgary figureerden de Nederlanders op de meeste nummers en zolang aan de allroundtraditie wordt vastgehouden, zal in die situatie weinig verandering komen.

De ISU had de Nederlanders enigszins van hun twijfels af kunnen helpen door het EK-allround van de kalender te schrappen, maar zoveel revolutie ging de schaatsunie kennelijk te ver. Wellicht dat Bob de Jong ook in dit geval het voorbeeld kan geven. Na het behalen van zijn wereldtitel bij de junioren afgelopen weekeinde, zei de Leimuidenaar dat hij zijn laatste allroundtoernooi had gereden. Daar zullen de Japanners wel van geschrokken zijn.

Wybren de Boer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden