Witteboordenoverheid

Jarenlang al is de overheid bezig met een immense gedaanteverandering. Ooit bestierden gemeenten, provincies en Rijk voornamelijk uitvoerende diensten, met hoofdzakelijk uitvoerend personeel....

Dat betekent niet dat het aantal ambtenaren ook is gedaald. Natuurlijk, als de PTT compleet wordt verzelfstandigd en het Rijk verlaat, schiet het aantal ambtenaren ineens omlaag, maar dat is geen kunst. Een andere Grote Operatie van het Rijk uit de jaren tachtig, de 'afslankingsoperatie', sorteerde wel reëel effect. Het is een belangrijk wapenfeit van de kabinetten-Lubbers.

Maar slank blijven is moeilijker: op andere plaatsen dikte de overheid weer lekker aan. Even niet opgelet en je hebt er zo weer de nodige pondjes bij. Pas halverwege het tijdperk-Lubbers begon je als minister mee te tellen als je wist te bezuinigen. Tot dan gold, informeel, de perverse Haagse regel dat je een hele piet was als je bezuinigingen wist te weerstaan en je ambtenarenapparaat groeide.

Onder Paars keerde die oude logica terug. Paars verwaarloosde Lubbers' erfenis. Wat zijn kabinetten wegsneden en snoeiden, kwam er in de late jaren negentig weer bij. Soms bedoeld, als gevolg van nieuw beleid, maar vaker 'zomaar' – door verminderde politieke prioriteit en in weerwil van andere voornemens. Al met al groeit het aantal ambtenaren bij het Rijk weer in een stevig tempo.

Meer ambtenaren, maar vooral een ander soort ambtenaren. Officieel heette het bij de afslankingsoperatie uit de jaren tachtig nog dat de 'trap van bovenaf zou worden schoongeveegd'. Maar daar kwam weinig van terecht: de koffiedames verlieten de Rijksdienst, maar het bleef er krioelen van de beleidsambtenaren. Koffiejuffrouw weg, 'more room at the top'.

Deze trend heeft zich in een proces van decennia over een brede linie voorgedaan, ook bij de lagere overheid. 'Eenvoudig', betrekkelijk laaggeschoold uitvoerend werk verdween: geschrapt, verzelfstandigd, geprivatiseerd. Straatmakers raakten ambtenaaraf,conducteurs verlieten de tram, meteropnemers en kwitantielopers verdwenen uit het straatbeeld, portiers, conciërges en andere toezichthoudende functionarissen werden overtollig of, in het beste geval, overgeheveld naar particuliere beveiligingsbedrijven. Perronopzichters, schoonmakers, pontbazen en brugwachters – zij allen kregen hun congé. Uit de tijd, ouderwets, overtollig, te duur.

Dat deze nogal eenzijdige ingrepen een dubieuze ratio hadden, werd eigenlijk bevestigd door de opkomst van de Melkertbanen, midden jaren negentig, een poging om de overheid te herstellen in haar rol van 'employer of last resort'. 'Overbodig' werk bleek alsnog 'noodzakelijk' en allerlei eenvoudige bezigheden keerden via de achterdeur bij de overheid terug. Maar halfbakken: apart, zonder status, niet op de gewone begroting of normaal in dienst.

Het gaat niet aan alle verandering als onterecht te brandmerken. De taken van de overheid kunnen niet statisch zijn. Zij veranderen met de maatschappij, onder invloed van de politieke agenda en nieuwe denkbeelden over de rol van de overheid. Onvermijdelijk verandert dan de samenstelling van het ambtenarenapparaat. Bovendien zat er aanslibsel van jaren in die overheidsdiensten, werd er inefficiënt gewerkt en was nogal eens sprake van belabberde dienstverlening.

Maar tenminste één gevolg van alle afslanken, verzelfstandigen en privatiseren verdient meer aandacht: het ontstaan van een overheid die hoofdzakelijk uit witte boorden bestaat. Vooral beteropgeleiden bereiken nog de arbeidsrechtelijk aantrekkelijke ambtenarenstatus; die vorm van baan-en bestaanszekerheid wordt voor minder getalenteerden een steeds grotere zeldzaamheid.

Door de veranderingen bij de overheid is ook een wereld verloren gegaan. Die van 'gewone mensen' die werkten bij 'het spoor', de gemeente, de tram, de post, de provincie, de waterleiding, noem maar op – met ambtelijke arbeidsvoorwaarden. Met elkaar vormden zij een overheid van en voor de heffe des volks, die onder het welwillend toeziend oog van de klandizie redelijk doorzichtige taken verrichtte. Erg dynamisch was die wereld niet, zij had ook cliëntelistische kantjes, reikte niet veel verder dan 'nette armoede'. Maar zij maakte mensen wel onderdeel van een groter geheel, bewerkstelligde verticale binding, schiep loyaliteit.

Die overheid is 'teruggetreden'. Van haar vroegere dienaren (beter: wie vroeger haar dienaren zouden zijn geweest) maken velen nu deel uit van het veilige maatschappelijk midden, maar tallozen zijn ook gemarginaliseerd. Met hun uitkerinkjes hosselen zij wat in de reservaten der achterblijvers. Zij nemen geen meters meer op, maar jatten elektriciteit voor hun 'hasjplantage'. De overheid is niet langer hun partner, maar de vijand, een dwarsligger achter het loket, een bange controleur, de exponent van een ander soort mensen.

Dat hooggeschoolde witte boorden de overheid domineren heeft consequenties voor haar oriëntatie, prioriteiten, waarden, voor wat zij belangrijk vindt en hoe zij op de wereld reageert. Deze nieuwe overheid dreigt het exclusieve instrument van de (hogere) middenklasse te worden. Ook het 'profijt van de overheid' – studiefinanciering, hypotheekrenteaftrek – slaat vooral daar neer: 'laag' subsidieert 'hoog'. De met de ontzuiling verzwakte representativiteit van het politieke systeem, heeft bijgedragen aan de politieke en maatschappelijke marginalisering van de lagere klassen.

Het is een voedingsbodem voor 'populistische' sentimenten en verklaart de anti-overheidsstemming in 'Benedenland'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden