Wit moet kleur bekennen

Wie zou het pijnlijke gesprek over de witte voorrechtspositie beter op gang kunnen brengen dan een witte Nederlander? Sunny Bergmans documentaire Wit is ook een kleur, gisteravond uitgezonden op NPO 2, is volgens Mounir Samuel een heel erg belangrijke film.

Documentairemaakster Sunny Bergman (L) en Perez Jong Loy in in 2014 de rechtbank in Amsterdam, waar de rechter nogmaals oordeelde over de Amsterdamse sinterklaasintocht met Zwarte Pieten. Beeld anp

Een week geleden was ik bij een vrij onstuimig debat naar aanleiding van de voorvertoning van Wit is ook een kleur, de documentaire van Sunny Bergman die zondagavond op tv werd uitgezonden. Het belang van deze film kan in het Nederland van nu niet worden overschat.

Bergman neemt ons mee op de bootjes van gegoede witte Amsterdammers, belt haatzaaiers die haar in de grofste bewoordingen verwensten vanwege haar Zwarte Piet-standpunt, voert sociale experimenten uit met kinderen en volwassenen van verschillende kleur en afkomst, spreekt haar ouders aan op kinderboeken uit haar jeugd en confronteert mariniers met het feit dat hun boegbeeld, Michiel de Ruyter, een wrede slavenhandelaar was.

Wit is ook een kleur gaat over onze verdrongen vaderlandse geschiedenis en etnisch profileren, maar bovenal toont de documentaire een wit Nederland dat zich, niet alleen onbewust, in veel gevallen ongevoelig toont voor z'n aangeboren privileges.

Geïnstitutionaliseerde voorrechten die men, zo merkte ik in de gesprekken na afloop van de voorvertoning, toch eigenlijk niet met de gekleurde ander wil delen.

Buiten de grachtengordel

'Wat kan ík doen?', vraagt een witte twintiger mij om vervolgens al af te haken bij de eerste suggesties: zoek vrienden buiten je kleurkring, verhuis van binnen naar buiten de Amsterdamse grachtengordel. Verder kom ik niet; ze is boos en verontwaardigd afgehaakt. Buiten de grachtengordel? Dat is veel te ver van waar alles is.

Wat is dat alles dan? En waarom speelt dat alles zich binnen de grachtengordel af? Ik kan het niet meer vragen, want de persoon in kwestie is er haastig vandoor gegaan, en de omstanders stappen snel uit het gesprek.

Mounir Samuel (27), van Egyptisch-Nederlandse afkomst, is politicoloog, schrijver en journalist. Hij schrijft vooral over maatschappelijke veranderingen en sociale revoluties.

Ongemak, heel veel ongemak en een nodige portie defensie, dat is wat de discussie over witte voorrechten losmaakt. Niemand wil een racist zijn. Niemand wil erkennen dat hij of zij wellicht toch aan racistische denkbeelden lijdt. En we willen al helemaal niet weten dat we als samenleving verantwoordelijk zijn voor collectieve uitsluiting van bevolkingsgroepen op basis van kleur en culturele achtergrond.

Zo stelt op de discussieavond een van de panelgasten, Ewout Klei, politiek historicus en prominent gezicht van de rechtse website Jalta, dat het denken in termen van racisme pas recentelijk uit de VS overgewaaid is. Een geïmporteerd gedachtengoed dat door de anti-Zwarte Pietenbeweging naar Nederland zou zijn gehaald. De gekleurde Nederlanders links en rechts van mij sissen verontwaardigd. Het land dat de apartheid bedacht, dat groot werd met slavenhandel ('Dat is goed geweest want daar hebben we onze welvaart aan te danken', aldus een commentaar in de documentaire) kan zich niet aan de geschiedenis onttrekken.

Klei heeft lef om direct na het kijken naar de documentaire zo'n uitspraak te doen. Zo brengt Bergman een groep kleuters in beeld van verschillende kleur en afkomst, die een witte en bruine babypop voorgezet krijgen. De kinderen, op één na, zeggen de witte als de slimste en liefste pop te zien, en bovendien als baas over de ander. De bruine is stout en heeft straf verdiend. Pijnlijk is dat de gekleurde kinderen dezelfde uitspraken over de poppen doen, zij het in sommige gevallen met een vertrokken gezicht.

Kleis bewering verwoordt een populair gedachtengoed waarmee racisme als een probleem van 'daar' wordt gemaakt, waardoor zelfreflectie onnodig blijft. Racisme kennen we niet, zelfs niet als we net zo'n pijnlijk experiment hebben gezien.

U begrijpt: het panelgesprek na afloop ging niet over hoe we onze kinderen moeten opvoeden. Daarvoor is eerst heropvoeding van de volwássen witte Nederlander nodig, maar die wil dit gesprek maar met moeite aangaan. Zo vertelde Bergman dat ze amper witte respondenten kon vinden die wilden meewerken aan haar documentaire.

'Integreren witte mensen goed in Nederland?', is de openingsvraag die Bergman in haar film aan opgeruimde bootjesvaarders op de Amstel stelt. Verbazing. Gelach. 'Díkke mensen?' 'Nee, witte.' 'Witte? Waar is dat voor nodig dan?' Vijandigheid. 'Ik ga hier niet op reageren.'

Er is niemand die het zegt, maar je ziet de vraag op de gezichten: waarom moeten wij integreren? Wij zíjn Nederland. Wit is Nederland. Verderop in de documentaire zien we ook welwillende witte burgers, zoals de geschrokken ouders van de kleuters uit het poppenexperiment, die nauwelijks kunnen geloven wat hun eigen kind denkt of zegt. Maar het aantal pijnlijke opmerkingen in de film, gemaakt door ogenschijnlijk redelijke, hoogopgeleide, progressieve Nederlanders, is schrikbarend.

Of ik met mijn literaire tour nu voor een vwo-klas in Sneek of voor vmbo-klassen in Grootebroek sta, de leerlingen wijzen me op de 'buitenlanderhoek', ergens zo tussen aula en gang, een allegaartje van moslims, Afro- en Indo-Nederlanders en wat de samenleving verder rijk is. 'Daar staan ze altijd', zei een leerling bij mijn laatste schoolbezoek, 'en bij een drugscontrole stuurt de conciërge de politie altijd op hen af, dat is best wel zielig.'

Beeld Still uit de documentaire

'Waar komen deze buitenlanders vandaan?'

'Nederland.'

'En hun ouders?'

'Ook.'

'Waarom noemen jullie ze dan buitenlanders?'

'Omdat ze niet wit zijn.'

Witte leerlingen blijken relaties te hebben met gekleurde klasgenoten, maar durven dat thuis niet te vertellen. We kunnen praten over Aisha die Arnoud niet mee naar huis mag nemen, maar de ouders van Anne zijn ook niet blij met Ahmed.

Met middelbare scholieren valt over deze kwesties te praten. Ze erkennen hun eigen gedachten. Roepen dat ze 'die islam' gewoon niets vinden en dat 'zwarten eng zijn'. Pijnlijk, vooral omdat de klassen vaak niet homogeen en wit zijn. Maar de uitlatingen vormen wel het startpunt van een eerlijk gesprek. Ook de meest islamofobe scholier erkent dat het niet leuk is om moslim te zijn in Nederland, of ziet dat gekleurden anders worden behandeld.

Zeuren

Het merendeel van de volwassen Nederlanders is daarentegen stil, tenzij ze veilig in eigen kring verkeren, of achter de virtuele beschermmuur van het internet. Dan kunnen de negergrappen worden gemaakt en kan Sylvana Simons vrijelijk een aap worden genoemd.

En die buitenlanders maar zeuren.

Daar staan ze dan in de documentaire, hand in hand op de middenlijn van een gymzaal: een groep Nederlanders van alle kleuren, ferm hand in hand.

'Nee, ik heb geen privileges omdat ik wit ben', zeggen meerdere deelnemers voor het experiment begint. Maar dan komen de stellingen. Wie er 'ja' op zegt, zet een stap naar voren; wie 'nee' zegt, doet een stap achteruit.

'Van jongs af aan vond men het vanzelfsprekend dat ik zou gaan studeren.'

'Als ik winkel, kan ik er redelijk zeker van zijn dat het bewakingspersoneel mij niet in de gaten houdt.'

'Ik weet dat als het nodig is de politie mij zal beschermen.'

'Ik hoef niet bang te zijn dat ik slachtoffer word van seksuele intimidatie of verkrachting.'

Beeld Still uit de documentaire

'Mensen van mijn etniciteit komen veel en positief in beeld.'

'Ik word gediscrimineerd vanwege mijn religieuze overtuiging, leeftijd of seksuele geaardheid.'

De handen zijn snel los. Het uiteindelijke beeld is pijnlijk. Witte Nederlanders staan vooraan in de zaal; achterin staat een groep Afro- en islamitische Nederlanders.

Dit is wellicht het sterkste beeld over ongelijkheid dat ik tot dusver heb gezien. De witte deelnemers lijken even overdonderd, maar hebben zich snel herpakt. Er ontstaat discussie: kansen moet je pakken, wordt door iemand beweerd. Op de vraag of hij zelf die kansen ook heeft moeten creëren, reageert de man met: 'Nee, het is me aan komen waaien.' Toch blijft hij volhouden dat hij het probleem niet ziet.

Veel gekleurde deelnemers delen emotioneel hun gevoel. Een donkere man benoemt dat gevoel er niet bij te horen, een wereld te zien waar hij nooit echt in past: allemaal witte mensen op café en niet weten hoe dat moet, bij hen op het terras aanschuiven.

Ondertussen groeit zichtbaar het ongemak onder de witte deelnemers aan het experiment, die apart worden gezet om over hun gevoel en observaties te praten. Dat zijn ze niet gewend, apart zitten en praten over hun wit-zijn.

De gekleurde deelnemers zitten ondertussen met de grootste vanzelfsprekendheid in een aangrenzende kleedkamer. Het apart gezet worden is voor hen normaal. Niet voor niets heeft vijftien jaar identiteitspolitiek geresulteerd in de opkomst van nieuwe allianties tussen minderheden en kleurgroepen, met de nieuwe politieke partij Denk als duidelijkste voorbeeld.

De witte Nederlander is al dat klagen over discriminatie en racisme zat; de gekleurde Nederlander is het voortdurende bagatelliseren ervan wellicht nog veel zatter. Jaren werd er niet naar hem geluisterd. Etnisch profileren zou niet bestaan; verhalen daarover zouden aangezette, overdreven individuele ervaringen zijn. Of het was gewoon, in de woorden van Halbe Zijlstra, terecht. Donkere Nederlanders zijn immers crimineler, toch?

Beeld Still uit de documentaire

Zwarte Piet loopt vrijelijk over straat; wie ertegen demonstreert wordt in politiebusjes afgevoerd. Sylvana Simons is het nationale mikpunt van spot. 'Ja, maar het is ook zo'n naar mens', zeggen sommige van mijn progressiefste linkse vrienden dan. Ergo: het zijn niet wij, maar zij, het is allemaal zo erg niet, het is maar een grapje, ze moeten niet zo overdrijven.

Waarschijnlijk denkt ook uw peuter dat wit de baas is over zwart. 'Niemand is de baas over de ander, we zijn allemaal baas over onszelf', merkt een blond meisje in Wit is ook een kleur resoluut op, terwijl ze naar de witte en bruine pop kijkt. Van alle kinderen is ze de enige die geen enkel kleurdenken prijsgeeft. Haar moeder, een kleuterjuf, blijkt anders dan de andere ouders van kleur wél een gespreksonderwerp te hebben gemaakt. Waar de ouders van andere kinderen zeggen het er niet over te hebben, omdat het er niet toe zou moeten doen, bespreekt deze moeder discriminatie en vooroordelen wel met haar kind.

En daarmee komen we bij het belangrijkste punt van de documentaire. Er zijn kanttekeningen bij de film te maken. Zo mis ik de Aziatische Nederlander en de vaak complexe positie van gekleurde niet-negroïde Nederlanders. Het racismedebat beperkt zich tot zwart en wit, terwijl in de werkelijkheid racisme vele vormen en richtingen kent. Ook wordt er geen onderscheid gemaakt tussen man en vrouw en blijft de combinatie van maatschappelijke probleemfactoren, zoals een donkere huidskleur en een hoofddoek, onderbelicht.

Maar deze documentaire gaat niet over gekleurde mensen, hij gaat over witte mensen. En wie zou het pijnlijke gesprek hierover beter op gang kunnen brengen dan een witte Nederlander?

Binnen de anti-racismebeweging woedt over deze laatste vraag een felle discussie. Witte mensen ervaren geen racisme en mogen daarom ook geen goede sier maken door publiek tegen racisme in het verweer te komen. Feitelijk stellen de critici dat geen enkel wit persoon gevrijwaard is van racistische denkbeelden en dat dus witte prominenten plek moeten maken voor de zwarte stem.

Sunny Bergman betaalt een hoge prijs door het publieke gesprek over wit privilege aan te gaan. Niet alleen wordt ze door rechtse Nederlanders uitgemaakt voor landverrader en negerhoer (en erger), ze wordt ook aangevallen door leden van de anti-racismebeweging die haar verwijten over hun rug geld en roem te vergaren.

Beeld Sunny Bergman

Het is precies dit uitsluitingsdenken waarover ik me zorgen maak. Als racisme om iets gaat, dan is het wel om geïnstitutionaliseerde ongelijkheid en uitsluiting op basis van huidskleur en etnische achtergrond. Om dit halsstarrige maatschappelijke principe te doorbreken, is een volledig inclusieve benadering nodig. Martin Luther King erkende dit door actief bondgenootschappen met witte voorgangers en activisten te sluiten. Nelson Mandela tilde dit denken naar een hoger niveau door bevriend te raken met zijn eigen bewaker.

Belangrijker is dat een groeiend aantal Nederlanders een biculturele achtergrond heeft. In 2016 kent Nederland ruim 2,1 miljoen niet-westerse allochtonen en 1,65 miljoen westerse allochtonen. Hieronder vallen ook de tweede- en derdegeneratie-allochtonen, en kinderen met één ouder van niet-Nederlandse afkomst. Zo ben ik officieel een niet-westerse allochtoon, ook al ben ik geboren in Amersfoort en komt mijn moeder uit Schiedam.

Meerbloedigen

In de volksmond worden deze Nederlanders halfbloed genoemd (omdat alleen het witte bloed telt). Deze meerbloedigen, zoals ik ze noem, worden op basis van hun huidskleur voortdurend in een van de twee kampen getrokken. Waar moeten zij zich positioneren in het debat? Ik heb een witte moeder en een gekleurde vader. Ooit was ik een aaibaar Hollands meisje, sinds mijn gendertransitie word ik vaak uitgescholden voor kutmarokkaan en durven witte meisjes niet meer naast me in de tram te zitten.

Als ik naar de documentaire van Bergman kijk, zie ik ook mijn eigen ouders: mijn moeder die mij 's avonds nietsvermoedend voorleest uit de avonturen van Pippi Langkous en de witte negerkoning uit Taka-Tukaland, en mijn vader die zonder aanleiding door de politie staande wordt gehouden. Ik zie me een stap achteruitzetten en nog één en nog één, tot ik uiteindelijk tegen de achterste muur sta en mijn eigen witte familieleden in blinde onwetendheid vooraan in de zaal zie, zonder dat ze ooit achterom zullen kijken.

Dat is de pijnlijke realiteit van het Nederland van vandaag, en daar mogen en kunnen we niet langer over zwijgen.

Wit is ook een kleur

'Witheid heeft de suggestie van neutraliteit'
Racisme zit in kleine dingen, betoogt documentairemaker Sunny Bergman (44). En, zegt ze, pas als witte mensen zich bewust worden van hun eigen etniciteit en van de rol die ze (bewust of onbewust) spelen in het uitsluiten van anderen, én als ze bovendien begrijpen dat er andere perspectieven bestaan dan de witte, westerse blik, kunnen ongelijkheid, racisme en discriminatie verdwijnen. 'Witheid heeft voor witte mensen de suggestie van neutraliteit en objectiviteit', vertelde Bergman vorige week in een interview.

'Sunny Bergman kan bij mij bijna geen kwaad doen'
Zaterdag las Hanneke Groenteman voor de laatste keer op verzoek van onze boekenredactie de eerste tien pagina's van net verschenen boeken. 'Mijn allerlaatste stukje in deze fijne rubriek wijd ik graag aan een vrouw die ontzettend veel in haar mars heeft, onder andere de gave om mensen te irriteren. Mij niet. Ze heet Sunny Bergman, ze is documentairemaakster, activiste, schrijfster, politicologe, filosofe en oud-actrice van Goede tijden, slechte tijden. Ze kan bij mij bijna geen kwaad doen.'

'Experiment Bergman rammelt aan alle kanten'
Zelfs al zou het experiment goed zijn uitgevoerd, dan nog is de conclusie dat witte ouders hun kinderen opzadelen met vooroordelen, te kort door de bocht, schrijft Joost Plomp in de brief van de dag. 'Er zijn meer mogelijke oorzaken. Het zou zelfs kunnen wijzen op de mogelijkheid dat er in onze genen een voorkeur voor lichte huidtinten is opgeslagen, hoe vervelend of ongewenst we dat ook vinden.'

Witte boosheid
Lees hier de ingekorte versie van de lezing die Sunny Bergman tijdens de jaarlijkse Van der Leeuwlezing in november 2016 hield in Groningen. Bergman sprak in de Martinikerk over 'witte boosheid en de gekleurde westerse witte blik'.

Bekijk hier de documentaire Wit is ook een kleur:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden