Witte enclave in gekleurde stad

Verwende diva's zijn het, die tweeverdieners in de Amsterdamse nieuwbouwwijk Sporenburg met hun geroep om meer groen en speelplaatsjes. Dat vinden ze zelf ook wel....

De bewoners van de Seinwachterstraat op Sporenburg hebben de gordijnen open. Het mag allemaal gezien worden: de trendy kinderkamertjes, de rijk gevulde boekenkasten en de smaakvol ingerichte werkkamers. De architect heeft zich duidelijk laten inspireren door de Jordaan: een zee van kleine, compacte, maar inmiddels kostbare huisjes aan nauwe straatjes. De Sporenburgers hebben hun eigen dorp in de grote stad. Een witte, veilige enclave zonder junkies, zwervers, files of straatvuil. Hun grootste zorg? Het primaat van de economie en de groeiende kloof tussen arm en rijk.

Verwende diva's, noemde VVD-leider Hans Dijkstal de ontevreden burgers. De welvaart is de laatste tien jaar immers met een kwart gestegen. Nederlanders hebben een hoge levensverwachting. De wachtlijsten in de gezondheidszorg zijn vooral het gevolg van welvaartsziekten. Toch wist Pim Fortuyn bij de recente gemeenteraadsverkiezingen een gezwel aan onvrede open te prikken.

Architect Ton Schaap, grondlegger van Sporenburg, citeert de VVD-leider met instemming. 'Verwende diva's, inderdaad. Neem nou Sporenburg. De bewoners zijn spekkopers. Het huis dat ze nog geen vier jaar geleden kochten voor drie ton aan guldens is nu drie ton aan euro's waard. Maar ik hoor alleen maar gezeur over te weinig parkeerplaatsen en te weinig bomen. Ze hebben zelfs een taart in mijn gezicht gesmeten.'

Marjolein Hol (31) zou zoiets nooit doen. 'Laten we wel wezen', zegt ze terwijl ze zoon Roemer de fles geeft en over het kabbelende water uitkijkt, 'dit is een wijk in wording. Daar horen kleine ongemakken bij. En zo denken de meeste mensen er hier over. Als Pim Fortuyn zich hier verkiesbaar had gesteld, had hij geen enkele stem gekregen.' Ook Ingrid van den Hout (37) nuanceert de onvrede. 'Er is te weinig groen, er zijn te weinig crèches, te weinig speelplekken en de school barst uit zijn voegen. Allemaal waar. Maar al met al hebben we het natuurlijk heel erg goed. Daar is men zich heus wel van bewust.'

Volgens de bewoners van de (goedkopere) binnenstraatjes wonen de verwende diva's - met twee auto's - vooral aan de (duurdere) kades. Maar dat is een vooroordeel, vinden de kadebewoners op hun beurt. Feit is dat de PvdA op Sporenburg 30 procent van de stemmen wist te trekken. Met een links deelraadbestuur van PvdA en GroenLinks kunnen de dubbele autobezitters wel fluiten naar een extra parkeervergunning.

De Sporenburgers die niet met taarten gooien, maar gewoon met het stadsdeelkantoor gaan praten, hebben meer succes. Jan-Willem Brunklaus en Marjolein Hol schrokken enorm toen het plein voor hun huis tijdens het speelkwartier als schoolplein in gebruik werd genomen. Inmiddels is een beukenhaag in aantocht om de spelende kinderen een beetje op afstand te houden.

Ook Michel van Dijk trof een luisterend oor bij het stadsdeelkantoor toen hij om extra speelvoorzieningen vroeg. 'Maar feitelijk is er nog niks gebeurd', concludeert hij nuchter. 'Het extra groen is er toch ook gekomen', werpt zijn vrouw tegen. En inderdaad. Het stadsdeel heeft inmiddels honderd geveltuintjes aangelegd voor bewoners die dat willen. Gratis - behalve de beplanting natuurlijk. En Aad Verkleij (47) heeft 450 euro subsidie losgepeuterd voor een groot buurtfeest.

Beleidsambtenaar Janny van Beeren van het stadsdeelkantoor heeft wel schik in die assertieve burgers. 'Je hoeft ze niks te vertellen, want het zijn zelf advocaten en doctorandussen.' De vragen en klachten uit de nabijgelegen Indische buurt, een typische achterstandswijk, vallen inmiddels in het niet bij de aandacht die de Sporenburgers zijn gaan vragen.

De Sporenburgers wonen in de grote stad, zonder grotestadsproblemen. Ze zijn wit, hoogopgeleid en jong. In de laagbouw wonen vooral gezinnetjes. 'We wilden niet alleen yuppen en nichten', licht architect Schaap toe, 'en dat mag ik zeggen want ik hoor zelf bij de laatste categorie.' Om gezinnen aan te trekken, bouwden Schaap en zijn collega's veel kleine, compacte woningen met drie verdiepingen, een voordeur op de begane grond met daarbij extra bergruimte voor skelters, buggies en skippyballen.

Overdag is Sporenburg leeg: vaders en moeders verdienen hier samen de kost. De kinderen gaan naar de crèche. En als de schoonmaak wordt uitbesteed, komt er een gehoofddoekte vrouw uit de nabijgelegen Indische buurt. Toch ziet men zichzelf niet als yup of als een bevoorrechte elite. 'We zwemmen niet in het geld', benadrukt Marjolein. 'We kunnen dit alleen maar betalen omdat we allebei werken.' Ingrid, psycho-motorisch therapeut, ziet de Sporenburgers hooguit in cultureel opzicht als een elite, niet in financiële zin.

Feit is dat de inkomens per huishouden in Sporenburg bij de hoogste 20 procent van Nederland horen. Maar daarvan lijkt men zich op dit schiereiland nauwelijks bewust. Tot een elite behoren, dat past niet in hun zelfbeeld.

Ze stemmen ook op partijen die doorgaans niet de elite vertegenwoordigen. Zes op de tien bewoners stemmen progressief: PvdA, GroenLinks, D66 of SP. Belangrijkste motief voor de keuze van deze partijen is niet het eigenbelang. De belangen van de Sporenburgers lopen immers geen gevaar. Ongerust zijn ze wel over de toenemende segregatie en de onveiligheid in andere wijken. 'Er mogen geen enclaves ontstaan waar het goed toeven is terwijl de rest van de stad onleefbaar wordt', vindt Jan-Willem. Hij vindt zelf niet dat hij in zo'n enclave leeft. 'Er is hier nog altijd 30 procent sociale huur. En er is een project begeleid wonen voor psychiatrische patiënten.'

Natuurlijk is het publiek tamelijk eenvormig, erkent Ingrid. 'Maar je wilt ook niet dat je kind de drugsspuiten in de bosjes vindt.' Aad Verkleij vindt het wel prettig tussen allemaal 'rustige mensen' en 'beschaafd publiek' te wonen. 'Mijn kinderen spelen weer veel meer op straat. Ze voelen zich hier veilig.' Ook zoon Dirk (12) speelt tegenwoordig weer volop buiten. 'In onze vorige buurt, een echte volkswijk in Oost, vond Dirk het soms eng. Durfde hij niet naar buiten.'

Zelf weten de Sporenburgers niet goed hoe ze de segregatie arm en rijk en blank en zwart moeten tegengaan. Ze kiezen in ieder geval massaal voor de witte school op het schiereiland, basisschool de Achthoek. De zwarte scholen in de directe omgeving laten ze links liggen. 'Je zou wel een daad willen stellen', piekert Michel van Dijk, 'maar dan laat je je kind de prijs betalen. Dat is eigenlijk ook heel egoïstisch.' Aad Verkleij wilde zijn kinderen evenmin 'belasten' door ze als enige blanke kinderen op een zwarte school te doen. De Achthoek zit overigens geenszins op slot voor allochtone kinderen. Ze zouden met open armen worden ontvangen, denken de Sporenburgers.

De onvrede van de Sporenburgers, voor zover aanwezig, is relatief. Juist omdat ze hun zaakjes goed op orde hebben, komt er ruimte om behoeften op een hoger, abstracter niveau te bevredigen. Letten we wel goed op het milieu? Deugt de kwaliteit van het openbaar bestuur? Zijn we wel op de goede weg?

'Nee dus', zegt Aad Verkleij terwijl hij thee met koek serveert aan de keukentafel. 'Paars I en II hebben alleen aan de economie gedacht. Je ziet een explosie aan asfalt; een diarree aan lelijke nieuwbouwwijken en ongebreidelde groei van Schiphol.'

Ook Ingrid ergert zich aan dat primaat van de economie. 'Zelfs de PvdA heeft geen ideologie meer. Alleen het bezit telt. En overdaad roept agressie op. Dat heb ik gezien in de Pijp. Kinderen hebben massaal Nike-schoenen aan, maar Marokkaanse jongetjes hebben daar geen geld voor. En dus jatten ze de etalage leeg. Ik keur het niet goed. Maar overdaad roept agressie op. Dat zien we ook mondiaal.'

Zelf zien de Sporenburgers zich niet als materialistisch. 'Oké, we hebben goede banen. Maar het salaris is niet de hoofdzaak: we willen een baan waarin we ons nuttig kunnen maken', aldus Marjolein, die voorlichtingscampagnes organiseert voor de Kankerbestrijding.

Aad Verkleij heeft zijn werkweek als stafmedewerker bij een onderwijsorganisatie teruggeschroefd naar drie dagen, zodat er altijd iemand thuis is als Roos en Dirk uit school komen. Maar ook omdat het zo wel genoeg is. 'Wij hoeven geen auto en niet met vliegvakantie. En voor de kinderen is het ook goed als niet alles altijd kan.' Ingrid en Michel hebben evenmin een auto. Ook al worden ze soms meewarig aangestaard. Ach gut. Hebben jullie geen auto? Ingrid lacht erom. 'We fietsen liever. In de stad heb je geen auto nodig. Dus waarom zou je dan het milieu onnodig belasten?'

Wat kunnen de Sporenburgers zelf doen om de materialistische tijdgeest een halt toe te roepen? Ze weten het niet echt. Geen auto rijden, minder vlees eten, de buurtgenoot aanspreken als hij het huisvuil naast de container gooit in plaats van erin en het aantal vliegvakanties terugdringen. Vrijwilligerswerk? 'Moeilijk hoor, als je allebei werkt', vindt Michel.

Doordeweeks mag Sporenburg verlaten zijn, in het weekeinde bruist de wijk van de activiteit. Slierten fietsers, met kinderzitje voor en achter, begeven zich naar winkelcentrum Brazilië. Busladingen architectuurtoeristen lopen plaatjes te schieten van de strakke gevelrijen. En bij het eerste zonnestraaltje komen de Sporenburgers naar buiten om elkaars kinderen te bewonderen en elkaars geveltuintjes te inspecteren. Die extra speelvoorzieningen zullen er ook wel komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden