Witrussen toeren met de hand op de knip

Tweedehands radio's en televisies zijn welkom. Een enkeling overweegt nog de aanschaf van een auto, al wordt over het kopen van een trui al lang gedelibereerd....

KARIN VERAART

LANGZAAM maar zeker komt er weer leven in de lange tourbus. Vier uur in de dinsdagmiddag, Eindhoven nadert. De Poolse chauffeur pakt het 101 Stedenboek erbij. De Schouwburg moet toch betrekkelijk makkelijk te vinden zijn.

Het Staatsdansensemble van Wit-Rusland trekt door Nederland. Uitvalsbasis: een recreatiepark bij het Gelderse Kootwijk. Op eigen verzoek, zo had impresario Gislebert Thierens in Amsterdam nog eens benadrukt: ze willen het verblijf zo goedkoop mogelijk houden, hun eigen potje kunnen koken. 'Dat niet alleen', legt artistiek leider Valentin Doedkevitsj uit. 'Zo'n zes maanden per jaar zijn we op pad, meestal zitten we in hotels'. In het begin allemaal nieuw en spannend, want westers. Maar de verbazing is er al lang af, in de bus wordt vooral geslapen, de Nederlandse buitenwereld kennen ze al, van de introductietournee twee seizoenen terug. Af en toe baart een nieuw model auto nog opzien. En het subtropisch zwembad, in het vakantiepark.

Ergens in '92 begon het, schat violist Michail. Als een van de weinigen spreekt hij een paar woorden over de grens en hij laat zich graag 'Michael' noemen, op z'n Engels. De Sovjet-Unie lag uit elkaar, de economische situatie in Wit-Rusland verslechterde snel, de mogelijkheid tot buitenlandse reizen diende zich aan. Het dertig jaar oude Staatsensemble ging op zoek naar nieuwe kansen.

Trots toont accordeonist Andrej zijn instrument, beplakt met stickers uit Brazilië, Spanje, Italië, de VS, China zelfs. Het buitenland was wel geïnteresseerd in het folkloristische dans- en muziekprogramma van de groep uit Minsk. Meestal deelt het gezelschap zich op voor een tournee: de ene helft blijft in de Witrussische hoofdstad, de andere helft gaat op pad.

Het is hard werken en het loon is er niet naar, zegt Doedkevitsj. In Wit-Rusland krijgen ze per man per maand zo'n twintig dollar van de staat. Die betaalt tevens het onderkomen, dat wil zeggen, enkele zalen en kantoren in het Gebouw voor Cultuur in Minsk, plus de dure, handgeborduurde kostuums. Als tegenprestatie moeten ze per jaar 66 optredens in het moederland verzorgen.

'Dit jaar hebben we er al veertig op zitten,' grimast Doedkevitsj. 'Snel afgeraffeld, om op tournee te kunnen.' Want in het buitenland verdienen ze over het algemeen per dág zo'n twintig dollar per persoon. 'Wanneer we die andere 26 voorstellingen moeten doen is me een raadsel'.

Maandag is een rustdag voor de groep. Dan blijven de oranje gordijnen van de vakantiebungalows lang dicht. Maar tussen de nog kale bomen licht het her en der wit op: de echte liefhebbers begeven zich gewapend met vakantieparkhanddoek richting subtropisch zwemparadijs.

'Zwemmen werkt ontspannend', weet danseres Snezjana. 'We zijn doodop.' Gehuld in joggingpak kijkt ze van onder een pak dekens naar een tekenfilm. Geveld door de griep, samen met zes andere leden van de groep. Met tourmanager Hans Smit zijn ze naar de dokter geweest, om paardemiddelen. Smit, die voor impresario Thierens de Witrussen begeleidt, moppert: om geld te besparen hebben ze op hun reis naar Nederland in goedkope, niet-verwarmde Duitse jeugdherbergen overnacht. Griep.

Ook al weer om de kosten te drukken hebben ze dozen vol levensmiddelen uit Wit-Rusland meegesleept. De bungalow die cimbaliste Tanja met nog drie anderen deelt staat blauw. Tanja staat te zweten boven een stapeltje bliny, pannekoeken naar (Wit-)Russisch recept, met yoghurt bereid. 'De yoghurt is hier gekocht,' giechelt Tanja's Italiaanse vriend Paolo. 'Dat is nieuw. Vroeger namen ze ook dat soort dingen mee van huis'. Ze hebben elkaar ontmoet tijdens een tournee drie jaar geleden. Dit keer reist hij mee als licht- en geluidstechnicus. Voor het gemak is hij omgedoopt tot Pavel.

'De economische situatie in ons land is rampzalig', zegt danser Slava, die in een bungalow verderop huist, waar ook weer pannekoeken worden gebakken. Hij komt aan met een aantal inmiddels waardeloze bankbiljetten. 'Toen we vertrokken moest je voor een dollar 11 duizend Witrussische roebel neertellen. Wat de koers nu is weet ik niet. Een midden-klasse zoals hier in Nederland bestaat niet. Je hebt de armen, dan een tijd niks, en dan de hele rijken. In Minsk rijden Mercedessen, en twee Ferrari's. Mafia'. Kleedster Zinaïda knikt zuchtend. 'Ergens moeten we blij zijn dat er in ons vak weinig te verdienen valt'.

Maar met hun manier van opereren in het buitenland hebben de meesten van de groep toch wel een aardig bedrag bij elkaar geschraapt. Dagelijks worden de uitgave-mogelijkheden even doorgesproken. Violist Michail wil eigenlijk nog een keertje terug naar Amsterdam, om tweedehands radio's en televisies in te slaan. Bij de Albert Cuyp-markt moeten dat soort winkeltjes zitten, heeft hij gehoord.

Danser Slava en zijn collega Igor denken toch meer aan een auto. Slava heeft er tijdens de vorige tournee een op de kop getikt, maar die viel een beetje tegen. Eenmaal terug in Wit-Rusland heeft hij de wagen nog voordelig van de hand kunnen doen. 'Eigenlijk is nu het de moeite niet meer om in Nederland een auto te kopen', meent hij. Het is hier veel te duur, wat dat aangaat is het in Italië beter, met die lage lire-stand. En hij heeft gehoord dat de auto's die hier op de automarkten worden verkocht, waterschade hebben van de recente overstromingen. Dat kun je niet zien natuurlijk, maar zodra je eenmaal thuis bent valt ie zo uit elkaar. Misschien kan hij wel nog een paar onderdelen op de kop tikken.

Igor trekt zich niets aan van al die geruchten. Een paar dagen eerder heeft hij in Utrecht een pracht van een Volvo gezien. Dertienduizend gulden, hij heeft 'm nog niet gekocht. Een dezer dagen treft hij nog een handelaar in een restaurant, zegt hij vaag. De rest van het gezelschap kijkt een beetje ongemakkelijk.

Cimbaliste Tanja en vriendin-danseres Natasja hebben besloten dat er op de vrije maandag wat geld moet rollen. Om drie uur heeft tourmanager Smit een winkelrit naar Apeldoorn gepland. De dames hebben haast, in Nederland sluit de boel alweer om zes uur. Winkel in winkel uit, beslissen is moeilijk. Duur is alles hier, en te groot. Ondanks de dagelijkse pannekoeken zijn ze broodmager. Op de valreep toch maar een trui.

Het wordt dinsdag, Eindhoven komt in zicht. Smit, die vooruit is gereisd, wordt node gemist. Het 101 Stedenboek biedt op een of andere manier geen uitkomst en na een tweede rondje rondweg slaat de paniek toe. Drie kwartier later dan gepland rijden ze dan toch bij de Schouwburg voor. Winkelen zit er niet meer in, al zien een paar kans nog even weg te slippen voor een pot pindakaas, 'voor de kinderen', en een cassettebandje.

Kostuums uit de koffers, de strijkster werkt zich in het zweet. Vijfenveertig mensen telt de groep, dertien dansnummers staan op het programma, met voor elke dans een andere outfit. Alleen de negen musici en de tweekoppige leiding blijven de koortsachtige verkleedpartijen bespaard.

De 58-jarige balletmeester Joeri leidt de repetities met strakke hand, vanuit de zaal kijkt artistiek directeur Valentin Doedkevitsj toe. Ze werken acht jaar samen bij dit gezelschap. Tien jaar geleden werd Doedkevitsj (51), toen regisseur, door de minister van Cultuur gevraagd de leiding op zich te nemen van het zieltogende ensemble. Tot twee keer toe weigerde hij - 'ik had niks met folklore' -, een derde keer was onmogelijk. Hij vroeg zijn goede vriend Joeri hem bij te staan. Inmiddels zijn ze met het ensemble getrouwd. 'Die minister is al lang weg,' zegt Doedkevitsj. 'Ik blijf.'

Maar hij voorziet moeilijke tijden. Met de ineenstorting van de Sovjet-Unie zijn talloze groepen en groepjes de weg van zijn Staatsensemble gegaan, en met name uit Oekraïne dreigt nu grote concurrentie. Hij weet dat impresario Thierens bezig is met de concurrent, en al heeft hij een toezegging voor een volgend seizoen gekregen, hij is bang uit de markt gedrukt te worden. 'We moeten benadrukken dat Witrussische folklore een heel eigen gezicht heeft. Want soms weten mensen niet beter of Wit-Rusland is een deel van Rusland, of van Oekraïne.'

Hans Smit, tourmanager maar tevens oud-theaterdirecteur, spreekt van een groeiende belangstelling voor folklore. Volgend seizoen wil hij met impresario Thierens twee Oekraïense groepen naar Nederland halen. Thierens: 'Dat durven we nu weer aan.' Folklore zit in de lift, evenals cabaret en musicals. Toneel en moderne dans hebben het moeilijk. Smit erkent dat het merendeel van het publiek uit vijftig-plussers bestaat. 'Als ik de zaal in kijk, zie ik alleen maar brillen,' zegt danseres Natasja in de pauze.

De reacties in de bijna uitverkochte schouwburg zijn er niet minder om. Onder luid gejoel springen de dansers zich uit de naad, toegiften volgen. Maar in de kleedkamer staan de gezichten weer strak. Inpakken en wegwezen, in razend tempo. Woensdag Heerlen, donderdag Velsen. En volgende maand Brazilië.

Staatsdansensemble van Wit-Rusland: Stadsschouwburg Velsen (vanavond); Amphion Doetinchem (7); Schouwburg Leiden (8); Zuidplein Rotterdam (9); Stadsgehoorzaal Kampen (11); De Speeldoos Zaandam (12 april).

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden