Witte rozen, JFK en een blote dame

De liefde voor het verleden is onafhankelijk van leeftijd of functie: of je nu huisvrouw, huisman of huisschilder bent, of je op de brug van een schip staat of op de kansel, of je les geeft of les krijgt, de geschiedenis is van iedereen....

Alleen bleef het percentage vrouwelijke inzenders steken op 17, net als vorig jaar. Discrimineert de historie dan wel op sekse? Waarschijnlijk zijn de vrouwelijke liefhebbers van de geschiedenis iets minder zelfverzekerd. Neem de deelneemster die in een alleraardigst bedankbriefje aan de redactie verzuchtte dat het haar duidelijk was geworden dat ze nog veel aan haar historische kennis moest doen. En dat terwijl ze met 29 punten ruim boven het gemiddelde van 18 had gescoord. Dat gemiddelde zou trouwens nog wat hoger zijn geweest als een andere inzender niet zo kwistig gebruik had gemaakt van de bonusregeling en daardoor uitkwam op de historisch lage score van min 13. Al met al is de quiz een stuk beter gemaakt dan voorgaande jaren. Hij was dan ook gemakkelijk. Toch?

Jawel. Kijk maar naar vraag 1, over de inhoud van de Apologie van Willem van Oranje uit 1581. Ruim 40 procent van de deelnemers wist dat de Vader des Vaderlands daarin protesteerde tegen zijn vogelvrijverklaring door Philips II. En passant schilderde De Zwijger het Spaanse bewind af als een wrede en barbaarse tirannie.

Vraag 2 leek op het eerste gezicht moeilijk, maar met wat gezond verstand wisten zes op de tien deelnemers de wetenschappelijke doorbraken uit de astronomie in de juiste volgorde te zetten. Eerst moest Copernicus in 1543 opperen dat de planeten om de zon draaien, voordat Kepler in 1609 kon bedenken dat de baan van die planeten ellipsvormig waren. Daarna duurde het nog vijftig jaar voordat Huygens Saturnus van dichtbij kon bekijken. Newton maakte vervolgens dankbaar gebruik van het werk van zijn voorgangers om in 1687 het principe van de zwaartekracht te formuleren.

Chris van Woerkom opende in 1948 de eerste Nederlandse winkel met zelfbediening (vraag 3). Hij noemde zijn winkel 'een stukje Amerika in Nijmegen'. Bij deze vraag is kennelijk flink gegokt, elk antwoord werd ongeveer even vaak gekozen. Dat de bloedig onderdrukte opstand in Parijs tijdens de Frans-Duitse oorlog de Commune heet (vraag 4), wist een ruime meerderheid. En dat het Venlo-incident uit vraag 5 niets te maken heeft met zinloos geweld of de verkoop van hasj, was voor 60 procent van de inzenders gesneden koek. De ontvoering van twee Britse geheim agenten door Gestapo-agenten was immers een van de excuses van de Duitsers voor de aanval op 10 mei 1940.

De ijver van de schilders uit de Gouden Eeuw (vraag 6) werd door veel inzenders onderschat. Ze heetten natuurlijk niet allemaal Rembrandt of Vermeer, maar bij elkaar kladderden de bij een gilde aangesloten schilders jaarlijks naar schatting toch zo'n 70 duizend werken bij elkaar.

Ook bij vraag 7 ging het vaak mis. Niet de Amerikaanse industrieel Andrew Carnegie was de initiatiefnemer van de Haagse vredesconferentie van 1899, zoals veel deelnemers dachten, maar tsaar Nicolaas II. En ondanks de grootschalige aandacht voor de dood van Stalin, dit jaar vijftig jaar geleden, wist maar een kwart van de deelnemers dat de Stalinnota van vraag 8 een voorstel behelste tot hereniging van het gedeelde Duitsland.

Schipper naast God werd hij wel genoemd. Maar in juli 1940 legde Hendrik Colijn, de grote staatsman van de jaren dertig, zich wel heel gemakkelijk neer bij de Duitse hegemonie over Europa. Hij was het die schreef dat 'het vasteland van Europa in de toekomst geleid zal worden door Duitsland' (vraag 9).

Bij vraag 10 bleek dat vreemdgaan van alle tijden is. En dat liefhebbers van de geschiedenis ook wel eens bij de kapper zitten. Ruim 80 procent van de deelnemers wist dat John F. Kennedy het met Judith Campbell Exner deed. Iets minder mensen kenden de roddels over John Major en Edwina Currie of de geruchten rond F.D. Roosevelt en Lucy Mercer. Wie echt geen sjoege had, kon altijd nog gokken dat François Mitterrand wel zou hebben aangepapt met Anne Pingeot, de enige française in het rijtje.

Met dat 'Indië verloren, rampspoed geboren' uit vraag 11 viel het allemaal wel mee. Helemaal onomstreden zijn de cijfers niet, maar zelfs volgens de ruimste schatting droeg de kolonie in 1938 niet meer dan 15 procent bij aan het Nederlandse nationaal inkomen. 40 Procent had dit goed.

Veel hoger was het percentage goede antwoorden op vraag 12. Maar liefst 87 procent wist dat de leden van het huis van Lancaster een rode roos droegen om zich te onderscheiden van het huis van York, dat een witte roos als herkenningsteken gebruikte. Vandaar de Wars of the Roses.

Ook vraag 13 is goed gemaakt. Vier van de vijf inzenders wisten dat toegenomen hygiëne in de steden ervoor zorgde dat het aantal slachtoffers van besmettelijke ziekten in de negentiende eeuw snal afnam.

Dat de Irakezen niet opkijken van twee weken oorlog omdat ze in de jaren tachtig acht jaar strijd voerden met buurland Iran (vraag 14) was ook algemeen bekend.

Vraag 15 was een instinker. Op school leerden we weliswaar dat we onze achternaam en de meter aan de Fransen te danken hadden, maar de burgerlijke stand (1811) en het metrieke stelsel (1795) zijn net zomin als de gulden (1816) ingevoerd onder koning Lodewijk Napoleon (1806-1810). Een kwart van de deelnemers had het goed.

De paus is weliswaar al eeuwen de vertegenwoordiger van God op aarde, zijn onfeilbaarheid in die functie (vraag 16) is pas relatief kort geleden vastgelegd. Op het Eerste Vaticaans Concilie van 1869/1870 om precies te zijn.

In vraag 17 moesten verkiezingsleuzen aan partijen worden gekoppeld. Een eerste versie van deze vraag was te moeilijk, zodat op het laatste moment de kreet 'Ontwapenend' van de PSP is toegevoegd. De bijbehorende affiche - inderdaad, die met blote dame en koe - heeft kennelijk zoveel indruk gemaakt, dat vrijwel iedereen de vraag goed had. 'Niet rechts, niet links' was een opzichtige poging van de Centrumpartij om aansluiting te vinden bij het politieke midden. 'Uw plaats aan de stormram is nog vrij' (SDAP) en 'Storm op til. Stut uw huis' (RKSP) stammen uit de tijd dat partijen de beeldspraak nog niet schuwden.

Dat was ook de tijd van het gebroken geweertje als symbool van het antimilitarisme (vraag 18). Dat geweertje kon heel wel samen gaan met een blauwe knoop ten teken van geheelonthouding.

Die gebroken geweertjes zullen ook wel aanwezig zijn geweest bij de tentoonstelling DOOD, ofwel De Olympiade Onder Dictatuur. Die werd in 1936 in Amsterdam georganiseerd om te protesteren tegen de door de nazi's georganiseerde Olympische Spelen in Berlijn. Eveneens uit protest werden er in Barcelona alternatieve spelen georganiseerd (vraag 19). Die moesten echter al snel worden afgebroken vanwege het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog. Deze episode uit de sportgeschiedenis is maar weinig deelnemers bekend. Hetzelfde geldt voor vraag 20. Maar 36 procent wist dat het cijfer nul rond 1200 door de kruisvaarders mee werd genomen uit het Midden-Oosten.

Met het schip van Bontekoe uit vraag 21 liep het niet goed af. 'De Nieuw-Hoorn scheurde uiteen; masten, planken, mensen, dieren en brokstukken ervan vlogen de lucht in.' De schuldige was Scheepsjongen Padde, die een kaarsepit in de brandewijn liet vallen. Bijna de helft van de deelnemers heeft het boek gelezen.

Vraag 22 was weer een makkie. Vrijwel iedereen wist dat Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Pieter Oud en Gerrit Rietveld behoorden tot het kunstenaarsverbond De Stijl.

Wat betreft het studentenaantallen van vraag 23: Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 1960, vlak voor de babyboom ging studeren, 40.700 voltijds studenten in het wetenschappelijk onderwijs. Dat waren er 31 op de 1000 inwoners in de leeftijd van 18-25 jaar. Tegenwoordig schommelt het aantal rond de honderd.

Gruwelijk moet het zijn geweest, de slag bij het Italiaanse Solferino in 1859. Meer dan 40 duizend gewonden bleven achter op het slagveld, verstoken van iedere verzorging. Het brengt Henry Dunant, een Zwitsers bankier die toevallig ter plaatse is, op het idee een organisatie op te richten. Een ruime meerderheid wist dat het Rode Kruis het goede antwoord was op vraag 24.

Dat Johan Huizinga de zaken niet altijd van de zonnigste kant bezag, blijkt al uit de titel van zijn bekendste boek Herfsttij der Middeleeuwen. 'Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het', zijn dan ook de eerste zinnen van In de schaduwen van morgen. En de laatste zinnen van de voorronde van de Grote Geschiedenis Quiz van 2003.

Blijft nog een vraag over. Levensgenieter, prima. Ervaringsdeskundige, akkoord. Werkvoorbereider, vooruit. Maar wat is de professie van de deelnemer die als beroep invulde: zwikker?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden